Veelgestelde vragen over de opleiding industrieel ingenieur

1. Opbouw van de opleidingen

Industrieel ingenieur Gent: 3 jaar bachelor en 1 jaar master

  • 1ste bachelor gemeenschappelijk voor alle opleidingen
  • Vanaf 2de bachelor: keuze tussen 5 afstudeerrichtingen: bouwkunde (met in het 3de jaar keuzevakken bouwkunde of landmeten), chemie, elektromechanica (met in het 3de jaar 2 majors: mechanica of elektrotechniek en automatisering), elektronica-ICT, informatica.
  • 6 masters: bouwkunde, chemie, elektromechanica, elektrotechniek, elektronica-ICT, informatica
  • Master bouwkunde: 2 afstudeerrichtingen: bouwkunde - landmeten
  • Master elektrotechniek: 2 afstudeerrichtingen: automatisering - elektrotechniek
  • Master elektronica-ICT: 3 afstudeerrichtingen: elektronica – ICT - ingebedde systemen

De inhoud van de opleiding is opgebouwd rond vijf leerlijnen: wiskunde en wetenschappen – technologie – engineering – project en onderzoek – communicatie en bedrijfsmanagement. Wiskunde en wetenschappen komen in de eerste twee jaren aan bod en vormen de basis van de opleiding. De andere leerlijnen lopen door in alle opleidingsjaren en nemen jaar na jaar toe in diepgang en complexiteit. Duurzaamheid loopt als rode draad doorheen de opleiding. De ontwerpen en oplossingen van de ingenieurs van de toekomst zullen immers een cruciale rol spelen in de duurzaamheidstransitie.

Het eerste jaar is volledig gemeenschappelijk en bestaat uit 5 vakken in het 1ste semester, 5 vakken in het 2de semester en 2 jaarvakken. Je krijgt een stevige basis in wiskunde en wetenschappen en je maakt kennis met de verschillende ingenieursdomeinen, wat je in staat stelt om vlot met collega’s uit andere disciplines te communiceren. Dat is één van de troeven van een ingenieur in vergelijking met een professionele bachelor of een zuivere wetenschapper. Ingenieursproject is de start van een projectlijn die doorheen de opleiding behouden blijft. Je doorloopt in een klein team – als een echte ingenieur – de volledige ‘ontwerpcyclus’ van een toestel, product of dienst, volgens het CDIO-model (Conceive, Design, Implement and Operate): je bedenkt, ontwerpt, maakt en test. Hierbij houd je steeds rekening met het duurzaamheidsaspect van je ontwerpen, een must-have-skill voor de ingenieur van de toekomst. Je leert ook zelfstandig informatie verzamelen en deze kritisch beoordelen, een projectplanning opstellen, in groep taken verdelen en uitvoeren, technisch-wetenschappelijke rapporten schrijven, professionele presentaties maken en op een constructieve manier feedback en input geven op de resultaten van je medestudenten. In de loop van het jaar werk je aan één project, waar bij je kan kiezen uit 6 onderwerpen zoals een duurzame woning ontwerpen, aromachemicaliën verkrijgen uit natuurlijke grondstoffen, een prototype voor verticale landbouw of een afvalsorteerder bouwen, een escaperoom game ontwikkelen, een mini windturbine ontwerpen.

Vanaf het 2de jaar kies je een afstudeerrichting: bouwkunde, chemie, elektromechanica, elektronica-ICT of informatica. Binnen de afstudeerrichting bouwkunde kies je in je derde jaar voor één of meerdere keuzevakken bouwkunde of landmeten. Binnen de afstudeerrichting elektromechanica kan je kiezen uit de majors mechanica of elektrotechniek en automatisering. De algemene vakken (wiskunde, wetenschappen en algemene ingenieursvakken) maken dan steeds meer plaats voor de specifieke ingenieursvakken. Je specialiseert je dus in het door jou gekozen domein. De maatschappelijk vormende vakken en de projecten vervolledigen je studiepakket. Zo stimuleren we je creativiteit, communicatievaardigheden, ontwerpvaardigheden en zelfwerkzaamheid.

De theorie wordt aanschouwelijk gemaakt via oefeningen in werkcolleges en practica in laboratoria, waar je de opgedane kennis aan de praktijk kunt toetsen. Een industrieel ingenieur stopt immers niet bij de theorie en de concepten; je bent pas tevreden als de toepassing echt werkt.

