Thema's

Hieronder enkele thema's die al aan bod gekomen zijn.

Creatieve Klimaatcommunicatie

  • Stef Craps (Faculteit Letteren en Wijsbegeerte: Vakgroep Letterkunde)
  • Katrien Van Poeck (Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen: Vakgroep Politieke Wetenschappen)
Beluister de podcast die Stef en Katrien over dit thema maakten in samenwerking met Mensentaal en het GUM.

Als de wereld er al decennia lang niet in slaagt afdoende maatregelen te nemen om de klimaatverandering te bestrijden, dan ligt dat wellicht niet in de eerste plaats aan gebrekkige wetenschapscommunicatie. Het is echter een feit dat de opeenvolgende en steeds meer alarmerende rapporten van het IPCC en diverse andere instanties vooralsnog weinig zoden aan de dijk hebben gezet, het klimaatakkoord van Parijs niet te na gesproken. Mensen hebben de kwalijke neiging de ogen en oren te sluiten voor de grimmige waarschuwingen van wetenschappers, en de zaken op hun beloop te laten i.p.v. het roer fundamenteel om te gooien. 

Het is opmerkelijk dat velen blijven inzetten op meer feiten en meer informatie in de verwachting dat dat het tij eindelijk zal doen keren en mensen er alsnog toe zal aanzetten de “juiste” keuzes te maken. Dat klassieke informatietekort-model gaat ervan uit dat mensen irrationeel handelen omdat hun kennis tekortschiet. Meer feitenkennis leidt echter niet noodzakelijk tot nieuwe inzichten en gedragswijziging. Integendeel zelfs: het leveren van bewijsmateriaal dat de overtuigingen van mensen tegenspreekt, kan net tot gevolg hebben dat ze zich daar nog des te halsstarriger aan vastklampen en de hakken nog steviger in het zand zetten. In plaats van zomaar aan te nemen dat de feiten voor zich spreken, of dat communicatie erover automatisch bewustwording en gedragsverandering bewerkstelligt, zouden we ons misschien beter eens grondig bezinnen over wat er op klimaatcommunicatiegebied werkt, hoe, wanneer, voor wie, waarom en onder welke omstandigheden. Vasthouden aan het informatietekortmodel verhindert de ontwikkeling en inzet van meer creatieve, gerichte en effectieve communicatiestrategieën die mensen bereiken waar ze zijn. 

In dit debat willen we reflecteren over deze kwestie. We bieden enkele inzichten op basis van ons onderzoek naar de literaire verbeelding van de klimaatverandering enerzijds en klimaaten duurzaamheidseducatie anderzijds, en staan stil bij vragen als: Op welke manier nemen mensen kennis van de klimaatproblematiek in hun dagelijkse leven? Wat is de plaats van experiëntiële, affectieve en esthetische vormen van kennis? Welke rol spelen documentaires, films, romans en andere vormen van artistieke expressie? Kan de creativiteit van schrijvers, filmmakers en kunstenaars worden aangewend om doeltreffender te communiceren over de klimaatverandering? Als feiten mensen niet van gedachten doen veranderen, kunnen verhalen dat dan wel? Leidt “doom and gloom” tot berusting, apathie en verlamming i.p.v. mensen wakker te schudden? Heeft alarmerende berichtgeving zijn beste tijd gehad, en is er nood aan meer hoopvolle geluiden, of miskennen die de ernst en urgentie van het probleem? Is humor een geschikt vehikel voor klimaatcommunicatie wanneer onheilsboodschappen het saturatiepunt lijken te hebben bereikt, of riskeert dat de klimaatcrisis integendeel te trivialiseren? Hoe zinvol zijn initiatieven als http://morethanscientists.org/, http://isthishowyoufeel.com/ en http://wechangeforlife.org/, die klimaatwetenschappers “humaniseren” door hen te laten vertellen over de persoonlijke bezorgdheden, motivaties en aspiraties die aan de grondslag liggen van hun werk? Nemen wetenschappers hun maatschappelijke verantwoordelijkheid door hun spreekwoordelijke ivoren toren te verlaten en zich als activisten op het publieke forum te begeven, of is academisch activisme net te mijden omdat het de geloofwaardigheid van de wetenschap aantast? Als wetenschappers ervoor kiezen zich te engageren, moeten ze zich dan beperken tot pleidooien voor een op evidentie gebaseerde aanpak, of doen ze er goed aan nog een stap verder te gaan door specifieke beleidskeuzes te promoten? En wat betekent dat voor onderwijs over klimaatverandering en wetenschap?

