Proclamatiespeeches 16 september 2026

Hieronder kan je de speeches nalezen van Gita Deneckere (decaan), Maria Nkanu Nkanu (master in gender en diversiteit) en Fujin Daemen (master in de Oosterse talen en culturen)

Gita Deneckere, decaan

Mevrouw de pro-vicerector/mijnheer de ere-vicerector, beste collega’s,
En vooral natuurlijk beste studenten, familie en vrienden van onze studenten,

Van harte welkom op deze heuglijke dag in dit grote auditorium waar de meesten onder jullie - studenten - hun eerste lessen kregen, alsof het gisteren was. 
Samen met het professorenkorps en het andere onderwijzende personeel hier verzameld, ben ik heel blij en trots jullie straks gediplomeerd en wel te kunnen afleveren aan de maatschappij die jullie kennis en cultuur, meertaligheid, argumentatiekracht en kritische zin meer dan ooit nodig heeft én naar waarde zal blijven schatten. Dat durf ik althans denken.

Een speciaal woord aan de grootouders. Van míjn opa heb ik een belangrijk boek geërfd dat hij op zeer hoge leeftijd – hij werd net geen honderd jaar – herlezen heeft: The Open Society and its Enemies van de joods-Oostenrijkse filosoof Karl Popper, voor het eerst gepubliceerd in twee delen in 1945. Popper en mijn opa waren generatiegenoten – geboren in het prille begin van de twintigste eeuw, jonge veertigers in 1945. 

Mijn opa was een lezer, hij las Engelse, Franse, Duitse literatuur in de oorspronkelijke taal, om zijn geest te trainen en wakker te houden. Een autodidact van eenvoudige komaf, met een grote bibliotheek en een encyclopedisch geheugen - tot Alzheimer toesloeg. Mijn grootouders hadden in hun tijd niet de kans gekregen naar de universiteit te gaan, maar konden die wel aan hun oudste dochter geven, mijn tante. In ons gezin waren mijn zus en ik eerstegeneratiestudenten. Het diepe respect voor de universiteit en haar professoren dat in mijn familie zat, is op mijn studietraject en in mijn verdere academische carrière altijd een grote steun geweest. De trots van mijn ouders en grootouders op de universitaire prestaties van mij en mijn zus, zie ik hier vandaag ook op jullie gezichten blinken. Het is die glans die van een proclamatie zo’n onvergelijkelijk fijn en feestelijk ritueel maakt.  

Helaas ligt de universiteit, en meer specifiek humanities-faculteiten als de onze, 40 jaar na mijn glansrijk afstuderen in de Blandijn, zwaar onder vuur. Die door en door anti-academische strijd, aangevuurd door extreemrechts, is in de VS in tijden van Trump al jaren aan de gang, met het DEI-beleid – diversity, equity, inclusion – als voornaamste doelwit. Diversiteit, gelijkwaardigheid, inclusie: het zijn de waarden die de universiteit van de 21ste eeuw toegankelijker moeten maken voor iedereen, ongeacht klasse, kleur, gender, etniciteit, religie of beperking. Een beleid dat in feite slechts de voortzetting is – met andere accenten - van de naoorlogse democratisering van het hoger onderwijs waar ook ik een product van ben, op het kruispunt van klasse en gender. 

De inclusieve universiteit is een belangrijke pijler van de open society in de betekenis die Karl Popper daar in 1945 aan hechtte. Popper schetste in zijn au fond liberaal betoog een alternatief voor de totalitaire regimes van zíjn tijd, nationalistisch en fascistisch dan wel communistisch. Zijn visie was principieel democratisch. Maar hij stipte heel precies ook het gevaar van de open society aan: de paradox van de intolerantie. ‘Onbegrensde tolerantie leidt uiteindelijk tot het verdwijnen van tolerantie’, schreef hij. ‘Als we ongelimiteerd tolerant zijn, zelfs tegenover hen die intolerant zijn, als we niet bereid zijn een tolerante samenleving te verdedigen tegen de aanvallen van de intoleranten, dan zullen de toleranten te gronde gaan – en met hen de tolerantie’. Popper riep op de vijanden van de open society te bestrijden met rationele argumenten en ze ‘met behulp van de publieke opinie in toom te houden’. 

