Commodificatie- en waarderingsprocessen van architectuurfragmenten - een ontologie van het architectuurfragment aan de hand van case studies uit de vroege 20ste eeuw

Het begin van de 20ste eeuw werd gekenmerkt door een diepgaande verandering in de manier waarop architecturale fragmenten en materialen circuleerden en hergebruikt werden. Waar de premoderne bouwsector eerder functioneerde via een relatief eenvoudige, lokaal gestuurde herbestemming van bouwelementen — gedreven door noodzaak en geleidelijke stedelijke groei — veranderden grootschalige stedelijke transformaties, vooruitgang in het internationale transport en een toenemende globalisering grondig de waardering, verhandelbaarheid en het hergebruik van architecturale fragmenten. Deze veranderingen en de grootschalige sloopcampagnes wekten bovendien sterke erfgoed gevoelens op en een groeiende drang om architecturale fragmenten te bewaren en te recupereren.

Dit doctoraatsonderzoek onderzoekt de processen van commodificatie en waardebepaling van architecturale fragmenten in deze periode, vertrekkend vanuit materiaal hergebruik studies, kritische erfgoed studies en antropologie. Via objectbiografieën in combinatie met archiefonderzoek worden een select aantal fragmenten getraceerd — van ontmanteling tot hun huidige locatie — om te begrijpen hoe hun culturele en sociale waarde werd vastgesteld, gewijzigd en onderhandeld.

Centraal in het project staan diepgaande casestudy’s die verschillende strategieën belichten voor het waarderen, recupereren en verhandelen van architecturale fragmenten in deze periode. Het Comité d’Études du Vieux Bruxelles vertegenwoordigt een lokale, institutionele reactie op de snelle stedelijke transformatie van Brussel en werkte samen met het gemeentelijk opslagmagazijn (Magasin de la Ville) om fragmenten te redden en te bewaren. Daartegenover staan de praktijken van Amerikaanse verzamelaars zoals William Randolph Hearst, die exemplarisch zijn voor de grootschalige trans-Atlantische handel in architecturale fragmenten, waarbij volledige interieurs en gebouwen in Europa ontmanteld en elders opnieuw opgebouwd werden.

Naast deze casussen besteedt het onderzoek ook aandacht aan de rol van andere belangrijke actoren — antiquairs, interieurontwerpers, afbraakfirma’s, veilinghuizen, opkomende musea en erfgoedorganisaties — die samen het ecosysteem vormden waarin deze fragmenten circuleerden en betekenis kregen. Dit bredere perspectief toont de schaal en complexiteit van de markt die de praktijken van waardering, commodificatie en hergebruik van architecturale fragmenten mee vormgaf.

Dit onderzoeksproject heeft als doel om beter te begrijpen hoe de omgang met gerecupereerde bouwelementen zich in de 20ste eeuw ontwikkelde en uiteindelijk leidde tot de quasi verdwijning van hergebruik praktijken vandaag. Daarnaast beoogt het de rollen en verhalen te belichten van sleutelactoren in deze vaak over het hoofd geziene periode van de hergebruikseconomie.


Drawing n°99 of an “ensemble of a street in door in blue stone originating from a house on Rue du Marais", housed in the Magasin de la Ville for an unknown time, and reused at Place Rue du Chêne.
Unboxing of the Ancient Spanish Monestary (bought by W.R. Hearst in 1926 and dismantled from Spain) in Miami in the 1950's . It took 23 men ninety days just to open all the crates. When the wood was burned, over seven tons of nails were salvaged.
Left: The state of ‘De gouden Huyve’ before its demolition in 1928. Right: One year later in 1929, the façade was dismantled and reassembled at the corner of the Petite Rue au Beurre under the direction of François Malfait, member of the Comité.
Architectural fragments owned by W.R. Hearst. Left: "an important [Moorish XIV century] wooden ceiling". Right: "a very rare gothic doorway"

Info

Onderzoeksgroep: Architectuurtheorie en -geschiedenis
Startdatum: 22-11-2023
Onderzoeker: Louise Vanhee
Promotoren: Lionel Devlieger en Maarten Liefooghe