Toegegeven: mijn eerste reactie op Pauls uitnodiging was dat dit niets voor mij was. Binnen mijn expertisegebied, de prehistorie, is het immers veel gebruikelijker om te publiceren in tijdschriften dan in monografieën of reeksen. Prehistorisch onderzoek is per definitie multidisciplinair, omdat klimaat en omgeving een cruciale rol spelen in de levenswijze van onze prehistorische voorouders. Dat vereist een grondige kennis van het toenmalige landschap en verklaart mijn langdurige samenwerking met collega’s uit de wetenschappen, de bio-ingenieurswetenschappen en, de laatste jaren, ook de farmaceutische wetenschappen—disciplines waarin publicaties doorgaans in tijdschriften verschijnen. Daardoor telt mijn bibliotheek, zeker vergeleken met die van collega’s binnen de eigen vakgroep en faculteit, relatief weinig boeken. 21 boeken selecteren die belangrijk waren in mijn leven en loopbaan was dan ook geen sinecure. Maar naarmate ik er langer over nadacht, besefte ik hoeveel boeken er toch zijn die voor mij een bijzondere betekenis hebben. Dank dus aan Paul om mij over de streep te trekken. Mijn boekselectie valt uiteen in verschillende rubrieken. Het merendeel behoort vanzelfsprekend tot de vakliteratuur. Daarin kan nog een verdere opdeling worden gemaakt, als weerspiegeling van de diversiteit die ik altijd heb nagestreefd in mijn onderzoek: boeken over prehistorische archeologie, boeken binnen de brede noemer “etno-archeologie” en werken die aansluiten bij “climate-change archaeology”, de studie van de impact van vroegere klimaatveranderingen op mens en omgeving. Daarnaast heb ik ook enkele boeken opgenomen die teruggaan tot mijn jeugdjaren, evenals romans uit mijn studententijd en literatuur die ik tijdens de zeldzame rustmomenten in mijn loopbaan las—meestal tijdens de zomer. Vaak koos ik ook dan voor non-fiction, al dan niet met een archeologische of historische insteek.
S.J. De Laet, La Belgique d’avant les Romains, Éditions Universa, Wetteren, 1982, 793 pp. Dit overzichtswerk van de Belgische prehistorie—tot op vandaag ongeëvenaard—was een van de belangrijkste handboeken tijdens mijn licenties. Ik behoorde tot de allerlaatste lichting studenten die les kreeg van de befaamde, maar ook ietwat gevreesde prof. De Laet. Zijn handboek, dat lange tijd als dé referentie gold, was door zijn exhaustieve karakter een stevige “klepper”. Maar net dat maakt het tot het naslagwerk dat mijn interesse voor de prehistorie heeft aangewakkerd.
C. Renfrew & P. Bahn, Archaeology. Theories, Methods and Practice, Thames & Hudson, 2012. Dit is wellicht het naslagwerk dat ik in mijn loopbaan het vaakst geraadpleegd heb. Het biedt een uitgebreid overzicht van de meest courante onderzoekstechnieken en - methoden binnen de archeologie en is onmisbaar in elke archeologische bibliotheek. Omdat het meermaals geüpdatet werd, heb ik inmiddels zes edities in mijn persoonlijke collectie.
C. Scarre, The Human Past. World Prehistory & the Development of Human Societies, Thames & Hudson, 2005. Een van de weinige naslagwerken die een overzicht biedt van de prehistorie op wereldschaal. Ideaal om inzicht te krijgen in de gelijktijdigheid van culturen en ontwikkelingen op verschillende continenten.
C. Gamble, The Palaeolithic Societies of Europe, Cambridge World Archaeology, 1999. Hoewel mijn onderzoek zich vooral richtte op jongere prehistorische fasen (Mesolithicum–Neolithicum), is dit een onmisbaar werk voor elke prehistoricus. Gamble biedt een zeer volledig en kritisch overzicht van de vroegste menselijke samenlevingen in Europa.