Helaas, tweede keer helaas al vandaag, is de publieke opinie dezer dagen, opgepookt door de algoritmes van sociale media, àmper nog in toom te houden. Rationele argumenten worden bovendien selectief geframed, verdraaid en uit context gehaald. Hoe zou Popper zich ten opzichte van onze gepolariseerde publieke opinie positioneren? In zijn optiek was het onderdrukken van intolerante denkbeelden principieel onverstandig, maar hij vond wel dat de open society - in naam van de tolerantie - het recht moest claimen de intoleranten niet te tolereren. ‘Elke beweging die intolerantie predikt, stelt zichzelf buiten de wet’, zo schreef hij. ‘Het is de rechtsstaat die de grenzen van de tolerantie bepaalt’, om de open society te beschermen tegen haar vijanden, ‘zelfs met geweld’.  

Beste studenten, beste familie en vrienden van onze studenten, beste collega’s, in een faculteit Letteren en Wijsbegeerte reflecteren we liever in onze ivoren toren over deze vraagstukken dan dat we er middenin zitten. Helaas, driewerf helaas (en gelukkig voor het laatst op deze heuglijke dag) zijn we deze zomer zoals jullie weten tegen wil en dank in het brandpunt van de internationale cultuuroorlog terecht gekomen. 

Met onze woorden en waarden als enige wapens. 

Woorden en waarden als enige wapens: laat onderzoek van taal en beeldtaal nu net een belangrijk bindteken zijn tussen de vele opleidingen en disciplines die onze faculteit rijk is. Onze kennis en kunde is op het kritisch begrijpen en analyseren van taal, discours en retoriek gebaseerd en daarin schuilt voor een deel onze maatschappelijke rol. We mogen dus ook niet zwijgen als we vaststellen hoe taal en retoriek gemanipuleerd worden. Hoe woorden als ‘woke’ of ‘politiek correct’ of ‘deugdpronken’ gebruikt worden om kritische stemmen in een hoek te duwen en het zwijgen op te leggen. Hoe een waarde als ‘academische vrijheid’ misbruikt wordt om de deur open te zetten voor pseudowetenschap. 

Beste studenten, ook en misschien vooral op een heuglijke dag als een proclamatie mogen we niet zwijgen. Wij zijn het aan onszelf verplicht om vanuit onze kennis van het verleden en van andere talen en culturen, in tijden van polarisatie te proberen begrijpen waarom racisme opnieuw zo virulent is geworden en rationele argumenten gebruiken tegen de intolerantie van de extremen, zoals Popper al stelde. Context en nuance bieden, dàt is de missie van àlle opleidingen Letteren en Wijsbegeerte. 

Voor mij past in onze missie als humanities-faculteit ook een zelf geschreven originele en authentieke masterproef. Met AI hoogstens als een handige tool. Verantwoord gebruik van AI vooronderstelt immers een grote kennis en kunde en kritische zin die je volgens mijn bescheiden mening alleen kan verwerven door héél veel te lezen en te schrijven. 
We zetten binnen alle opleidingen van onze faculteit hard in op ‘digital humanities’ en zijn ook bijzonder trots op een bloeiende afdeling Taaltechnologie, die echt wel in het hart zit van de AI-revolutie vandaag. Het zijn de kenners en experten van de digitale tools en de LLM die ons de weg terugwijzen naar wat ons mens maakt: taal, cultuur, kritisch denken. Wij lopen als faculteit LW niet weg van de mogelijkheden van de technologie, natuurlijk niet, maar hebben wel oog voor de beperkingen ervan en vooral: we plaatsen de mens centraal, de mens die de controle behoudt en aan de knoppen van de technologie blijft zitten. Onze experten in de taaltechnologie kennen maar al te goed het verschil tussen artificiële en échte intelligentie en dus ook de problemen die voortkomen uit het blind omarmen van je chatbot.

