Geschiedenis van de collectie

Eind jaren 1950 neemt de universitaire expansie een aanvang en ontstaan er meer en meer afzonderlijke specialisaties. In deze context beginnen ook de seminaries van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte zich duidelijker te profileren.  Zo worden de ‘Leergangen Germaanse philologie’ in 1955 officieel opgedeeld in afzonderlijke seminaries.

Het Seminarie voor Engelse Filologie en de bijhorende bibliotheek, gelegen in de Universiteitstraat, komen onder leiding te staan van directeur Franz De Backer.

Rond 1960 verhuist de dienst naar de nieuwe faculteitsgebouwen op de Blandijnberg en wordt het seminarie opgesplitst in Engelse Taalkunde en Engelse Literatuurstudie. De gezamenlijke bibliotheek blijft echter behouden. Het seminarie voor Engelse Literatuurstudie wordt geleid door Willem Schrickx. Hij was het die in de jaren vijftig reeds de basis legde voor de ordening van de literatuurafdeling per eeuw en per auteur, naar Duits voorbeeld. Onder professor Schrickx komt de collectie Engelse literatuur in de gouden jaren zestig tot volle ontwikkeling. Als gevolg van de snelle aangroei wordt de seminariebibliotheek in 1966 formeel gesplitst in Engelse Taalkunde en Engelse Literatuur. Beide afdelingen krijgen een apart inschrijvingsregister.

In 1971 is de fysieke scheiding een feit, wanneer het Seminarie voor Engelse Literatuur en de bijhorende bibliotheek wegens plaatsgebrek verhuizen naar het gebouwencomplex aan de Rozier. Daar wordt de seminariebibliotheek ingericht als depotbibliotheek. In datzelfde jaar wordt het Documentatiecentrum voor Dramatische Kunst geïntegreerd in het seminarie. Dit centrum heeft als doel “het opzoeken en verzamelen van alle documentatie in verband met dramatische kunst en het bevorderen van de studie ervan”[1] en maakt daarbij gebruik van de infrastructuur en het personeel van de bibliotheek voor Engelse Literatuur. In de jaren 1970 groeit tevens de interesse in Amerikaanse letterkunde en kent de betrokken collectie een eerste bloei.

In de tweede helft van de jaren 1980 stagneert de aangroei van de collectie in aanzienlijke mate door besparingsplannen als gevolg van de economische crisis. De zeer beperkte budgetten zorgen voor een gebrek aan evenwicht in de collectievorming. Verder gaat men in deze periode over tot een doorgedreven rationalisering van de systematiek van de collectie. De opeenvolging van assistenten had immers gezorgd voor een aantal overbodige of onduidelijke categorieën. Tevens wordt een handleiding opgemaakt voor het opstellen van steekkaarten voor de catalogi. In 1988 wordt het Documentatiecentrum voor Dramatische Kunst afgehaakt van het seminarie. Vanaf dan draagt de dienst de naam  ‘Seminarie voor Engelse en Amerikaanse Literatuur’.

Begin jaren 1990 worden de seminaries omgevormd tot vakgroepen. Voor de bibliotheek betekent dit slechts een verandering van naam naar ‘Vakgroepbibliotheek Engelse en Amerikaanse Letterkunde’. Een meer ingrijpende verandering is de overgang van het analoge steekkaartensysteem naar de digitale Aleph-catalogus. In deze context functioneert de vakgroepbibliotheek Engelse en Amerikaanse Letterkunde als pilootbibliotheek wat betreft bestellingen via de facultaire besteldienst L&W. De fichecatalogus wordt definitief stopgezet op 1 januari 2004.

In 1995 wordt het Ghent Urban Studies Team opgericht in het kader van een samenwerkingsverband tussen de vakgroep Engelse en Amerikaanse Letterkunde en de vakgroep Architectuur & Stedenbouw. Beide vakgroepen beheren de betrokken collectie. Verder wordt de collectie rond Teaching Methodology afgevoerd. Deze was verbonden aan het aggregaatscollege Vakdidactiek (partim: Engels) en wordt grotendeels overgebracht naar de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen. Tenslotte ontvangt de vakgroepbibliotheek in de jaren 1990 verschillende aanzienlijke giften van de Amerikaanse, Australische, Canadese en Ierse ambassades.

De huidige collectie Engelse en Amerikaanse letterkunde is kwalitatief hoogstaand op nationaal vlak. In de periode 1960-1985 is de acquisitie centraal in handen van professor Schrickx. Daarna heerst er een democratischer systeem waarbij het werkingskrediet evenredig verdeeld wordt onder de betrokkenen.  Jean-Pierre Vander Motten is na de pensionering van Willem Schrickx vanaf 1985 tot 2010 de collectiebeheerder, naast zijn engagement als voorzitter van de facultaire bibliotheekcommissie Letteren en Wijsbegeerte. Vanaf 2011 valt het collectiebeheer onder Sandro Jung.

In het najaar 2011 wordt de collectie overgebracht naar de Faculteitsbibliotheek Letteren en Wijsbegeerte. Daarbij wordt een deel van de collectie in depot geplaatst (hoofdzakelijk minder actuele titels). Begin 2014 wordt de GUST-collectie geïntegreerd in de collectie Kunstwetenschappen (L70).

Faculteitsbibliotheek 2016.
Faculteitsbibliotheek 2016.