L.N. Stutz, R.P. Stjerna & M. Tõrv (eds), The Oxford Handbook of Mesolithic Europe, Oxford Academic, 2025. Lang ontbrak het aan een degelijk handboek over het Europese mesolithicum, een periode die lang onterecht als een oninteressante overgangsfase werd beschouwd. Gelukkig is dit de voorbije decennia sterk veranderd. Dit uitgebreide naslagwerk, verschenen in 2025, getuigt daarvan. Ik ben bijzonder fier dat twee bijdragen van onze onderzoeksgroep hierin zijn opgenomen.
L.R. Binford, In Pursuit of the Past: Decoding the Archaeological Record, Thames & Hudson, 1983. Lewis Binford wordt terecht beschouwd als de grondlegger van de etno-archeologie, een discipline die inzichten in prehistorische jager-verzamelaars probeert te verwerven via de studie van hedendaagse niet-Westerse samenlevingen. Al vroeg in mijn carrière ontwikkelde ik een bijzondere interesse voor deze benadering, die nadien een integraal deel zou uitmaken van mijn onderzoek en onderwijs. Dit boek, geschreven op het niveau van archeologiestudenten, geldt als een van de belangrijkste handboeken binnen de etno-archeologie. Een absolute aanrader.
L.R. Binford, Working at Archaeology, Academic Press, 1983. Een bundeling van Binfords meest invloedrijke wetenschappelijke artikelen. Een van de bekendste is Willow Smoke and Dogs, waarin hij het onderscheid tussen twee exploitatiesystemen bij jager-verzamelaars uiteenzet: “collectors” en “foragers”. Dit is wellicht zijn meest spraakmakende artikel, en het heeft talloze prehistorici geholpen om prehistorische samenlevingen beter te begrijpen.
R.L. Kelly, The Foraging Spectrum: Diversity in Hunter-Gatherer Lifeways, Smithsonian Institution Press, 1995. In mijn ogen is dit werk een waardige opvolger van Binfords handboek. De absolute meerwaarde ligt in de brede geografische reikwijdte van de etnografische gegevens, wat leidt tot een veel completer inzicht. Eveneens een aanrader voor elke prehistoricus.
J.D. Speth, The Paleoanthropology and Archaeology of Big-Game Hunting. Protein, Fat, or Politics? Springer, 2012. Speth biedt op basis van etnografische data een verfrissende, alternatieve kijk op het dieet van jager-verzamelaars. Hij benadrukt onder meer de gevaren van een te hoge eiwitconsumptie wanneer vet wordt gemeden—een boodschap die ook relevant is voor hedendaagse diëten. Dit werk heeft me sterk geïnspireerd in mijn eigen studie van prehistorische voeding.
W. Leigh, Bowie. De biografie, Uitgeverij Brandt, 2016. Muziek is altijd een constante factor geweest in mijn leven, al vond ik tijdens mijn loopbaan steeds minder tijd om echt te luisteren. Als compensatie las ik tijdens het zomerreces af en toe een biografie van een muzikant. Die over David Bowie is me het meest bijgebleven.
H. Lampo, De zwanen van Stonehenge, Meulenhoff, 1972. In mijn jeugd was ik in de ban van het magisch realisme. Ik verslond de werken van Hubert Lampo en Johan Daisne, maar dit boek is mij het meest bijgebleven—niet zozeer om de archeologisch geïnspireerde titel, maar om het meeslepende verhaal.
W. Ruyslinck, De uilen van Minerva, Manteau, 1985. Ward Ruyslinck was een van mijn lievelingsauteurs. Ik selecteer deze roman omdat ik hem van mijn lief — mijn huidige vrouw — kreeg toen ik samen met collega’s op mijn eerste buitenlandse expeditie vertrok (bestemming Pessinus, Turkije).
A. Weymouth, Koning van de Yukon. Stroomafwaarts door Alaska, Thomas Rap, 2019. Naast vakliteratuur over etno-archeologie las ik graag non-fiction over vroegere, soms verdwenen samenlevingen. Dit boek schetst het verhaal van de Yukon rivier in NW-Canada en Alaska aan de hand van de zalmmigratie. De teloorgang van deze vissoort—en daarmee ook van de Inuits die er afhankelijk van waren—is bijzonder aangrijpend beschreven.