Het omarmen van AI aan onze universiteiten mag niet leiden tot het verarmen van onze taal en taligheid, en de moeite die het kost om iets goed te leren en te genieten van dat leren zelf. Met aandacht, toewijding en liefde voor je vak. Zoals mijn grootvader zijn geest trainde door veel te lezen in verschillende talen, wil ik dat mijn kleinkinderen ook goed leren lezen en schrijven, zelf durven denken en hun eigen verbeelding en creativiteit volop kunnen ontwikkelen en hun papers niet uitbesteden aan technologie. Dat mag naïef klinken, maar mij interesseert als prof en evaluator geen AI-gegenereerde output, mij interesseert hoe mijn student in de worsteling met originele bronnen en literatuur een eigen stem vindt. 

***

Zoals Roos Jonckheere haar eigen stem gevonden heeft dankzij haar opleiding. Roos studeert vandaag niet alleen af in de EduMa Taal- en Letterkunde, maar verzorgt straks ook het muzikale intermezzo. Haar inspiratie haalt ze uit literatuur en Taylor Swift. Dankzij het vak English Literature: Taylor’s Version schreef ze haar eigen nummer Ode. We zijn heel blij haar op deze plechtigheid te mogen verwelkomen als jullie generatiegenote en fantastische muzikante.  
   
Luisteren naar de stem van onze studenten is inderdaad luisteren naar de stem van een nieuwe generatie, een generatie die vaak wordt afgeschilderd als apolitiek en gericht op het eigen ik. Een generatie geboren in de gepolariseerde wereld van na de aanslagen van 11 september 2001, economisch belast met de gevolgen van de financiële crisis van 2008 en ecologisch in de greep van klimaatcatastrofes die elkaar in snel tempo opvolgen. De pandemie verstoorde jullie normale leven al in de middelbare school en ook de eerste jaren hier aan de universiteit waren erdoor getekend. Een generatie die is opgegroeid in een ervaringsruimte met een sombere verwachtingshorizon heeft niettemin de doom & gloom achter zich gelaten en een nieuwe sociale beweging opgebouwd uit hoop. Hoop op vrede, duurzame ontwikkeling, internationale solidariteit en intergenerationele gerechtigheid. Die sociale beweging tekent zich wereldwijd af aan tal van universiteiten. Meerstemmig en divers, vanuit verschillende beweegredenen en inspiratiebronnen, die zich niet per se in activisme uiten of hoeven te uiten. Engagement kan heel verschillende vormen aannemen, van Students against Cofnas tot het wippen van tegels en het ontharden van de Blandijn.  

Ik betrek in mijn hulde dan ook graag al onze stuvers (studentenvertegenwoordigers) en dank hen van harte voor hun onverdroten engagement voor de faculteit in het algemeen en hun opleiding in het bijzonder. Onze stuvers krijgen straks behalve hun diploma ook een certificaat uitgereikt dat ze bij sollicitaties kunnen gebruiken.

Beste studenten, alumni van onze faculteit: de maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan vereisen constante bijscholing en nascholing. Onze universiteit zet daarom sterk in op levenslang leren en heeft daartoe samen met de VUB en UA enkele jaren geleden de Nova Academy in het leven geroepen, recent versterkt met zeven hogescholen in onze grootsteden.

Onze eigen faculteit richtte de Humanities Academie op. Een diploma is geen eindpunt, maar de start van je leertraject als professional. Bekijk dus op de website van de HA! de opleidingen over tal van relevante thema's, van artificiële intelligentie in de klas tot genderinclusief communiceren, van onze postgraduaatsopleiding Erfgoed en samenleving tot microcredentials over bibliotherapie en CLIL (Content and Language Integrated Learning). 