Globale juridische en ethische aspecten van asiel en migratie

  • Sigrid Sterckx (Faculteit Letteren en Wijsbegeerte: Vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap)
  • Ellen Desmet (Faculteit Recht en Criminologie: Vakgroep Europees, Publiek- en Internationaal Recht)

Welke verschillende concepten gebruikt het recht om een onderscheid te maken tussen verschillende situaties/contexten/redenen voor migratie? Wie verplaatst zich vlot naar andere landen, en wie wordt met welke obstakels geconfronteerd? Wat is de impact van het concept ‘nationaliteit’, en wanneer is iemand staatloos? Wie kan erkend worden als vluchteling of komt in aanmerking voor subsidiaire bescherming? Wie heeft het recht om zijn familieleden te vervoegen in een land van bestemming? En wie valt door de mazen van het juridische net?

Na een overzicht van een aantal juridische categoriseringen in de context van migratie, gaan we dieper in op de redeneringen die hieraan ten grondslag liggen, en reflecteren we over de ethische vragen die deze oproepen.

De toekomst is aan meertaligen

  • Piet Van Avermaet (Faculteit Letteren en Wijsbegeerte: Vakgroep Taalkunde / Steunpunt Diversiteit & Leren)
  • Michel Vandenbroeck (Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen: Vakgroep Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek)
  • Brecht Peleman (Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen: Vakgroep Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek)

Nederlands,  Nederlands,  Nederlands,  zegt onderwijsminsister  Ben  Weyts  als  hem  gevraagd wordt wat de drie belangrijkste factoren zijn voor succes in het onderwijs. De vraag is a) of dat wel zo is en b) als dat al zo zou zijn of eentalig onderwijs dan wel de beste weg naar dat soort onderwijssucces zou zijn.

Wat onderzoek over taalverwerving ons leert is dat meertalige kinderen die de kans krijgen om meertalig onderwijs te volgen, waarbij zowel de thuistaal als de schooltaal samen worden benut, op lange termijn beter lezen in de schooltaal en beter zijn in wiskunde dan meertalige kinderen die op school hun thuistaal niet mogen/kunnen benutten. Bovendien heeft de eerste groep meer zelfvertrouwen, voelen ze zich beter en hebben ze een betere attitude ten aanzien van de school en zichzelf.

Wat we leren van de praktijk van voorschoolse voorzieningen is dat je taal niet kan losmaken van  andere  identiteitsdiscussies.  We  leven  in  contexten  van  super-diversiteit  (of  diversiteit van de diversiteiten) en dat betekent dat niemand van ons te reduceren is tot één dimensie (een  talige,  een  sociaal-economische,  een  etnische,  een  culturele,  een  professionele,  een gender, ...). Taalfundamentalisme en identiteitsfundamentalisme gaan hand in hand en doen kinderen  en  volwassenen  tekort.  Om  het  met  de  woorden  van  Ulrich  Beck  te  zeggen:  we kiezen  vandaag  zelf  onze  eigen  autobiografieën.  Maar  als  dat  zo  is,  moeten  we  dan  wel  de thuistalen  van  kinderen  een  plek  geven  op  school,  ook  als  hun  ouders  daar  zelf  niet  voor kiezen?

