Mijn rol als expert in de examencommissie

  • Als lid van de examencommissie ben je verantwoordelijk voor de beoordeling van het proefschrift van de doctoraatsstudent. De examencommissie telt vijf tot acht stemgerechtigde leden en bestaat uit een voorzitter, drie tot vijf experten (waaronder jezelf) die samen de zgn. ‘leescommissie’ vormen, en één of twee vertegenwoordigers van de opleiding die ‘rapporteurs’ worden genoemd. Daarnaast kunnen de promotoren van het proefschrift de zittingen van de examencommissie bijwonen, echter zonder stemrecht. (Eén van) de vertegenwoordiger(s) van de opleiding neemt de rol van secretaris op. Van zodra de examencommissie door de faculteitsraad is samengesteld, treden de voorzitter van de examencommissie en/of de facultaire studentenadministratie (FSA) als je contactpersoon op.
  • Met uitzondering van de voorzitter stelt elk stemgerechtigd lid van de examencommissie voorafgaand aan het doctoraatsexamen een schriftelijke beoordeling van het proefschrift op. Je beoordeelt het volledige proefschrift en besteedt extra aandacht aan de hoofdstukken die het meest aansluiten bij je expertise. Het verslag van een expert telt doorgaans ongeveer 1.500 woorden en wordt opgesteld in de taal waarin het doctoraatsexamen plaatsvindt, in principe dus het Engels of het Nederlands. Indien het proefschrift een andere taal tot voorwerp heeft, kan van deze bepaling worden afgeweken. Het is van belang dat alle betrokkenen bij het examen de gebruikte taal of talen begrijpen. In de schriftelijke beoordeling wordt een aantal sterktes en zwaktes van het proefschrift vermeld (bv. over het literatuuroverzicht, de methodologie, de analyse, de discussie, de conclusie, het bronnengebruik), alsook een aantal mogelijke aandachtspunten voor de doctoraatsstudent. Je bezorgt het verslag minstens zeven werkdagen voor de eerste zitting via fsa.lw@ugent.be aan de facultaire studentenadministratie (FSA), die alle verslagen vooraf aan de doctoraatsstudent bezorgt.
  • Het doctoraatsexamen zelf bestaat uit twee aparte zittingen die telkens worden gevolgd door een beraadslaging en een beoordeling: (1) de (besloten) eerste beoordeling van het proefschrift door de examencommissie, en (2) de openbare verdediging van dit proefschrift.
  • Als lid van de examencommissie woon je de twee zittingen van de examencommissie bij. Wanneer je verhinderd bent om een zitting bij te wonen, meld je dit onverwijld aan de voorzitter van de examencommissie. Desgevallend kan je de vergadering via videoconferentie bijwonen.
  • Tijdens de eerste zitting toetsen de leden van de examencommissie de kennis en de competenties van de doctoraatsstudent door middel van een gesprek. Er vindt er een inhoudelijke discussie plaats tussen de leden van de examencommissie en de doctoraatstudent. Aansluitend wordt er gedelibereerd op basis van (1) de schriftelijke beoordelingen en (2) het horen van de doctoraatsstudent. De leden van de examencommissie beslissen met gewone meerderheid, onthoudingen niet meegerekend. Indien er na een tweede stembeurt een tweede keer staking van stemmen zou optreden, wordt conform het Onderwijs- en Examenreglement van de UGent in het nadeel van de doctoraatsstudent beslist. De uitslag van de deliberatie wordt gemotiveerd en samen met de aanwezigheidslijst door de secretaris opgenomen in een deliberatieverslag. De deliberatie levert één van volgende uitspraken op:
    • De standaard optie:
      Toelating tot het tweede examengedeelte (openbare verdediging). Kan worden gecombineerd met de vraag om kleine correcties aan te brengen.
    • De optie als er enkele grotere problemen worden geconstateerd:
      Toelating tot het tweede examengedeelte na het aanbrengen van correcties in het proefschrift.
    • De optie als er zware, moeilijk op te lossen problemen worden geconstateerd:
      Geen toelating tot het tweede gedeelte van het examen.
  • De tweede zitting (openbare verdediging) vindt in principe plaats binnen de 60 kalenderdagen na de eerste zitting (de precieze datum wordt in overleg vastgelegd na de deliberatiebeslissing over het eerste gedeelte van het doctoraatsexamen). Tijdens de tweede zitting, die één tot twee uren duurt, verdedigt de doctoraatsstudent mondeling en in het openbaar het proefschrift voor de examencommissie. De zitting start met een korte uiteenzetting door de doctoraatsstudent gedurende maximum 20 minuten, waarna de leden van de examencommissie elk één of meerdere vragen kunnen stellen. De zitting verloopt in het Nederlands of in het Engels, tenzij anders vastgelegd.
  • Of de (daartoe gemachtigde) leden van de examencommissie tijdens de openbare verdediging wel of geen toga dragen, is een keuze die meestal aan de doctoraatstudent wordt overgelaten. Indien nodig, kan de faculteit een toga in de kleuren van de faculteit ter beschikking stellen.
  • De examencommissie delibereert onmiddellijk na de openbare verdediging in geheime zitting over het geheel van het examen. De leden van de examencommissie beslissen met gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet meegerekend, over het wel of niet toekennen van de academische graad van doctor. Indien er na een tweede stembeurt een tweede keer staking van stemmen zou optreden, wordt in het nadeel van de doctoraatsstudent beslist. De beslissing wordt gemotiveerd en samen met de aanwezigheidslijst door de secretaris opgenomen in een deliberatieverslag.
  • De examenbeslissing wordt door de voorzitter onmiddellijk na de deliberatie publiek bekendgemaakt, aansluitend op de tweede zitting. Aan de UGent worden er in het kader van een doctoraat geen graden van verdienste toegekend of felicitaties geproclameerd. De doctoraatsstudent slaagt of slaagt niet. Bij een positieve beslissing kan één van de promotoren een laudatio uitspreken en ontvangt de doctoraatsstudent het diploma en een baret.