Stage Criminologische Wetenschappen

Visie op stage 

Met de stage in de master sluiten we aan bij de onderwijsvisie van de opleiding en streven we ernaar de operationele doelstellingen van de opleiding te realiseren.

In het bijzonder beogen we het stimuleren van creatieve kennistoepassing om complexe problemen op te lossen en dit op een zelfstandige en kritisch-wetenschappelijke manier. Door de positie van de stage op het einde van een gefaseerd traject is er bijzondere aandacht voor de zelfstandige toepassingen en verdieping van competenties die eerder in het traject werden verworven. We streven met de stage leerresultaten na die zich op het hoogste beheersingsniveau bevinden en verwachten dat studenten na afloop de competenties hebben verworven die het profiel van de afgestudeerde minimaal dient te bezitten; namelijk dat van de beleidsmedewerker die in staat is op strategisch niveau te functioneren.

De stage situeert zich zowel binnen de leerlijn wetenschappelijke vaardigheden als de leerlijn professionele vaardigheden. De stage draagt immers bij tot de ontwikkeling van competente criminologen die zowel schriftelijk als mondeling helder en correct kunnen communiceren, door middel van samenwerking kennis kunnen uitbreiden, toepassen en delen en zich bewust zijn van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Terwijl andere opleidingsonderdelen op een gefaseerde wijze de leerlijn wetenschappelijke vaardigheden vormgeven, fungeert de stage, samen met het opleidingsonderdeel project actuele criminologie, als belangrijk vehikel voor het realiseren van de leerlijn professionele vaardigheden. De klemtoon ligt bij de stage hoofzakelijk op het realiseren van volgende doelen:

  • Oriëntatie: door een kennismaking met (de beroepen in) het werkveld
  • Integratie: door het toepassen, integreren en verder ontwikkelen van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die werden verworven in andere opleidingsonderdelen
  • Reflectie: door na te gaan wat de (mogelijke) impact is van criminologisch onderzoek in het stagedomein en door kritische analyse van het eigen functioneren
  • Inzetbaarheid verhogen (employability): door ervaringsleren en het actief trainen van professionele vaardigheden
  • Zelfstandige toepassing van wetenschappelijke vaardigheden.

Concreet zijn er binnen dit model 2 types stages mogelijk: een wetenschappelijke stage (met een wetenschappelijke onderzoeksopdracht als stage-opdracht) en een professionele stage waarbij de student-stagiair zich op een zelfstandige wijze succesvol inschakelt in de werkprocessen van de stageorganisatie. Het zelfstandig nastreven van wetenschappelijke vaardigheden is voor elk type stage van toepassing bij het schrijven van het stageverslag.

Situering van de stage in het opleidingsprogramma

De verplichte stage in de master draagt via ervaringsleren in de beroepspraktijk bij tot de ontwikkeling van competente criminologen die zowel schriftelijk als mondeling helder en correct kunnen communiceren, door middel van samenwerking kennis kunnen uitbreiden, toepassen en delen en zich bewust zijn van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Concreet zullen studenten beroepsgerichte kennis en vaardigheden oefenen en toepassen tijdens een stage bij een organisatie uit het criminologisch werkveld. Kenmerkend voor de stage is de relatieve autonomie van de student in de dagelijkse uitvoering ervan.

Studenten starten met de voorbereiding van de stage in het academiejaar dat de stage voorafgaat. Studenten ontvangen een melding via de infosite van de masteropleiding op Ufora en worden opgeroepen zich als kandidaat-stagiair te registreren bij de stagecoördinator van de opleiding. Kandidaat-stagiairs moeten een stagedossier voorbereiden dat een cv, een top 3 van voorkeur stageplaatsen en een schriftelijke motivatie moet bevatten. Studenten nemen ook deel aan selectierondes voor de beschikbare stageplaatsen en/of hebben de mogelijkheid om zelf een nieuwe stageplaats aan te brengen.

In het academiejaar waarin het opleidingsonderdeel stage wordt opgenomen moeten studenten de administratieve stageprocedure correct doorlopen vooraleer een stageovereenkomst afgesloten kan worden. Een stage kan pas van start gaan nadat de stageovereenkomst door alle betrokken partijen is ondertekend. En elke stageovereenkomst moet een stageplan bevatten dat is goedgekeurd door de stagecommissie criminologische wetenschappen.