De impact van Artificiële Intelligentie (AI) op onze samenleving

  • Els Lefever (Faculteit Letteren en Wijsbegeerte: Vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie)
  • Michaël Verdonck (UZ Brussel: Vakgroep Anesthesiologie en Perioperatieve Geneeskunde)
"Het Think & Talk programma is een heel interactief en leerrijke ervaring, voor zowel student als expert. Naast de vele interessante debatavonden en de creatieve opdracht, biedt het programma ook een sterke interactie aan tussen studenten en experts die laagdrempelig is en waarbij beide kanten van elkaar kunnen leren. Als expert vond ik het zeker de moeite waard, en kan ik het enkel maar aanraden aan collega’s!" (Michaël Verdonck)
Artificiële Intelligentie, ook wel AI of kunstmatige intelligentie genoemd, verwijst naar systemen die op een zelfstandige manier specifieke taken kunnen uitvoeren en slimmer worden naarmate ze meer voorbeelden of data krijgen waaruit ze kunnen leren. Tot de verbeelding sprekende voorbeelden van AI zijn de zelfrijdende auto’s, kassaloze winkels of de robot Sophia, die het staatsburgerschap verkreeg in Saoudi-Arabië. Maar ook in ons dagelijks leven gebruiken we talloze AI-toepassingen: Spotify doet ons suggesties op basis van ons luistergedrag, Infrabel gebruikt sensoren om afstand te houden en mondmaskers te dragen in Coronatijden, de Rode Duivels passen hun trainingen en tactiek aan op basis van data-analyse en je kan Siri vragen welk weer het wordt of om een bepaald recept op te zoeken voor je. Artificiële Intelligentie roept heel wat vragen op. Zijn deze systemen echt intelligent? Waar zijn ze goed in, en wat zijn hun beperkingen? Maken ze ons leven aangenamer of zijn ze ook potentieel gevaarlijk voor onze samenleving? In het debat gaan we dieper in op twee domeinen waar AI een grote impact heeft, namelijk gezondheidszorg en taaltechnologie, en analyseren we de huidige mogelijkheden en limieten van AI om in die domeinen substantiële vooruitgang te boeken.

De zelfrijdende wagen: enkele juridische en sociologische aspecten

  • Jan de Bruyne (Faculteit Recht en Criminologie: Vakgroep Metajuridica, Privaat- en Ondernemingsrecht)
  • Nathan Wittock (Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen: Vakgroep Sociologie)

De introductie van nieuwe technologische mogelijkheden brengt naast de directe toepassing steevast het potentieel voor een bredere en soms radicale maatschappelijke metamorfose. Met de recente ontwikkelingen in de technologie van zelfrijdende of autonome motorrijtuigen is dat niet anders. Sterker nog, in een samenleving waar infrastructuur, mobiliteit, wetgeving en maatschappelijk debat sterk geënt zijn op koning auto, verwachten we dat deze gedaanteverwisseling enorm kan zijn. Vandaag heeft technologie de rijtaak al gedeeltelijk overgenomen. Denk bijvoorbeeld aan motorrijtuigen met Adaptive Cruise Control of Lane Keeping Assistance. Deze evolutie zal zich verderzetten totdat motorrijtuigen personen en/of goederen geheel zelfstandig van de ene naar de andere plaats kunnen brengen zonder enige tussenkomst van een inzittende.

Autonome motorrijtuigen hebben uiteraard verschillende voordelen zoals een verhoging van de verkeersveiligheid. Toch zijn er ook tal van uitdagingen verbonden aan het toenemende gebruik van dergelijke voertuigen. De doelstelling van deze sessie is om na te denken over enkele van deze uitdagingen vanuit zowel een juridisch als sociologisch oogpunt. We besteden daarbij aandacht aan de volgende drie aspecten en zullen telkens een aantal stellingen voor debat poneren.

Ten eerste gaan we dieper in op de positie van de gebruiker van het motorrijtuig. De vraag stelt zich bijvoorbeeld of er nog sprake is van een bestuurder en of die nog een rijbewijs moet hebben. Het behalen van een rijbewijs is naast een wettelijke verplichting ook een deel van de statusverwerving van volwassenheid voor adolescenten waarop zelfrijdende wagens dus ook een invloed hebben. Ten tweede staan we stil bij eigendomskwesties die met autonome motorrijtuigen verband houden. Er moet worden nagegaan wie de eigenaar van zelfrijdende wagens is/zou moeten zijn. Het is immers mogelijk dat niet iedereen de financiële middelen heeft om dergelijke wagens te kopen. Bovendien zullen bedrijven zoals Uber verplaatsingen veel goedkoper kunnen aanbieden. Ten derde onderzoeken we wie aansprakelijk is of zou moeten zijn voor schade veroorzaakt door zelfrijdende wagens. Het verkeer mag dan op termijn veiliger worden met software aan het stuur, verkeersongevallen zijn vermoedelijk nog lang niet van de baan. De aansprakelijkheid van de gebruiker van een zelfrijdende wagen wordt echter onwaarschijnlijk, waardoor andere partijen moeten worden aangesproken. Het risico wordt met andere woorden weggehaald van het individuele niveau en richt zich in de toekomst mogelijks eerder op een soort technologisch-ongrijpbaar niet-menselijk concept.

