Cel kwaliteitszorg onderwijs (CKO)

Samenstelling

Onderwijsevaluaties

Meer weten?

 

In haar streven naar kwalitatief hoogstaand onderwijs heeft de UGent verschillende interne controlesystemen ontwikkeld.

Met interne kwaliteitszorg worden de systemen, middelen en procedures bedoeld inzake kwaliteitszorg en -bewaking die ontwikkeld worden op institutioneel niveau met het oog op de optimalisering van het onderwijs.

Een van de organen die op facultair niveau de kwaliteitszorg moet bevorderen is de Cel Kwaliteitszorg Onderwijs (verder CKO). De CKO ondersteunt en begeleidt de functies en taken van de opleidingscommissies logistiek en materieel, zowel naar vorm als naar inhoud.

Daarnaast fungeert de CKO als inspirator voor onderwijsvernieuwing en als kritische reflector over het vigerend onderwijs aan de faculteit.

Vanuit die optiek neemt de CKO volgende functies waar:

  • het aanbrengen van methodes, procedures en nieuwe initiatieven inzake de ontwikkeling van de onderwijsinhoud en de onderwijsleerprocessen
  • opvolgen van de resultaten van het vigerend onderwijs en van de vernieuwingen
  • kritisch reflecteren over onderwijsinhoud, processen en resultaten

Centraal in de missie van de CKO staat natuurlijk het promoten van wat we onder 'goed onderwijs' verstaan. De CKO zal bijdragen tot het stimuleren van 'goed' onderwijs en van een kwalitatieve leeromgeving, dit zowel op het niveau van de individuele vakken als op het niveau van de opleiding. De CKO zal met deze bedoeling initiatieven ontwikkelen om de organisatorische, fysieke en technische leeromgeving positief te beïnvloeden.

De CKO:

  • Werkt mee aan het stimuleren van een faculteitscultuur waarbij elk lid van het academisch personeel (en alle andere betrokken personeelsleden) gemotiveerd wordt om bij te dragen tot de optimalisatie van de lespraktijk.
  • Biedt stimulansen om de variatie op het vlak van leerstijlen te vergroten en meer specifiek om innoverende en activerende leerstijlen te bevorderen.
  • Reflecteert kritisch over de onderwijsinhoud, processen en resultaten van het vigerende onderwijs.
  • Stelt correctieve acties voor indien in de onderwijsevaluatie disfuncties worden vastgesteld.

Interne kwaliteitszorg aan de PSW

Het takenpakket van de CKO kan omschreven worden als interne kwaliteitszorg, maar dan specifiek voor het onderwijs. Om het kwaliteitsbeleid te ondersteunen beschikt de CKO over verschillende instrumenten die verder meer uitvoerig worden besproken: onderwijsevaluaties , opleidingsevaluaties, slaagcijferonderzoek, alumibevragingen, studietijdmetingen, enz. Daarnaast gebeuren er regelmatig verschillende evaluaties binnen de diverse opleidingscommissies, waar de CKO een ondersteunende en adviserende rol heeft.

Op het implementatieniveau spelen de studenten een cruciale rol bij de kwaliteitsbewaking. Via drie kanalen kunnen problemen en suggesties tot verbetering doorgegeven worden: ten eerste via studentenvertegenwoordiging in de universitaire Onderwijsraad (OR), de faculteitsraad (FR) en de opleidingscommissies (OC’s), ten tweede via de onderwijsevaluaties en studietijdmetingen en ten derde via de ombudspersonen. De aanstelling van de studentenvertegenwoordiging in de verschillende raden en commissies van de FPSW wordt jaarlijks op de faculteitsraad geagendeerd. Alle studenten van de faculteit worden hiertoe actief uitgenodigd. De studentenvertegenwoordigers organiseren zichzelf via StuRa (studentenraad PSW).

Bij het doorlopen van de kwaliteitscyclus ligt de nadruk niet louter op standaardiseren en uniformiseren, maar is er uiteraard ook ruimte voor eigenheid, creativiteit en vernieuwing. Zo dient de faculteit in de schoot van de CKO ook jaarlijks een onderwijsinnovatieproject in.

