Community Service Learning

Wat is Community Service Learning (CSL)?

CSL is een ervaringsgerichte onderwijsvorm waarbij je als student academische leerinhouden koppelt aan praktijkervaring via het opnemen van een maatschappelijk engagement. CSL-onderwijs bevat drie basiscomponenten:

  1. een academische component, met een referentiekader binnen het vakgebied;
  2. een praktijkcomponent, met het maatschappelijk engagement dat de studenten aangaan in een bepaalde organisatie;
  3. een reflectiecomponent, die de twee bovenstaande componenten met elkaar verbindt

In welke vakken komt CSL aan bod?

Binnen de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen bestaat sinds kort de mogelijkheid om CSL-gerichte vakken te volgen, nl:

Hoe verschilt CSL van een ‘gewone’ stage?

Bij CSL is het niet de bedoeling om ‘mee te draaien’ in de dagelijkse werking van de organisatie, maar om de organisatie te ondersteunen in het beantwoorden van een specifieke vraag waar de organisatie mee zit, op basis van je academische achtergrond. Kennisdeling en wederkerigheid staan dus centraal. Niet alleen de student leert bij, maar ook de organisatie, die bijgestaan wordt in het beantwoorden van een specifieke vraag.

Zo wordt niet alleen onderwijs over de samenleving, maar ook onderwijs voor en in samenwerking met die samenleving tot stand gebracht.

Welk engagement wordt er van de studenten verwacht?

Per organisatie neemt een ‘team’ van 2 gemotiveerde studenten het engagement op.

Als student verdiep je je in een concrete maatschappelijke problematiek aan de hand van literatuur (academisch, beleidsteksten) en praktijkervaring in het veld. Bij deze praktijkervaring engageren de studenten zich 3 à 4 uur per week, gedurende 10 weken in een organisatie. Hoeveel uren/dagen precies, valt overeen te komen met de organisatie (40 uur is een richtlijn).

De concrete invulling ervan zal in onderling overleg tussen de student en de organisatie vorm krijgen. Ook hier is dus sprake van wederkerigheid. De probleemstelling vertrekt dus vanuit een vraag of nood van de organisatie zelf. Het is aan de studenten om deze vragen op een sociaalwetenschappelijke manier te benaderen.

Organisatie en finaliteit van CSL-vakken

De drieledige opbouw van CSL weerspiegelt zich uiteraard ook naar de organisatie van het vak. Dat vak bestaat uit:

  1. een aantal plenaire contactmomenten met de lesgever/titularis, waarbij o.m. ingegaan wordt op academische context (bv. hoe zou sociologische of politiek-wetenschappelijke kennis een organisatie kunnen helpen?)
  2. een praktijkcomponent in een organisatie (ongeveer 40u ‘veldwerk’)
  3. reflectiecomponent: in een aantal begeleide contactmomenten wordt dieper ingegaan op de in het kader van het veldwerk opgedane ervaringen. De reflectie wordt begeleid en gebeurt op een gestructureerde manier (‘hoe heeft deze ervaring mijn denken over de relevantie van sociologie of politieke wetenschappen veranderd’)