Meer informatie over onderwijs- en examenfaciliteiten

Krachtens art. II.276, §3 van de Codex Hoger Onderwijs heeft elke student met een functiebeperking die ingeschreven is in het hoger onderwijs recht op redelijke aanpassingen. Dit zijn concrete maatregelen, van materiële of immateriële aard, die de beperkende invloed van een onaangepaste omgeving op de participatie van een persoon met een functiebeperking neutraliseren, die niet disproportioneel zijn, praktisch haalbaar zijn en geen afbreuk doen aan de mogelijkheid de essentiële leerresultaten van de opleiding te bereiken.

 

Voorbeelden van dergelijke redelijke aanpassingen zijn:

  • 25 % meer tijd voor het afleggen van een schriftelijk examen
  • Gebruik van laptop voor het afleggen van een examen
  • Het verplaatsen van een examen naar een ander tijdstip binnen de voorziene examenperiode, bij voorkeur deelname aan het inhaalexamen

 

Aan de UGent worden die redelijke aanpassingen, onder de vorm van onderwijs- en/of examenfaciliteiten, in overleg met en op maat van de individuele student bepaald. Het Aanspreekpunt houdt bij de toekenning van de faciliteiten rekening met de specifieke diagnose en relevante contextfactoren (bv. tijdelijk geïndividualiseerd traject, tijdelijke opstoot).

 

Sommige faciliteiten kunnen door lesgevers worden geweigerd indien ze binnen de context van hun vak en opleiding praktisch onhaalbaar zijn of raken aan de voorgeschreven opleidingscompetenties. Bij twijfel worden zowel de voorzitter van de opleidingscommissie of de facultaire onderwijsdirecteur geraadpleegd. Er kan steeds een bemiddeling gebeuren door het Aanspreekpunt of een personeelslid met een ombudsmandaat.

 

Alle studenten nemen jaarlijks contact op met het Aanspreekpunt om het gebruik van de faciliteiten te bevestigen, ook wanneer zij over een bijzonder statuut beschikken dat langdurig/onbeperkt geldig is. Zij respecteren hierbij de in het onderwijs- en examenreglement vastgelegde deadlines.