Na de bachelor kies je voor één van de 6 masteropleidingen. In de master zal je zowel je kennis verbreden als je verder specialiseren in je vakgebied. Er zijn nog een beperkt aantal plichtvakken, maar je kan ook kiezen uit een uitgebreid pakket aan keuzevakken, waaronder een stage in binnen- of buitenland. Sommige masteropleidingen voorzien een verplichte stage (al dan niet in het buitenland), in andere opleidingen kan je een stage als keuzevak opnemen. Zo maak je tijdens je studie al kennis met het ingenieursberoep, kan je persoonlijke accenten leggen in je opleiding en krijg je de mogelijkheid om een internationale ervaring op te doen.

Meer informatie over de verschillende masteropleidingen vind je terug

2. Welke vakken krijgen we in het eerste jaar?

Bachelor brochure:

  • p. 18: lestabel 1ste bachelor
  • p. 25-27: korte beschrijving van vakken 1ste bachelor

FEA website

Lestabel

3. Is er veel wiskunde in het eerste jaar / in de opleiding?

12 STP in 1ste bachelor – gemiddeld 19 STP in volledige bachelor (kleine verschillen naargelang de afstudeerrichting in 2de en 3de bachelor)

Je krijgt in eerste en tweede bachelor een degelijke basis in wiskunde. Wiskunde en wetenschappen vormen immers de basis waarop de verdere opleiding is opgebouwd. Het doel is je vertrouwd te maken met een aantal fundamentele wiskundige begrippen, technieken en redeneringen. Probleemoplossend denken staat daarbij centraal. Je bestudeert verschillende basis- en gevorderde onderwerpen, uit onder meer analyse, meetkunde en lineaire algebra, die je in verschillende vakken van je verdere ingenieursopleiding zal toepassen.

In vergelijking met de opleiding ingenieurswetenschappen (burgerlijk ingenieur), waar de klemtoon ligt op theoretische en abstracte kennis, is de wiskunde in de opleiding industriële wetenschappen dus vooral gericht op toepassingen.

Zie ook vraag 1 (Hoe is de opleiding opgebouwd?)

4. Ik volg 4u of 6u wiskunde, is dat voldoende om te starten?

Om met succes de opleiding industriële wetenschappen te doorlopen heb je bij voorkeur 6u wiskunde gevolgd in de derde graad secundair onderwijs.
Naast voorkennis en intelligentie zijn inzet en motivatie ook heel belangrijk om te slagen.

Je kan je voorkennis wiskunde meten met de zelftest en de starttoets (zie vraag 5).

Als je minder dan 6 uur wiskunde kreeg, dan raden we je sterk aan om de zomercursus wiskunde te volgen, om je wiskundekennis op het verwachte niveau te brengen (zie vraag 6).

5. Hoe zit dat met de starttoetsen (verplichte ijkingstoetsen)?

Noot: Voor sommige opleidingen is deelname aan een ijkingstoets verplicht om te kunnen inschrijven. Dat zijn de zogenaamde starttoetsen.

Alle info is hier terug te vinden

Algemeen

  • Samen met alle Vlaamse universiteiten organiseert UGent starttoetsen (verplichte ijkingstoetsen) die verschillende aspecten van je wiskundeniveau testen.
  • Deelname aan de toets is verplicht: studenten die niet hebben deelgenomen kunnen niet inschrijven voor de opleiding. Er zijn enkele uitzonderingen.
Check hier de flowchart
  • Het resultaat dat je behaalt is echter niet bindend; m.a.w. het resultaat heeft geen gevolgen voor jouw toelating tot de opleiding.
  • Maar, als je niet slaagt voor de starttoets van de opleiding waarvoor je wenst in te schrijven, dan ben je verplicht een remediëringstraject te volgen om je voorkennis bij te spijkeren (zie verder).
  • De starttoets helpt je om in te schatten of je beschikt over voldoende wiskundige en wetenschappelijke kennis en vaardigheden in relatie tot het verwachte instapniveau voor de opleiding. Achteraf krijg je genuanceerde feedback op je resultaten. Zijn die resultaten niet voldoende, dan volg je het remediëringstraject.

Wat wordt er getest?

De starttoets bestaat uit een reeks meerkeuzevragen die vooral je wiskundige voorkennis testen. De toets bestaat uit twee delen:

  • basisbegrippen wiskunde
  • wiskundige vaardigheden (en hoe die toepassen om concrete problemen op te lossen en te interpreteren)

De inhoud van de vragen bouwt verder op de leerstof van de richtingen uit het secundair onderwijs met minstens 4 uur wiskunde per week in de laatste twee jaar. De leerinhouden wiskunde van zowel eerste, tweede als derde graad komen aan bod!

