Benzocare

Persons with a BENZOdiazepine/Z-drugs use disorder in mental health CARE
Personen met een afhankelijkheid aan Benzodiazepine/Z-producten in de geestelijke gezondheidszorg

Duur van het project:15/03/2021 – 15/03/2024    

Benz

Projectsamenvatting

In 2018 gebruikte ruim 12% van de Belgische bevolking een benzodiazepine of Z-product (een klasse van psychoactieve medicijnen die sedativa, anxiolytica en hypnotica omvat, hier verder aangeduid als BZD/Z). Ons land is hiermee bij de koplopers in Europa als het gaat om het gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen. Het voorschrijven van BZD/Z langer dan de aanbevolen twee tot maximaal vier weken is in de meest gevallen omstreden. Niettemin gebruikt één op de drie personen die met deze medicatie starten, na acht jaar nog steeds. Dergelijk langdurig gebruik wordt niet aanbevolen vanwege negatieve gezondheidseffecten zoals tolerantie, fysiologische en psychologische afhankelijkheid en ontwennings- en rebound-symptomen na pogingen om te stoppen, zelfs bij gebruik in lage en constante dosissen. Uiteindelijk zijn de effecten van langdurig BZD/Z gebruik zijn na verloop van tijd nog moeilijk te onderscheiden van de oorspronkelijke symptomen waarvoor men de medicatie opstartte. Over het algemeen hebben zowel BZD- als Z-geneesmiddelen dan ook een hoog potentieel tot oneigenlijk gebruik en misbruik. Terwijl veel gebruikers een lage dosisafhankelijkheid ontwikkelen (zonder dosisverhoging of ander verslavingsgedrag), ontwikkelen ook heel wat anderen een hoge dosisafhankelijkheid. Afhankelijkheid van hoge dosissen is vaak een complex probleem, geassocieerd met comorbiditeit met ernstige psychische stoornissen of dubbeldiagnose en polygebruik. Bovendien gaat chronisch BZD/Z-gebruik vaak gepaard met meerdere vaak onopgeloste mentale zorgbehoeften.

In België concentreerde het meeste onderzoek zich tot dusver op lage dosisafhankelijkheid en geleidelijke afbouw/stopzetting in de eerste lijn (via huisarts of apotheek). Uit internationaal onderzoek blijkt echter dat veel gebruikers die afhankelijk zijn van een hoge dosis, niet in staat zijn om af te bouwen via de aanbevolen stopzettingsstrategieën. Voor deze gebruikers blijkt integrale zorg succesvoller.

Over het algemeen is het gebruik voorzieningen binnen de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in België onder het gemiddelde en krijgt een aanzienlijk deel van personen met een hulpvraag geen effectieve behandeling, wat duidt op een belangrijke behandelingskloof in de GGZ. Het is vooralsnog onduidelijk hoeveel mensen met een BZD/Z-afhankelijkheid of comorbiditeit daadwerkelijk de weg vinden naar de verslavingszorg en GGZ, noch is bekend hoeveel van hen een succesvolle behandeling krijgen.

Het aanpakken van deze kloof is met name belangrijk in het licht van a) de recente vermaatschappelijking van de GGZ, met de verschuiving van intramurale, residentiële zorg naar gemeenschapsgerichte en outreachende ondersteuning die gericht is op het garanderen van continuïteit van zorg en b) de integratie verslavingszorg in de GGZ sinds 2019.

Verder blijft het onderbelicht hoe afhankelijkheid van BZD/Z wordt gepercipieerd door professionals in de huidige GGZ - en verslavingszorg. In tegenstelling tot andere illegale middelen, is er tevens zeer weinig geweten over de ervaringen van personen met een BZD/Z gerelateerde stoornis/ verslaving  noch over personen met een eventuele comorbiditeit die worden behandeld met psychotrope medicatie of in GGZ

Doelstellingen

Om de beschreven lacunes in de kennis aan te pakken, beogen we met deze studie:

  • de toegankelijkheid van de GGZ voor personen met een BZD/Z gerelateerde stoornis/verslaving te onderzoeken
  • ervaringen en percepties van professionals m.bt. BZD/Z gerelateerde stoornis/verslaving te analyseren (behoeften, hiaten, barrières, hefbomen)
  • de ervaringen en percepties van (herstelde) gebruikers van deze diensten (behoeften, hiaten, belemmeringen, hefbomen) te onderzoeken
  • de ambigue rol van BZD/Z binnen de GGZ te verkennen en ontrafelen en
  • tot slot haalbare beleidsaanbevelingen op maat te ontwikkelen.

Onderzoeksvragen

Om deze doelstellingen te bereiken, beantwoordt het project de volgende onderzoeksvragen:

  • Wat zijn de ervaringen van professionals bij het behandelen van patiënten met BZD/Z gerelateerde stoornis/verslaving? (RQ1a)
  • Hoe ervaren professionals de rol van BZD/Z in de klinische praktijk? (RQ1b)
  • Hoe ervaren patiënten met een BZD/Z gerelateerde stoornis/verslaving hun behandel- en hersteltrajecten? (RQ2)
  • Welke behoeften, barrières en faciliterende factoren detecteren professionals? (RQ3a)
  • Welke behoeften, belemmeringen en faciliterende factoren detecteren patiënten? (RQ3b)
  • Hoe kan de toegankelijkheid van GGZ en verslavingszorg worden verbeterd voor patiënten met een BZD/Z gerelateerde stoornis/verslaving? (RQ4)

Om dit onontgonnen terrein te verkennen, gebruiken we een innovatief kwalitatief onderzoeksdesign dat bestaat uit diepte-interviews met zowel professionals als patiënten in het hele land om beide perspectieven te vergelijken. Deze analyse dient als basis voor een Delphi-panel om tot gedragen aanbevelingen te komen, in samenwerking met experts uit het veld. Als zodanig zullen onze resultaten worden vertaald in relevante aanbevelingen om passende zorg te bieden aan deze groeiende groep patiënten. Hiermee streeft dit onderzoek er ook naar om de toegankelijkheid van deze diensten voor deze tot dusver onderbestudeerde groep van personen met een BZD/Z gerelateerde stoornis/verslaving te vergroten.

Financiering

BELSPO - Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid

Federaal Onderzoeksprogramma Drugs - beursnummerDR/91/BENZOCARE

logo-belspo.png

Contactinformatie

Universiteit Gent

Vakgroep Sociologie - Hedera

Université de Liège

Département de Médecine Générale

Prof. Piet Bracke

piet.bracke@ugent.be

              

Dr. Melissa Ceuterick

melissa.ceuterick@ugent.be

Prof. Jean-Luc Belche

jlbelche@uliege.be

 

Dr. Beatrice Scholtes

beatrice.scholtes@uliege.be

              

Pauline Van Ngoc

pauline.vanngoc@uliege.be