Troostgeschiedenissen

  • Jürgen Pieters (Faculteit Letteren en Wijsbegeerte: Vakgroep Letterkunde)
  • Paul Verhaeghe (Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen: Vakgroep Psychoanalyse en Raadplegingspsychologie)

In ons maatschappelijk moment blijkt het behoorlijk vaak over troost te gaan. Het woord valt om de haverklap, in collectieve zowel als individuele zin. Groepen weten zich al dan niet getroost en individuen zijn er al dan niet vruchteloos naar op zoek. Troost is een gevoel en een concept dat we intuïtief menen te  begrijpen. We hoeven ons geen vragen te stellen wanneer we in de krant lezen dat een bekende Vlaamse beeldhouwster troost wil brengen met haar werk, of wanneer we horen dat iemand zich getroost weet door een flard uit Bachs Matthäuspassie. We menen uit eigen ervaring te weten wat troost is: we herkennen het gevoel en weten wanneer het werkt (en beter nog wanneer dat niet het geval is).

Maar wat is troost nu eigenlijk? Wat zijn de mogelijkheidsvoorwaarden ervan: wat moet er gebeuren opdat we ons getroost weten? En waarom wordt er de voorbije jaren zo vaak verwezen naar de troost? Wat bedoelen we precies wanneer we zeggen dat het lezen van een boek ons troost? En wat gaat er fout wanneer iemand ons niet weet te troosten?

In deze sessie gaan we samen op zoek naar het begin van antwoorden op een aantal van deze vragen.  We zullen snel zien dat onze hedendaagse invulling van het troostbegrip iets heel anders is dan wat men in de Oudheid of de Middeleeuwen onder troost verstond. Of dat een troostende gedachte is, valt nog te bezien.

De rol van populaire media

  • Sofie Van Bauwel (Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen: Vakgroep Communicatiewetenschappen)
  • Kris Rutten (Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen: Vakgroep Onderwijskunde)

Kan populaire mediacultuur emanciperen? Kunnen we iets leren over transgenders door naar de dagelijkse soap Thuis te kijken waar het thema transgender werd geïntroduceerd aan de hand van het personage Kaat? Kunnen we iets leren over burgerschap, debat, democratie en participatie door online actief te zijn op sociale mediaplatformen? Leren we iets over relaties en intimiteit door te kijken naar reality-televisieprogramma’s zoals Temptation Island of is dit programma een vorm van plat commercieel geldgewin waar slechte smaak overheerst? Kunnen we het fenomeen Beyonce zien als een popicoon die een feministische boodschap brengt en leren we iets over gelijke rechten? Kunnen influencers die een boodschap van body positivity brengen op Instagram onze denkbeelden rond schoonheidsidealen bijsturen?  We stellen vragen rond de mogelijkheden van populaire mediacultuur om te emanciperen ondanks dat deze mediacontent vaak nog wordt omschreven als lage cultuur voor de massa.

Zelfontplooiing of egoïsme? Het denken van Ayn Rand

  • Alexander Roose (Faculteit Letteren en Wijsbegeerte: Vakgroep Letterkunde)
  • Marc Cools (Faculteit RechtsgeleerdheidVakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht)

Zijn er grenzen aan de vrijheid, de gelijkheid en de solidariteit? Rond deze vraag draait het werk van de Russisch-Amerikaanse filosofe Ayn Rand (Sint-Petersburg 1905 – New York 1982). Haar vuistdikke romans The Fountainhead (1943; De Eeuwige Bron) en Atlas Shrugged (1957; De Kracht van Atlantis) zijn bestsellers. Ayn Rand is een referentie in de Amerikaanse, populaire cultuur: Rand werd vermeld in episodes van de Simpsons en South Park. En Atlas Shrugged is volgens de Library of Congres, het meest invloedrijke boek in Amerika, na … de Bijbel.