V. Trouet, Wat bomen ons vertellen. Een geschiedenis van de wereld geschreven in jaarringen, Lannoo, 2020. Een zeer toegankelijk boek dat de lezer inwijdt in de wereld van jaarringonderzoek. Vanuit mijn interesse in klimaatverandering in het verre verleden heb ik dit werk bijna in één ruk uitgelezen. Het is fascinerend hoe jaarringen niet alleen archeologische sites exact kunnen dateren, maar ook vroegere klimaatschommelingen en bosbranden helpen reconstrueren.
P. Blom, De opstand van de natuur. Een geschiedenis van de kleine ijstijd (1570–1700), De Bezige Bij, 2017. Ik wilde dit boek absoluut lezen omdat het een van de best gedocumenteerde koude episodes uit het recente verleden belicht: de kleine ijstijd. Dankzij talloze teksten en rijk cartografisch en iconografisch materiaal weten we veel over deze relatief korte maar intense periode. Mijn interesse sluit aan bij mijn eigen onderzoek naar kortstondige klimaatveranderingen (“cooling events”) in de prehistorie en hun impact op mens en omgeving. Hoewel de maatschappelijke context totaal anders was, hoopte ik inspiratie te vinden voor de prehistorische situatie.
C. De Stoop, Dit is mijn hof, De Bezige Bij, 2015. Op het eerste gezicht staat dit boek los van mijn onderzoek, en toch ook weer niet. Het beschrijft de teloorgang van de Waaslandse polders door de uitbreiding van de Antwerpse haven op Linkeroever. Ik was bijzonder geïnteresseerd omdat ik bijna mijn hele loopbaan in dit gebied actief ben geweest. Veel van mijn opgravingen vonden plaats in de context van havenuitbreidingen. Voor mij waren die infrastructuurwerken een zegen, omdat ze unieke mogelijkheden boden voor grootschalige opgravingen naar uitstekend bewaarde prehistorische sites. Het boek van De Stoop toont echter de andere, minder positieve kant: het verlies aan vruchtbare landbouwgrond en de moedige strijd van lokale boeren.
P. Crombé et al. (eds), Chronology and Evolution within the Mesolithic of North-west Europe, Cambridge Scholars Publishing, 2009. Deze congresbundel, voortgekomen uit de bijeenkomst die we in 2007 in Brussel organiseerden, neemt een bijzondere plaats in mijn bibliotheek in. Wat een gemoedelijke samenkomst onder collega-prehistorici moest worden, werd overschaduwd door het plotse overlijden van mijn beste vriend en collega Mark Meganck. Als eerbetoon hebben we de publicatie aan Mark opgedragen.
L. Ung, Eerst doodden ze mijn vader, Anthos/Manteau, 2000. Het aangrijpende getuigenis van een overlevende van het wrede regime van Pol Pot in Cambodja. Dit boek heeft een diepe indruk op mij gemaakt.
Th. Kroeber, Ishi in Two Worlds. A Biography of the Last Wild Indian in North America, Ishi Press International, 1961. Dit boek kreeg ik onlangs cadeau bij mijn emeritaat, en ik ben er meteen in begonnen. Het vertelt het tragische verhaal van Ishi, een van de laatste Native Americans die, nadat zijn volledige stam uitgeroeid was, totaal uitgeput in de Westerse wereld terechtkwam. Het doet de lezer stilstaan bij de gruwel van de kolonisatie van Noord-Amerika en de bijna volledige vernietiging van de inheemse bevolking.
M. Otte & C. Jungles, Les territoires culturels entre Seine et Rhin de la préhistoire à l’an 1000, Édition du Préhistomuseum, 2024. Op het einde van mijn loopbaan had ik het genoegen aan dit werk mee te schrijven. Het biedt een gedetailleerd overzicht van de archeologie in het gebied tussen Seine en Rijn (lees vooral België), met bijzondere aandacht voor de prehistorische bewoning. Een langverwacht handboek dat ongetwijfeld door vele generaties archeologiestudenten gebruikt zal worden.
P. Crombé & D. Herremans, De Schelde. Stroom in verandering. Mens, landschap en klimaat van prehistorie tot nu, Snoeck Publishers, 2017. Ik ben bijzonder fier op dit publieksboek, dat ik samen met collega Davy Herremans schreef als het sluitstuk van het grootste opgravingsproject in mijn carrière (site Kerkhove, Boven-Schelde).