Willem Debeuckelaere

Voorzitter Federale Privacy Commissie

Rechten 1972 - 1977

Willem Debeuckelaere - Voorzitter Federale Privacy CommissieIk was klaargestoomd om de zaak van mijn ouders over te nemen, een grote handel in bomen en houtproducten. Maar zelf zag ik dat niet zitten. Ik was op het einde van mijn humaniora veeleer gefascineerd door taal en won zelfs allerlei poëzie- en taalwedstrijden. Ook theater was mijn ding en ik droomde volop van een carrière als regisseur of scenarist. Mijn ouders vonden dat maar een bizar idee maar gaven uiteindelijk toe, op voorwaarde dat ik eerst ‘iets serieus’ zou studeren. Dat werd uiteindelijk Rechten. Waarom? Omdat ik dat een heel open richting vond waar je alle kanten mee uit kon. Ik was in die tijd trouwens ook veel bezig met politiek en actualiteit. En uiteindelijk zijn recht en taal ook onlosmakelijk met mekaar verbonden. “Law is a profession of words”, nietwaar.

"Ik was op het einde van mijn humaniora veeleer gefascineerd door taal. En uiteindelijk zijn recht en taal ook onlosmakelijk met mekaar verbonden."

Tijdens mijn studies werd ik gaandeweg gegrepen door het recht als sociaal maatschappelijk instrument. Toen ik afstudeerde was mijn ambitie om regisseur te worden dan ook al helemaal verdwenen. En ook thuis hadden ze ondertussen al door dat ik niet in de zaak zou gaan. Het zou advocatuur worden en ik had het geluk te kunnen beginnen op een goed kantoor waar ik mezelf kon ontwikkelen en waarmaken. De twee takken waarin ik toen gespecialiseerd was, waren persoons- en familierecht en het administratief en grondwettelijk recht.

In ’95 heb ik de stap gezet naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken om daar kabinetschef te worden en waar ik overigens ook vaak bezig was met recht. Gaande van de zoveelste staatshervorming tot de veiligheidsproblematiek, enz. Het was de tijd van de bende Haemers, in ’96 de affaire Dutroux…
Na Binnenlandse Zaken heb ik achtereenvolgens gewerkt als magistraat voor de Rechtbank van Eerste Aanleg en het Hof van Beroep om nu ondertussen al geruime tijd gedetacheerd te zijn als voorzitter van de Privacycommissie.

"Elke week is er wel iemand die privacy dood verklaart en dat is goed, want dat wil zeggen dat men zegt: 'privacy mag niet doodgaan'."

Privacyrecht is een rechtstak die je vindt in alle sectoren, denk maar aan bijvoorbeeld het sociaal recht, het strafrecht, het gezondheidsrecht… Dat maakt het moeilijk maar ook boeiend tegelijk. Wij ontvangen jaarlijks zo’n 5000 klachten. Alles wat camerabewakingswet aangaat bijvoorbeeld, ligt bij mensen heel gevoelig. Elke week is er wel iemand die privacy dood verklaart en dat is goed, want dat wil zeggen dat men zegt: “privacy mag niet doodgaan”.

Ik heb altijd een boontje gehad voor nieuwe rechtsterreinen. Bijgevolg kan ik me volledig uitleven met zoiets als privacyrecht, dat overigens pas dateert van '81. Privacyrecht is ook nu nog volop in opbouw en het is boeiend om daarin betrokken te zijn. Maar vergis je niet, ook voor privacyrecht moet je vaak nog teruggaan naar de basis. Zo is de Facebookzaak bijvoorbeeld een combinatie van oud recht -  met name civiel, burgerlijk en een beetje consumentenrecht - en daarnaast privacyrecht. Helaas merk ik dat jonge mensen meer en meer gespecialiseerd zijn en de basisbeginselen minder onder de knie hebben. Het verontrust me soms.

En dus ben ik wat dat betreft ook nog steeds blij met de brede basis die ik kreeg tijdens mijn opleiding. Trouwens, ook ben ik nog altijd blij met mijn keuze voor de Gentse universiteit na mijn middelbare schooljaren op het college in Oostende waar ik trouwens ook wel een fijne tijd heb gehad. Maar het was tijd voor iets nieuws en hoewel van ons destijds werd verwacht dat we naar Kortrijk zouden trekken, maakte ik de keuze voor Gent. Hoewel, mocht ik dan toch nog iets kunnen veranderen, dan doe ik er misschien nog dat jaartje kunsten bij. (lacht)

Deze interviews werden afgenomen in het voorjaar van 2018 door Sophie Dewaele. Meer info en studieadvies via .