Toch kunnen ook leerlingen die minder wiskunde volgden in hun vooropleiding eraan deelnemen. Het is immers belangrijk dat elke geïnteresseerde student zich kan "ijken": je niveau kan immers van nature hoger zijn dan je vooropleiding laat vermoeden.

Hoe kan ik me voorbereiden op de starttoets (verplichte ijkingstoets)?

We raden je aan om de leerstof uit 3de - 4de - 5de - 6de jaar secundair onderwijs wat op te frissen. Je kan ook oefenen om vertrouwd te geraken met het soort vragen. Voorbeeldvragen.

De faculteit organiseert twee oefennamiddagen om de studenten voor te bereiden op de starttoets. Leerlingen kunnen kiezen om de twee oefennamiddagen in Gent of Kortrijk te volgen.

Data:

  • Gent: woe 6 mei en woe 13 mei (namiddag)
  • Kortrijk: woe 1 april en woe 29 april (namiddag)

Inschrijven kan via deze webpagina

Wat na de toets

  • Door je deelname kan je sowieso inschrijven voor de opleiding industrieel ingenieur.
  • Ten laatste zeven dagen na de starttoets ontvang je je punten en een kwalitatieve beoordeling van je prestatie via e-mail.
  • Voor meer duiding bij deze beoordeling – vooral als het resultaat minder goed is dan verwacht - kan je een afspraak maken voor feedback bij een studiebegeleider van het monitoraat van onze faculteit. 
  • Ben je niet geslaagd voor de starttoets van de opleiding waarvoor je wenst in te schrijven, dan ben je verplicht een remediëringstraject te volgen om je voorkennis bij te spijkeren. Je kan hierbij kiezen voor een online zelfstudiepakket of een zomercursus op de campus. In beide gevallen wordt het traject afgerond met een verplichte online test. Het resultaat van deze test is niet bindend. Dit remediëringstraject wordt bij voorkeur gevolgd voor de start van het academiejaar. Deze remediëring is ook verplicht als je niet geslaagd bent op een compatibele starttoets of bij deelname aan een andere (niet-compatibele) ijkingstoets.

Noot 1: als je niet geslaagd bent voor de starttoets en je neemt niet deel aan het remediëringstraject, dan krijg je een extra bindende voorwaarde opgelegd met betrekking tot de studievoortgangsmaatregelen (zie vraag 12)

Praktische info

Opgelet: Je kan enkel deelnemen aan de starttoets als je je vooraf hebt ingeschreven. Inschrijvingen sluiten af op 15 juni (voor sessie 1) en op 15 augustus (voor sessie 2)! Inschrijven kan via de website, vanaf 15 januari 2026.

Data:

  • Sessie 1: Wo 1/07/26, 14u30-18u30
  • Sessie 2: Za 22/08/26, 9u-13u

Waar: Gent en Kortrijk (exacte locatie wordt later meegedeeld).

De toetsen worden schriftelijk afgenomen.

Het is toegelaten om twee keer deel te nemen aan de starttoets (bv. als je niet geslaagd was in sessie 1); je mag twee keer aan dezelfde toets deelnemen, of aan twee verschillende toetsen. Maar je mag niet deelnemen aan twee starttoetsen op dezelfde dag! (bv. op 1 juli ’s morgens toets burgies en namiddag toets indies mag niet).

6. Hoe kan ik me voorbereiden op de studies van industrieel ingenieur?

Zelftest wiskunde

Je kan je kennis wiskunde thuis testen via de zelftest wiskunde. Op deze manier kom je te weten of je goed of zwak scoort op de topics die belangrijk zijn voor de opleiding: analyse, complexe getallen, algebra, goniometrie en vlakke meetkunde. Je vindt er ook een uitgebreid formularium met 'vergeten' definities, eigenschappen en rekenregels. We raden je sterk aan om deze tool te gebruiken als toets- en oefeninstrument. Indien blijkt dat je op sommige onderdelen zwak scoort, heb je nog tijd om je voorkennis bij te werken, bv. via de zomercursus.

Zelftest

Zomercursussen

De faculteit organiseert voor haar nieuwe studenten zomercursussen wiskunde, chemie, mechanica, elektriciteit en een sessie “Efficiënter studeren in het hoger onderwijs”.

Data: in de periode van ma 07/09/2026 tem di 15/09/2026

  • Wiskunde: 6 halve dagen en 1 volledige dag
  • Infosessie ