Jeroen De Mets

Rechter Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen

Rechten 2006 - 2011

Jeroen De Mets, Rechter Rechtbank van Eerste Aanleg West-VlaanderenMet mijn 26 jaar was ik zowat de jongste toen ik begon aan de gerechtelijke stage die toegang geeft tot het beroep van rechter. Voordien had ik deelgenomen aan het vergelijkend examen waarvoor je eerst moet slagen en waarvoor de oproep verschenen was in het Belgisch Staatsblad. De gerechtelijke stage was toen anderhalf jaar indien je wou gaan voor een functie in het openbaar ministerie. Zelf wou ik kandideren voor een functie als rechter en dan moest je de ‘lange stage’ van drie jaar doorlopen (ondertussen is het een eengemaakte tweejarige stage, meer info).

"Ik draaide mee met de politie, liep mee met een gerechtsdeurwaarder, ging kijken binnen de muren van de gevangenis, enz. Je krijgt zicht op het werk op het terrein en krijgt ook begrip voor de moeilijke omstandigheden waarin er soms wordt gewerkt. Tegelijk wordt je kritische blik verder aangescherpt."

De gerechtelijke stage was boeiend en zorgde tegelijk voor een grondige voorbereiding tot het beroep. Zo diende ik stage te lopen op een werkplek op een openbaar ministerie. In mijn geval was dat op het arbeidsauditoraat, dat is het openbaar ministerie dat zich bezighoudt met sociale zaken. Wanneer je na anderhalf jaar niet koos voor het openbaar ministerie ging je een half jaar op buitenstage. Dat wil zeggen dat je bij allerlei organisaties en openbare diensten langsgaat om te zien hoe het op het terrein werkt. Ik draaide mee met de politie, liep mee met een gerechtsdeurwaarder, ging kijken binnen de muren van de gevangenis, enz. Je krijgt zicht op het werk op het terrein en krijgt ook begrip voor de moeilijke omstandigheden waarin er soms wordt gewerkt. Tegelijk wordt je kritische blik verder aangescherpt. Tijdens een laatste deel van je stage sta je de rechters bij. Je bereidt zaken voor en na enige tijd mag je mee zetelen op de rechtbank en mee overleggen over dossiers. Je mag dan bijvoorbeeld ontwerpen maken van uitspraken.

Er zijn verschillende wegen naar de magistratuur. De voornaamste is de weg die ik volgde. Maar als je 10 jaar gerechtelijke ervaring hebt kun je ook een examen afleggen en vervolgens solliciteren voor een plaats als magistraat. Tenslotte kunnen ook advocaten met 20 jaar ervaring deelnemen aan een mondeling examen, al is dat eerder uitzonderlijk. Geregeld worden er vacatures gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en dan kun je je kandidaat stellen. Met andere woorden, eens je stage op een gunstige manier afgerond, moet je nog solliciteren. Uiteindelijk wordt iedereen wel benoemd maar soms is het wel wachten. Dan werk je als plaatsvervangend magistraat in afwachting van je effectieve benoeming. Ik zetel als rechter bij de Rechtbank van Eerste aanleg. Mocht je de Belgische rechtbanken vergelijken met een piramide, dan is dat de onderste laag en zou je dat als het ware een algemene rechtbank kunnen noemen. Daarnaast heb je nog de ondernemingsrechtbank, de arbeidsrechtbank, het vredegerecht en de politierechtbank.

"De houding die je moet aannemen is erover na te denken zolang je met het dossier bezig bent en uiteindelijk ook de knoop door te hakken. De slechtste magistraat is diegene die niet kan beslissen."

Als rechter ben je bijna automatisch betrokken. Natuurlijk krijg je soms technische zaken op je bureau, waar je ’s avonds niet aan denkt. Maar je komt onvermijdelijk ook in contact met alle miserie in de maatschappij gaande van partijen die sociaal in zeer moeilijk omstandigheden leven, mensen die in krotten wonen, mensen met schulden, enz. Wij zien ook de grootste dramatiek. Mensen die het slachtoffer worden van familiedrama’s: die mekaar eerst enorm graag zien en die daarna jarenlang ruzie maken en mekaar de duvel aandoen. Met de kinderen die daar het slachtoffer van worden. Kinderen ook die in moeilijke situaties opgroeien. Je kan niet met zo’n zaken bezig zijn en daar ’s avonds niet van wakker liggen. Dat gaat gewoon niet. Ook al omdat je beslissingen neemt die op een zeer ingrijpende manier impact hebben op het leven van die mensen. De houding die je moet aannemen is erover na te denken zolang je met het dossier bezig bent en uiteindelijk ook de knoop door te hakken. De slechtste magistraat is diegene die niet kan beslissen. Tegelijk moet je leren om er achteraf ook niet teveel meer bij stil te staan. Want als je blijft twijfelen of het wel de juiste beslissing was, dan houd je dat niet vol. Al gebeurt het dat je soms wakker wordt over een dossier. Ook wij blijven mensen, uiteraard. Maar eens de uitspraak ondertekend, is het dossier weg. Je moet leren om daar een stuk hard in te zijn.

"Maar ik zag mijn opleiding vooral als een langetermijninvestering. Er waren veel beroepen waar de opleiding Rechten toegang toe gaf die mij boeiend leken."

Zelf was ik een zeer slechte studiekiezer en heb ik lang getwijfeld. Ik was eerst ingeschreven voor Geschiedenis. Pas in september heb ik mijn inschrijving gewijzigd naar Rechten. Ik dacht dat Geschiedenis misschien toch te abstract en te weinig praktisch zou zijn. Het was ook een rationele keuze vanuit de overweging: “Wat wil ik er later mee doen?”. In veel studiekeuzebrochures wordt vooral gewezen op wat je graag wil doen en wordt hetgeen je er later mee kan doen pas op het eind vermeld. Maar ik zag mijn opleiding vooral als een langetermijninvestering. Er waren veel beroepen waar de opleiding Rechten toegang toe gaf die mij boeiend leken. En dus - hoewel ik misschien Geschiedenis leuker had gevonden – was dat toen voor mij van ondergeschikt belang.

Deze interviews werden afgenomen in het voorjaar van 2018 door Sophie Dewaele. Meer info en studieadvies via .