De twee romans zijn een pleidooi voor het baanbrekende, creatieve individu. Het verhaal van de eigengereide architect Howard Roark (The Fountainhead) heeft menig student geïnspireerd: Rand wilde dat, net als haar protagonist, eenieder, kost wat kost, zijn talenten ontplooide, wars van politieke en sociale druk. Atlas Shrugged, is een turf over twee industriëlen die hun ondernemingsvrijheid verdedigen in het Amerika van de jaren 1950. Maar er is meer: het denken van Ayn Rand heeft tot vandaag een belangrijke invloed op de Amerikaanse politieke praktijk. Zo was Alan Greenspan (voormalige voorzitter van de Federal Reserve) lid van The Collective, een filosofische club die in de jaren 1950 en 1960 bij Rand thuis vergaderde. Haar rationeel egoïsme, haar objectivisme en haar vrijheidsdrang waren het filosofische fundament van Greenspans’ doorgedreven dereguleringspolitiek.

Het werk van Rand doet vele vragen rijzen. Politieke vragen: Zijn er grenzen aan de vrijheid, de gelijkheid en de solidariteit ? Filosofische: Is de mens, elke mens, een held, op zoek naar geluk door zelfontplooiing? En, historische, literaire: Wat is de kracht van een verhaal, in het politieke bedrijf?

Distributed Ledger Technology: A helpful technology tool for disintermediation - Blockchain

  • Michaël Verdonck (Faculteit Economie en Bedrijfskunde: Vakgroep Beleidsinformatica en Operationeel Beheer)
  • Christoph Van der Elst (Faculteit Recht en Criminologie: Vakgroep Metajuridica, Privaat- en Ondernemingsrecht)

Since the emergence of the virtual currency Bitcoin in 2009, a new, Internet-based way of recording entitlements and enforcing rights has increasingly captured the interest of businesses and governments. The technology is commonly called ‘blockchain’ or more generally distributed ledger technology and is often associated with a closely related phenomenon, the ‘smart contract’.

According to the OECD distributed ledger technology (DLT) is useful for storing information verified by cryptography among a group of users, which is agreed through a pre-defined network protocol, often without the control of a central authority. The marriage of these technologies gives blockchain networks key characteristics that can remove the need for trust, and therefore enable a secure transfer of value and data directly between parties.

According to the World Economic Forum, this technology can found its use in areas including, but not limited to, facilitating global payments, issuing syndicated credit or securities, collateral management, regulatory and compliance activities and proxy voting among others. It also offers opportunities in logistics to trace goods, identify art and get the dark side of the diamond business brighter.

With the Think & Talk debate, we would like to provide a short introduction to the blockchain technology, and then discuss the impact of three applications or use-cases that already exists or can already be performed with current blockchain.

Smartphonegebruik en studieresultaten: opportuniteit of valkuil

  • Stijn Baert (Faculteit Economie en Bedrijfskunde: Vakgroep Economie)
  • Tammy Schellens (Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen: Vakgroep Onderwijskunde)
  • Tijs Rotsaert (Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen: Vakgroep Onderwijskunde)

In Frankrijk werd een aantal jaren geleden de smartphone verboden op middelbare scholen. Dit lijkt een goed idee wanneer smartphonegebruik een causaal negatief effect heeft op studieresultaten en andere, gerelateerde uitkomsten. Internationaal onderzoek legt voorlopig echter vooral correlaties bloot, i.e. we zien dat studenten met een hevig smartphonegebruik lagere studieresultaten halen, maar het is onzeker of deze lagere resultaten echt veroorzaakt worden door hevig smartphonegebruik, dan wel door niet-gemeten factoren die zowel kunnen samenhangen met smartphonegebruik als met studieresultaten – typisch corrigeert men niet voor zaken als IQ, motivatie en schokken in algemeen welbevinden. Daarnaast zijn in de wetenschappelijke literatuur ook verschillende mechanismen beschreven die hevig smartphonegebruik verbinden met lagere studieresultaten (zoals tijdsverlies, multitasking en negatief effect via mindere slaapkwaliteit), maar hun empirische relevantie is onduidelijk.