De meeste opleidingen worden aangeboden in onze geliefde faculteitsbibliotheek aan de Rozier, ankerplek van onze alumniwerking én van UGent Leest, waar je ook als alumni kan inschrijven voor boeiende leesclubs van en met geliefde professoren. We organiseren daarnaast uitstappen en nocturnes op plekken waar onze alumni werkzaam zijn: dit najaar zijn dat het Huis van Alijn (expo C’est Party), het MSK, waar dra de tentoonstelling rond Jenny Montigny opent en ons ‘eigen’ Centrum Vandenhove met een prachtige collectiepresentatie. Registreer je op Infinitum, het UGent-alumniplatform en je ontvangt onze maandelijkse alumninieuwsbrief boordevol activiteiten en nieuws uit onze groeiende community. Hou ook de socials van de faculteit in het oog, waar we nieuwe initiatieven zullen lanceren, zoals een podcast met als werktitel ‘Stemmen uit de Blandijn’ (van jonge doctores, emeriti, bekende alumni).   

We gaan inderdaad prat op die Bekende Alumni en stellen er elk jaar eentje aan om aan de slag te gaan met onze studenten en onderzoekers. Dit jaar is dat de gelauwerde auteur Charlotte Van den Broeck, master Engelse en Duitse Letterkunde. Zij zal als writer in residence rond ecofeminisme werken met onze studenten Letterkunde.

Op donderdag 1 oktober geeft Charlotte haar openingslezing in de Belvedère van de Boekentoren, met als titel: Echt, niet-echt, net echt. Ondertitel: Over ontembare verhalen, vrouwelijk verzet en monsters. Een pleidooi voor ontembare, hybride verhalen waarin scheppingskracht en vertelplezier een daad van creatief verzet vormen. De mooiste plek van Gent is bijna volzet, boek dus snel een plaatsje. 
Voor wie er niet bij kan zijn, citeer ik graag een beklijvende passage uit Charlotte’s bekroonde werk Een vlam Tasmaanse tijgers (2024). Het gaat over de macht van woorden en het zorgvuldig formuleren daarvan:   

‘Een miljoen soorten worden momenteel met uitsterven bedreigd (…) Het gevaar van je iets proberen voor te stellen in de toekomst, met name iets wat in de toekomst verleden zal zijn, schuilt in de verraderlijke werkwoordstijd: ‘zullen zijn uitgestorven’. Het futurum exactum of de voltooid tegenwoordig toekomende tijd drukt een gegeven uit dat op het moment van spreken onvoltrokken is, want het moet nog gebeuren, en tegelijk voldongen, want het zal zo zijn. De tijd trekt in twee richtingen. De ene richting vraagt daadkracht om van koers te veranderen, de andere richting maakt machteloos omdat de koers al vast lijkt te liggen (…) We kunnen het ons niet voorstellen, niet echt. Het gevaarlijkste aspect van de futurum exactum is misschien wel het hulpwerkwoord ‘zullen’. Het plaatst het verlies van soorten in de toekomst, wat de illusie creëert dat er afstand is, dat er tijd is, maar het gebeurt nu’.

Maria Nkanu Nkanu, Master of Arts in gender en diversiteit

Vandaag sta ik hier.

Zwart.
Vrouw.
Kind van migratie.

Mijn geschiedenis past niet binnen één grens.
Mijn identiteit niet in één vakje.
En mijn stem niet in één land.

Vandaag staat het er.

Zwart op wit.

Een uitdrukking
die vandaag anders klinkt
wanneer jij zelf
de zwarte letters bent.

Want ik sta hier
voor de vrouw die ik geworden ben,
maar ook voor het zwarte meisje dat ik was.

Het meisje dat niet altijd wist
of ruimtes zoals deze
ook voor haar waren gemaakt.

Het meisje dat moest leren
dat intelligentie geen huidskleur heeft,
maar kansen soms wel.

Dat talent overal geboren wordt,
maar niet overal
dezelfde deuren open krijgt.

Ik sta hier niet omdat racisme verdwenen is.
Niet omdat seksisme voorbij is.
Niet omdat de kinderen van migratie
eindelijk allemaal dezelfde kansen krijgen.