Tijdens de stageperiode presteren studenten minstens 300u. waarbij ze zich via ervaringsleren inschakelen in de dagelijkse activiteiten van een organisatie uit het criminologisch werkveld. Studenten voeren op relatief zelfstandige wijze de opdrachten uit die werden opgenomen in het stageplan dat een bijlage is van de stageovereenkomst. Studenten ontvangen feedback op het proces (aanpak) en het eindproduct van de begeleider op de stageplaats en de UGent tutor.

Stages zijn in principe mogelijk in het 1ste of in het 2de semester. In bepaalde gevallen is het ook mogelijk om de stage reeds te starten in de zomer die het academiejaar voorafgaat waarin de stage geprogrammeerd is. Wanneer een stage effectief van start kan gaan hangt af van een aantal factoren:

  • Is er AANBOD bij onze stagepartners in de betreffende periode?
  • Is er VRAAG (beschikbaarheid studenten) voor de betreffende periode?
  • Voldoet de kandidaat-stagiair bij de start van het uitvoeren van de overeenkomst reeds aan de toelatingsvoorwaarden voor dit opleidingsonderdeel? Vanaf academiejaar 2021-2022 zijn volgende toelatingsvoorwaarden van toepassing:
    • Om tot de stage toegelaten te worden moeten studenten over voldoende theoretische basis aan criminologische wetenschappelijke kennis en inzichten beschikken. Dit houdt in dat studenten basiskennis hebben van de verschillende criminologische "praktijken" (strafrechtsbedeling, politie, forensisch welzijnswerk...) en reeds een aantal begincompetenties hebben verworven. Studenten zijn dus bij voorkeur geslaagd voor de volledige bacheloropleiding vooraleer zij de stage aanvatten.
    • De studenten moeten over voldoende theoretische basis beschikken aan criminologische wetenschappelijke kennis en inzichten zoals strafrechtsbedeling, politie, forensisch welzijnswerk, ... Zij hebben al enkele begincompetenties verworven en zijn bij voorkeur geslaagd voor de volledige bacheloropleiding.
  • Is de administratieve procedure (zowel de interne als de externe formaliteiten) correct en tijdig afgerond bij de start van de stageperiode?

Organisatie van de stage (inhoudelijk) 

De match tussen vraag en aanbodSollicitatie

De stagecoördinator speelt een belangrijke rol in het registreren van zowel de VRAAG (keuzes van de studenten) als het AANBOD (beschikbare stageplaatsen bij stagepartners in bepaalde periodes).
Daarnaast is de stagecoördinator verantwoordelijk voor de interne selectie van de kandidaat-stagiair(e)s (het controleren van de toelatingsvoorwaarden, het evalueren van de motivatie en de voorkennis).
Het doel van de interne selectie is het voorbereiden van een goede MATCH tussen VRAAG en AANBOD.
Tenslotte leidt de stagecoördinator de kandidaten door naar de stagepartners voor externe selectie. We beschouwen het engagement van een stagepartner pas als definitief na een positief gesprek met een of meerdere kandidaat-stagiair(e)s.

Het stageplan voorbereiden

Na een positief selectiegesprek tussen een kandidaat-stagiair(e) en een stagepartner start de voorbereiding van het stageplan. Het stageplan is een belangrijke en noodzakelijke bijlage bij de stageovereenkomst.
Het stageplan houdt idealiter rekening met de leerdoelen die gekoppeld zijn aan dit opleidingsonderdeel:

  • Het academisch doel: de integratie van kennis en vaardigheden uit andere opleidingsonderdelen en het oefenen in het zelfstandig toepassen ervan in een professionele context.
  • Het professioneel doel: een WIN-WIN situatie waarin studenten door middel van het uitvoeren van de stage-opdracht(en) in het stageplan een meerwaarde betekenen voor de werking van de stageplaats. Onze stage is geen beroepsopleiding en is niet bedoeld als kijkstage.

DealDe stageplaats heeft maximale inspraak bij de invulling van de stageperiode. Het is steeds de bedoeling dat de studenten de stage-opdrachten uitvoeren zoals deze overeengekomen zijn in het stageplan. De stageplaats bepaalt ook de concrete output die ze van de stagiair(e)s verlangen op het einde van de stageperiode. Deze output kan verschillende vormen aannemen; het ontwikkelen van een praktische tool, de opmaak van een strategisch rapport, het aanvullen van een database, een reeks van kleinere ondersteunende opdrachten en activiteiten...