Duurzame voedingsreclame

  • Liselot Hudders (Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen: Vakgroep Communicatiewetenschappen)
  • Dieneke Van de Sompel (Faculteit Economie en Bedrijfskunde: Vakgroep Marketing, Innovatie en Organisatie)

Kinderen zijn een belangrijke doelgroep geworden voor adverteerders. Ze hebben niet alleen een grote invloed op de gezinsaankopen, ze hebben ook zelf al wat (zak)geld te spenderen en de voorkeuren die ze in hun kinderjaren ontwikkelen, groeien vaak uit tot gewoontes. Ze worden dan ook via allerlei kanalen benaderd door adverteerders. Hoewel traditionele televisiereclames (bijvoorbeeld de 30-seconden spot) nog heel vaak gebruikt worden om kinderen te bereiken, zien we vandaag steeds vaker nieuwe reclamevormen opduiken. Deze reclamevormen integreren de commerciële inhoud vaak volledig in de media-inhoud (bijv. plaatsing van een product in een televisieserie of een muziekvideo), laten kinderen interactief met het merk omgaan (bijv. in in-game reclame en advergames) en stemmen de reclame vaak af op de persoonlijke voorkeuren van de kinderen (bijv. reclame op YouTube). Academisch onderzoek heeft aangetoond dat kinderen een kwetsbare doelgroep zijn voor reclame (d.w.z. dat ze erg beïnvloedbaar zijn) omdat ze nog weinig reclamewijsheid hebben. Deze reclamewijsheid verwijst naar alle kennis en vaardigheden die kinderen hebben m.b.t. reclame. Het gebrek aan reclamewijsheid zorgt ervoor dat ze vaak onbewust beïnvloed worden door reclame door een gebrek aan kritische reflectie. Ze zien bijv. een vlogger die betaald werd om promotie maken voor een bepaald product, maar ze gaan ervan uit dat dit de eerlijke mening is van deze vlogger omdat ze dit niet herkennen als reclame.

Er zijn dan ook veel discussies over hoe kinderen enerzijds weerbaar gemaakt kunnen worden voor reclame en anderzijds beschermd moeten worden voor reclame. Dit debat kadert in het feit dat er onderzoeken zijn die stellen dat reclame ook onbedoelde effecten kan hebben (naast de bedoelde effecten, zoals het verhogen van merkattitude of het aanmoedigen van zeurgedrag). Zo zijn er verschillende studies die suggereren dat een verhoogde blootstelling aan voedingsreclame positief gerelateerd is aan obesitas en ongezonde voedingsgewoontes. Inhoudsanalytisch onderzoek toont nl. aan dat de meerderheid van de voedingsreclames waaraan kinderen worden blootgesteld reclame voor ongezonde voedingsproducten betreft. De voedingsindustrie erkent de kwetsbaarheid van jonge kinderen en verschillende grote voedingsfabrikanten hebben zich verenigd in de European Pledge (zelfregulerend initiatief) waar ze zich ertoe verbinden geen reclame te maken voor ongezonde producten gericht op jonge kinderen.

Recentelijk wordt het belang van een duurzaam voedingspatroon echter meer en meer onder de aandacht gebracht (bv. EAT–Lancet Commission guidelines (Willet et al., 2019), Vlaams Instituut Gezond Leven (2018)). Voeding is ook een belangrijk aspect in het streven naar een mindere klimaatimpact. De EAT–Lancet Commission noemt voedingsproductie bijvoorbeeld als de grootste invloed die de mens heeft op de aarde en het ecosysteem. De vraag stelt zich dan of men ook voor deze duurzame voedingsproducten een beschermingsmaatregel zou moeten invoegen voor reclame naar kinderen? Of primeert het algemeen belang in dit geval over het individuele belang? Is het overigens ethisch om ook voor kinderen duurzame voeding te promoten? Onder welke omstandigheden zou dat mogen?

Het debat zal ook ingaan op de manier waarop bescherming kan plaatsvinden. Men stelt namelijk vaak dat kinderen behoefte hebben aan meer bescherming tegen de mogelijk negatieve impact van reclame. Deze bescherming kan uit verschillende hoeken komen en via verschillende kanalen worden aangebracht. Zo kunnen kinderen worden afgeschermd van reclame door reclame te reguleren via overheden, maar ook door inspanningen van adverteerders (zelfregulatie) en men kan ook aan de hand van educatie trachten om kinderen op te voeden om reclamewijs te worden. Welke manier is nodig voor welk type voeding? Is elk type bescherming even efficiënt voor elk type product? Waar zetten we op in? We gaan hier graag met jullie over in debat!