Ik sta hier
ondanks.

Ondanks de blikken.
Ondanks de twijfel.
Ondanks de keren dat mensen
onze namen verkeerd uitspreken
en vervolgens verwachten
dat wij onszelf kleiner maken.

Ondanks de wereld
die zwarte vrouwen eerst leert
om sterk te zijn
en daarna verbaasd vraagt
waarom wij zo moe zijn.

Vandaag zijn wij de 
Master of Arts.

Maar de kunst
was niet alleen het studeren.

De kunst was blijven staan
in ruimtes waarin mensen zoals ik
lange tijd niet mochten binnenkomen.

De kunst was spreken
zonder mijn stem zachter te maken
om anderen comfortabel te houden.

De kunst was weten:

ik ben niet te luid.
Ik ben niet te zwart.
Ik ben niet te vrouw.
Ik ben niet te veel.

Ik ben hier.
En juist vandaag
denk ik aan Professor Jason Arday.

Zijn tragische overlijden 
laat ook de academische wereld niet ongemoeid.

Want structureel racisme
leeft niet alleen buiten deze muren.
Ook hier moeten we blijven vragen:
wie wordt gehoord,
wie wordt gedragen
en wie te lang
alleen sterk moet blijven?

Maar terwijl wij vandaag vieren,
brandt de wereld verder.

En ik kan hier niet spreken over vrijheid
alsof vrijheid voor iedereen
al werkelijkheid is.

Dus zeg ik:

Free Congo,
omdat Congolese levens
meer waard zijn
dan wat uit Congolese grond gehaald kan worden.

Free Sudan.
Voor een volk
dat schreeuwt
terwijl de wereld
het volume lager zet.

Free Palestina.
Voor ieder kind
dat een naam,
een gezicht,
een familie
en een toekomst had.

Free Iran.
Voor de vrouwen
die hun haar,
hun lichaam
en hun leven
niet als bezit van de staat beschouwen.

Free Afghanistan.
Voor de meisjes
van wie klaslokalen werden afgenomen,
maar niet hun intelligentie,
hun dromen of hun recht om te bestaan.
En voor ieder land
dat ik vandaag niet noem.

Voor ieder volk
dat niet genoeg aandacht krijgt
om een slogan te worden.

Het spijt me
als ook ik jullie door niet te noemen
voor nu terug onzichtbaar maak.

Maar weet:
ik spreek niet omdat ik denk
dat ik namens iedereen kan spreken.

Ik spreek omdat ik weiger
alleen voor mezelf te spreken.

Want wat betekent onze vrijheid
wanneer een andere vrouw
niet vrij mag bewegen?

Wat betekent ons diploma
wanneer een ander meisje
niet naar school mag?

Wat betekent onze kennis
als wij precies weten
wat er gebeurt
maar besluiten
dat het niet ons probleem is?

Wij studeerden taal,
geschiedenis,
cultuur,
macht
en menselijkheid.

Maar kennis zonder handelen
is gewoon een mooi woord
op een duur stuk papier.
Dus laat ons vandaag vieren.

Echt vieren.

Laat onze families trots zijn.
Laat onze namen door deze zaal klinken.
Laat ons foto’s maken
met diploma’s in onze handen
en opluchting in onze ogen.

Maar laat ons morgen
onze kennis meenemen
naar de wereld buiten deze zaal.

Een wereld die ons nodig heeft.

Niet alleen als masters.
Niet alleen als denkers.
Niet alleen als mensen

Maar als durvers

Die kijken, luisteren en spreken

Ook wanneer onze stem trilt.
Ook wanneer de zaal stil wordt.
Ook wanneer de waarheid
ongemakkelijker is
dan het applaus.

Vandaag staat het hier.

Zwart op wit.

Wij zijn afgestudeerd.

Maar ons werk 
begint nu pas.