Kwaliteitszorg in eigen regie


Sinds het afschaffen van de visitaties staat de UGent en haar opleidingen zelf in voor de kwaliteitscontrole op haar opleidingen, via een uitgebreid systeem van kritische zelfreflectie en onderwijskwaliteitszorg.
De Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen, en meer bepaald de Cel en Commissie Kwaliteitszorg Onderwijs, waken erover dat al onze opleidingen aan volgende voorwaarden voldoen:
•    De opleiding heeft een duidelijke visie, opleidingscompetenties die nationaal en internationaal relevant en afgetoetst zijn en voldoen qua niveau, inhoud en oriëntatie.
•    De opleiding heeft een logisch opgebouwd programma en een goede afstemming tussen leerresultaten, programma en werkvormen.
•    De opleiding heeft een toetsvisie en toetsbeleid afgestemd op de leerresultaten en het leerproces.
•    Er is een cultuur van permanente kwaliteitszorg en kwaliteitsverbetering in de opleiding.
•    De opleiding deelt optimaal informatie en communiceert met alle betrokkenen.
Een weerslag hiervan (via het PDCA-model) is terug te vinden in het facultaire en de diverse opleidingsportfolio’s, die sinds 2019/20 worden omgevormd naar meer werkbare, actieve opleidingsmonitors (in combinatie met en gelinkt aan de CKO & OC teamsites die de werking van onze CKO en Opleidingscommissies ondersteunen).

Facultair onderwijsbeleidsplan


Als deel van de nieuwe beleidscyclus stellen de faculteiten geïntegreerde beleidsplannen op waarin wordt uitgetekend hoe de strategische opties van de faculteit aansluiten bij die van de instelling als geheel, zowel op gebied van onderwijs, onderzoek als dienstverlening.
Het onderwijsbeleidsplan bevat naast het onderwijsbeleid gerelateerd aan de 6 strategische doel¬stellingen ook de concrete plannen voor de toekomst.
Het facultair onderwijsbeleidsplan dient als basis voor het uitwerken van het facultair geïntegreerd beleidsplan waarin ook onderzoek, dienstverlening en personeelsbeleid worden opgenomen.

Onderwijskwaliteitsbureau

Het onderwijskwaliteitsbureau is een gespecialiseerd orgaan dat belast is met de opvolging van de kwaliteitszorg aan de UGent en met het uitwerken van praktische voorstellen voor diezelfde kwaliteitszorg.
De taken van het onderwijskwaliteitsbureau omvatten meer bepaald:
1.    De (cyclische) bespreking van het gerealiseerde kwaliteitsniveau van de faculteiten en/of de opleidingen en van de mate waarin de opleidingen en/of faculteiten de nodige initiatieven nemen om die kwaliteit te borgen.
2.    Het formuleren van aanbevelingen en eventueel van dwingende maatregelen voor de bijsturing van de kwaliteitszorg.
3.    Het uitwerken van een kader voor zorglijkverklaring, van intensieve bijsturingstrajecten bij zorglijkverklaring, van procedures ter kennisgeving aan het bestuur van zorglijkverklaringen, van procedures van bijsturing in dergelijke gevallen en van procedures ter advisering aan de Raad van Bestuur van de wijziging van de programma’s of de stopzetting van opleidingen.
4.    Het opleggen van - als de beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft - voorwaarden aan opleidingen om zorglijkverklaring te voorkomen.
5.    Het opstellen van een programma, met opgave van de regelmaat van peerleerbezoeken.
6.    Het samenstellen van de teams die de peerleerbezoeken afleggen en het aanduiden van hun voorzitter.
7.    Het adviseren aan het bestuur over volledig externe visitaties voor bepaalde opleidingen (voor zover die buiten de kaders van de externe visitering vallen).
8.    Het op eigen initiatief of op uitdrukkelijke vraag adviseren van de Raad van Bestuur en het Bestuurscollege bij aangelegenheden die de onderwijskwaliteitszorg aangaan.
Dit adviesrecht doet geen afbreuk aan de adviesrechten van andere interne organen aangaande kwaliteitszorg (b.v. de Onderwijsraad)

Peer-leerbezoeken

Peer-leerbezoeken kunnen gezien worden als interne visitaties, of beter ‘visites’, waarbij een team van drie voorzitters van Opleidingscommissies uit andere UGent-opleidingen de opleiding één dag bezoekt en een oordeel geeft over de visie, beleid, beleidsuitvoering, monitoring en verbeterbeleid op basis van de zes strategische doelstellingen.
Dit team van drie voorzitters wordt versterkt door een externe vakinhoudelijke expert, een student en een medewerker van de Directie Onderwijsaangelegenheden (DOWA, secretaris).