Studenten leggen het stageplan steeds voor aan de stagecommissie criminologische wetenschappen zodat zij een kwaliteitscontrole kan uitvoeren; namelijk draagt het plan bij tot de leerdoelen (criminologische relevantie en aangepast aan het opleidingsniveau) en zijn de verwachtingen omtrent de output realistisch (omvang, vereiste voorkennis, beschikbaarheid databronnen)?

Het stageplan uitvoeren tijdens de stageperiode: begeleiding op de stageplaats - de stagementor

De stagebegeleider op de stageplaats geeft de student(e) de ruimte om minstens een leerproces door te maken. De stagiair(e) krijgt m.a.w. de kans om de werking van de dienst te leren kennen en ontvangt regelmatig feedback over het eigen functioneren tijdens de stage. Een goede stage veronderstelt de mogelijkheid tot kennismaking met de verschillende functies en aspecten van het werkveld en de passende professionele attitude(s).

Van studenten die een universitaire opleiding volgen mag enige zelfstandigheid worden verwacht. Een begeleiding waarbij de student(e) constant wordt opgevolgd en geëvalueerd, is dus geen vereiste. Studenten moeten zich na een inloopperiode op een persoonlijke wijze weten in te schakelen in de professionele werkomgeving waarin zij terecht komen en zodoende ook een bijdrage leveren aan de werking van de stagepartner.

Concreet is de stagebegeleider is verantwoordelijk voor het onthaal van de stagiair(e) op de stageplaats en verstrekt informatie over de werktijden, de procedure bij afwezigheid en de risico's verbonden aan de werkpost. De stagebegeleider ondersteunt de stagiair(e)s bij de uitvoering van het stageplan, reikt de tools aan voor het zelfstandig afwerken van de opdracht, volgt de evolutie van de stagiair(e) actief op en ziet toe op een vlot en correct verloop van de stage. Idealiter worden bij aanvang van de stageperiode een aantal concrete afspraken gemaakt over de timing van feedbackmomenten, de relevante contactpersonen voor het uitvoeren van de stageopdracht(en), de verwachte output, ...

De stagebegeleider op de stageplaats wordt actief betrokken in de tussentijdse en eindevaluatie van de stage.

De stagebegeleider hoeft geen criminoloog te zijn van opleiding maar heeft minsten een anciënniteit van 2 jaar binnen de organisatie en heeft geen familiale banden met de stagiair(e).

De stagiair(e) heeft geen enkel recht op bezoldiging vanwege de stagegever of de Universiteit, zodat de stageovereenkomst juridisch niet als een arbeidsovereenkomst kan worden beschouwd. Studenten worden door de Ugent niet vergoed voor de dagelijkse verplaatsing naar de stageplaats (woon-werk verkeer). Er wordt in principe niet verwacht dat stageleveranciers hierin tussenkomen (tenzij de stage-opdracht de studenten noodzaakt om extra verplaatsingen te maken waarvan de kostprijs aanzienlijk hoger komt te liggen dan de verwachte kosten voor woon-werkverkeer).

Het stageplan uitvoeren tijdens de stageperiode: begeleiding door de opleiding – de UGent tutor

Studenten worden tijdens de stageperiode begeleid door een tutor van de opleiding. De begeleiding verloopt in de vorm van intervisiesessies met een kleine groep van medestudenten.

Tijdens de intervisiesessies doen studenten een beroep op hun collega-studenten om knelpunten waarmee ze tijdens de stage geconfronteerd worden te bespreken. Deze intervisiemomenten hebben tot doel om de bepaalde vaardigheden aan te scherpen; reflecteren, concretiseren, problematiseren, generaliseren, ontwikkelen van leervragen). Een intervisiegesprek is dus een moment waarop de student(e) reflecteert over het eigen handelen.

De intervisies kunnen studenten ook ondersteunen bij het schrijven van het stageverslag. Het stageverslag schrijven studenten in opdracht van de opleiding en is dus niet te verwarren met de output die de stageplaats van de studenten verwacht. De inhoud en structuur van het stageverslag worden volledig bepaald door de opleiding. De schrijfstijl moet academisch Nederlands zijn en bronverwijzing naar wetenschappelijke literatuur is een must.

Organisatie van de stage (administratief)