Fujin Daemen, Master of Arts in de Oosterse talen en culturen (China)

Geachte mevrouw decaan, geachte professoren 
Beste afgestudeerden, beste familie en vrienden

Vandaag ronden wij onze master af. Voor sommigen van ons was het een rechte lijn: na het secundair, een bachelor, een master, vandaag dit auditorium. Voor anderen was het parcours hobbelig – met een omweg, momenten van twijfel, een jaar dat langer duurde dan gepland. Ieder van ons legde een andere weg af. Maar vandaag staan we samen op hetzelfde punt.

千⾥之⾏,始於⾜下 – ‘een reis van duizend mijl begint met één enkele stap’ – schreef Laozi, meer dan tweeduizend jaar geleden, in de Dao De Jing. Onze eerste stap ligt al jaren achter ons. Voor sommigen was dat het moment waarop we een volslagen onbekend alfabet, een vreemde grammatica, een taal zonder enig aanknopingspunt aandurfden. Voor anderen was het de beslissing om net dieper te gaan in een taal die al vertrouwd voelde – een taal die we op school hadden geleerd en die we niet wilden loslaten. Wat ons vertrekpunt ook was, sindsdien hebben we stap na stap gezet. Een grammaticaregel die eindelijk bleef hangen. Een tekst die eerst ondoordringbaar leek en uiteindelijk begon te spreken. Een auteur, een periode, een taal waarin we ons zo hebben vastgebeten dat die een deel van onszelf is geworden.

Vandaag is geen eindpunt. Het is een tussenstop. De reis gaat verder.

Laat me eerlijk zijn, de weg die voor ons ligt is niet gegarandeerd vlak. De arbeidsmarkt is niet altijd mals voor wie geesteswetenschappen studeerde. De cijfers liegen niet: de start is vaak onzekerder dan bij een technische opleiding. Maar een reis wordt niet gemeten aan hoe gemakkelijk de eerste stappen zijn, wél aan waar hij je uiteindelijk brengt.

En, laat me eerlijk zijn over nog iets: we studeren af in een tijd waarin sommigen zich hardop afvragen of wat wij tijdens onze opleiding hebben geleerd nog wel van betekenis is. Wat is de rol van een taalkundige, een letterkundige, een sinoloog ... in een wereld waarin een machine binnen twee seconden een tekst schrijft, vertaalt, samenvat?

Ik denk dat het antwoord scherper is dan ooit – juist omdát die machine er is.

AI genereert vloeiende taal, geen gegarandeerde waarheid. Wij hebben het onderscheid leren maken tussen die twee, en dat wordt met de dag belangrijker. Neem het voorbeeld van Peter Vandermeersch, voormalig hoofdredacteur van De Standaard: eerder dit jaar werd hij geschorst nadat bleek dat tientallen citaten in 15 van zijn 53 blogposts door AI gegenereerd waren – overtuigend klinkend, maar volledig fictief. AI-expert Wim Casteels schreef er in Knack over dat dit geen individuele uitglijder was. Het voorbeeld legt een fundamentelere kwetsbaarheid bloot: we kunnen niet langer automatisch vertrouwen op taal die overtuigend klinkt. Taalmodellen zijn gebouwd om plausibele tekst te genereren, niet om correcte tekst te leveren. Correcte en incorrecte output klinken daardoor even overtuigend – en daar zit het gevaar: niet in een uitzondering die je kan detecteren, maar in de moeilijkheid om vanaf de buitenkant het verschil te zien. Wie denkwerk stelselmatig uitbesteedt aan een taalmodel, oefent zijn eigen kritisch vermogen minder. En onderzoek laat zien wat daarvan het gevolg kan zijn: dat vermogen neemt langzaam af. Wij, van deze faculteit, zijn opgeleid om net dát te blijven doen wat moeilijk, maar niet onmogelijk is: bronnen analyseren, twijfelen, verifiëren. Dat is geen bijvak. Dat is de kern van wat we hier hebben meegekregen.

