Structureer

Structureer op

Tekstniveau

Een paper bevat een aantal verplichte onderdelen. Bedenk een macrostructuur die je onderzoeksvraag beantwoordt.

Alineaniveau

Alinea's zijn de bouwstenen van je tekst. Zorg ervoor dat elke alinea maar 1 thema behandelt en dat je dat thema in de eerste of de laatste zin zet.

Zinsniveau

Probeer maar 1 idee per zin te behandelen. Let erop dat de nieuwe informatie achteraan in de zin staat. Zo creëer je samenhang tussen je zinnen. Ook structuur- en verbindingswoorden kunnen samenhang creëren.


 


 

Vind de oplossing voor je probleem

Werk een bouwplan uit voor je aan je opdracht begint. Hoe je dat doet, vind je onder §1.1. Zie je dat je bepaalde termen, begrippen, theorieën, enz. meerdere keren in het bouwplan terugkeren? Zorg er dan voor dat je die vooraan in je paper één keer grondig bespreekt. Heb je die term, begrip, theorie enz. later opnieuw nodig, verwijs dan voor nadere toelichting telkens naar die passage vooraan in paper. Zo voorkom je eindeloze herhaling.

Met je bouwplan kun je ook naar je promotor stappen. Dan heb je een goed schema om van te vertrekken en kun je samen bijsturen waar nodig.

Bronvermelding van de voorbeelden

Clappaert, Eduard (2012). De impact van de ontdekking van de Nieuwe Wereld op Europ. Paper. KULeuven.

Joncheere, Zoe (2015). Grammatica bij tweedetaalverwerving: impliciet vs. expliciet doceren. Paper. UGent.

Lonsain, Anne (2015). De invloed van het Engels op de Nederlandse standaardtaal sinds de Tweede Wereldoorlog. Paper. UGent.

Louagie, Elyn (2015). Dialect en sociale ontwikkeling: onderzoek naar de gevolgen van dialect spreken op opleidings- en beroepsniveau in Nederland. Paper. UGent.

Volckaert, Sharon (2015). Het nut van grammaticaonderricht in de mondelinge vreemdetaalbeheersing. Paper. UGent.