Van pionier tot voorzitter: prof. Mirko Petrovic blikt terug én vooruit
(06-11-2025)
Prof. Mirko Petrovic nam dit academiejaar afscheid als hoogleraar, maar blijft na zijn emeritaat actief als voorzitter van de Commissie voor Medische Ethiek. In dit interview blikt hij niet alleen terug op zijn carrière, maar kijkt hij ook vooruit naar zijn nieuwe rol. Een gesprek over nieuwsgierigheid, samenwerking en het belang van ethiek in de gezondheidszorg.

Een loopbaan gedreven door nieuwsgierigheid
Hoe bent u begonnen aan onze faculteit?
Als arts werd ik altijd gedreven door nieuwsgierigheid. Die drang om vragen te stellen bracht me al snel naar de universitaire wereld. Onderzoek houdt je scherp, terwijl onderwijs je de kans geeft om kennis en attitude over te dragen aan jonge mensen. Die wisselwerking vond ik bijzonder waardevol.
Mijn doctoraat ging over het oordeelkundig gebruik en de afbouw van psychofarmaca bij ouderen – toen nog een nicheonderwerp. Er bestond destijds een grote afstand tussen artsen en apothekers, en ik heb geprobeerd die stap voor stap te verkleinen. Dat was pionierswerk, maar intussen is het uitgegroeid tot een maatschappelijk relevant thema.
Wat zijn voor u de meest memorabele momenten geweest in uw academische loopbaan?
Er zijn er veel, maar wat me het meest bijblijft, is dat mijn persoonlijke visie op samenwerking ook weerspiegeld werd in het beleid van de universiteit en de faculteit. Mensen worden vandaag niet enkel meer beoordeeld op hun output, maar ook op de manier waarop ze samenwerken. Als vakgroepvoorzitter heb ik een recordaantal van 418 HR-gesprekken gevoerd, maar dat voelde nooit als een belasting. Voor mij was het een kans om collega’s beter te leren kennen en te ondersteunen.
Ook mijn voorzitterschap van de Europese Vereniging voor Geriatrie zal mij bijblijven. Ik heb er gewerkt aan een cultuur van overleg, samenwerking en transparantie, waarin jonge collega’s zich betrokken voelen. In september was ik nog aanwezig op het jaarlijkse congres in IJsland, waar ik duidelijk heb gemerkt dat collega’s dit appreciëren... Dat verbindende aspect is een rode draad doorheen mijn carrière.
Onderwijs en onderzoek in beweging

Welke evoluties binnen het medisch onderwijs heeft u van dichtbij meegemaakt?
Het onderwijs is geëvolueerd van pure kennisoverdracht naar een praktijkgerichte aanpak, van ex cathedra naar kleinere, interactieve groepen. Studenten worden nu beter voorbereid op de praktijk, met ook aandacht voor attitude, multidisciplinariteit en patiëntgerichte zorg. Dat vind ik een positieve evolutie.
Wat gaf u de meeste voldoening in uw contact met studenten en jonge onderzoekers?
Mijn wetenschappelijke nieuwsgierigheid leidde tot veel interactie. Het gaf me voldoening om vragen te beantwoorden, mee te denken, mensen te helpen of te faciliteren. Die openheid en dialoog hebben me altijd gedreven, en dat is ook hetgeen ik nu het meeste ga missen.
Welke onderzoeksthema’s lagen u het nauwst aan het hart?
Het rationeel gebruik van medicatie bij ouderen. Meer medicatie betekent niet per se betere zorg. Toen ik in 2002 mijn doctoraat verdedigde, was dit nog weinig besproken. Intussen is het uitgegroeid tot een belangrijk thema, zowel wetenschappelijk als maatschappelijk. Ook mijn samenwerking met apothekers, zowel klinisch als wetenschappelijk, was hierin cruciaal. Ik was een van de voortrekkers in het erkennen van hun rol als zorgverleners.
Wat blijft u het meest bij van uw tijd aan onze faculteit?
Mijn rol als vakgroepvoorzitter. Bij de hervorming van de vakgroepen heb ik sterk ingezet op verbinding. Onze vakgroep (Inwendige Ziekten en Pediatrie) was de grootste, en ik wilde dat iedereen zich er thuis kon voelen. Ik probeerde met mijn visie op samenwerking en transparantie invloed uit te oefenen op het faculteitsbeleid. Het gevoel van samenhorigheid dat hierdoor ontstond, gecombineerd met de beleidsimpact die ik kon hebben, zal mij altijd bijblijven.
Een nieuwe uitdaging

Hoe heeft u de overgang naar emeritaat ervaren?
Ik had lang op voorhand geanticipeerd, maar hoe dichter het kwam, hoe onbehaaglijker het voelde. De emeritaatsviering was indrukwekkend – een volle zaal, veel appreciatie. Dat deed me echt iets. Het gaf me het gevoel dat ik mijn werk niet voor niets heb gedaan.
En dat maakte het ook een heel dubbel gevoel: dingen loslaten, maar tegelijk een nieuwe opdracht opnemen als voorzitter van de Commissie voor Medische Ethiek. Dat verzacht de overgang.
Wat motiveerde u om deze nieuwe rol op te nemen?
Dat de directie van het UZ Gent en de decaan mij vroegen om deze rol op te nemen, gaf me een bijzonder gevoel van appreciatie. Ik had er zelf niet meteen aan gedacht, maar ik besloot deze uitdaging met overtuiging aan te gaan.
Welke uitdagingen ziet u in het werk van de Commissie Medische Ethiek vandaag?
Onze taak is om relevant onderzoek te ondersteunen, zonder dat administratie een obstakel wordt. De commissie krijgt veel aanvragen, die door een beperkt aantal experten moeten worden verwerkt. Ik wil de processen stroomlijnen, het werk evenredig verdelen en zorgen voor efficiëntie. Transparantie is daarbij essentieel, in beide richtingen.
Hoe wilt u uw ervaring inzetten in deze rol?
Ik wil werken aan groepsgeest, openheid en efficiëntie. We zijn een team, geen verzameling individuen. Het werk is intensief, de expertise is aanwezig, en daarom is het belangrijk dat we elkaar ondersteunen.
Een boodschap voor de toekomst
Welke boodschap zou u willen meegeven aan jonge onderzoekers en lesgevers?
We leven in vreemde tijden, met schaarse middelen en veel concurrentie. Zie je collega niet als concurrent, maar probeer van elkaar te leren. Verspil geen energie aan jezelf te willen bewijzen ten koste van anderen. Werk samen, want uiteindelijk draait alles om betere zorg voor de patiënt. Dáár doen we het voor.