En het gaat verder dan feitencontrole. Techniek zelf beslist niet wat rechtvaardig is. Toen Lode Lauwaert, professor techniekfilosofie en houder van de Chair Ethics and AI aan de KU Leuven, vorig jaar waarschuwde dat techbazen via AI hun overtuigingen zo diep in de samenleving kunnen verankeren dat hij het vergeleek met een atoombom, sprak hij als filosoof. Wie de vragen stelt over macht, verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid bij AI, komt niet uit een lab – die komt uit een faculteit als de onze.

Er is één ding dat mensen, in elke tijd en op elk continent, steeds opnieuw hebben moeten herontdekken: dat zelfkennis begint bij het verdiepen in taal, verhaal en denken.

Socrates zei het in Athene, vlak voor zijn dood. ὁ δὲ ἀνεξέταστος βίος οὐ βιωτὸς ἀνθρώπῳ – ‘het niet-doorvorste leven is voor een mens niet leefbaar.’ Niet: een leven zonder kennis. Een leven zonder jezelf te bevragen.

Aan de andere kant van de wereld, zonder dat hij ooit van Socrates gehoord had – en Socrates evenmin van hem – formuleerde Confucius een verwant inzicht: 学⽽不思则罔 ,思⽽不学则殆 – 'leren zonder nadenken is verspilde moeite; nadenken zonder leren is gevaarlijk.' Twee beschavingen, duizenden kilometers van elkaar verwijderd, zonder enig aantoonbaar contact, kwamen onafhankelijk van elkaar tot hetzelfde inzicht.

Drie eeuwen later gaf Cicero er in Rome een naam aan: studia humanitatis – de studies van het mens-zijn. In zijn eigen woorden, ter verdediging van de dichter Archias: Haec studia adulescentiam alunt, senectutem oblectant – ‘deze studies voeden de jeugd, verheugen de ouderdom.’ Hetzelfde inzicht kreeg in verschillende tijden en culturen telkens opnieuw vorm.

Weer eeuwen later, tijdens zijn studie in Japan, stond de Chinese schrijver Lu Xun voor een keuze: lichamen genezen als arts, of de pen opnemen. Hij kwam tot het inzicht dat een gezond lichaam weinig betekent wanneer een samenleving geestelijk verdoofd blijft. Hij koos de pen.

Al in 2010 waarschuwde filosofe Martha Nussbaum in haar boek Not for Profit: Why Democracy Needs the Humanities dat onderwijssystemen dreigen generaties van ‘useful machines’ voort te brengen in plaats van burgers die zelfstandig kunnen denken, tradities kunnen bevragen en het lijden en de prestaties van anderen kunnen begrijpen. Precies die vaardigheden zijn wat geesteswetenschappen en kunsten volgens Nussbaum cultiveren. Vijftien jaar later klinkt die waarschuwing niet gedateerd. Ze klinkt actueler dan ooit.

We erven onze kritische houding van deze denkers. Onze universiteit heeft daar zelfs een motto voor, een motto dat we de voorbije jaren te pas en te onpas hebben moeten toepassen: durf denken.

Die durf stopt niet vandaag. Ze reist mee. Of je volgend academiejaar verder studeert en je denken nog verder verdiept, of de arbeidsmarkt vervoegt en ontdekt dat een kritische geest evengoed nodig is in een bedrijf, een klaslokaal, een redactie als in een universiteitsgebouw – die durf gaat mee, in beide richtingen.

En voor we vertrekken, nog één dankwoord. Aan onze professoren en docenten, die ons onderweg hebben uitgedaagd en geïnspireerd. Aan onze ouders, familie en vrienden, die bij elke stap naast ons stonden. En aan iedereen die deel uitmaakte van onze reis: dank jullie wel.

Wat we vandaag afsluiten, is geen eindpunt. Het is, om met Laozi te spreken: 千⾥之⾏,始於⾜下 – ‘een reis van duizend mijl begint met één enkele stap’. Die eerste stap ligt al achter ons. Wat voor ons ligt, is de rest van de reis.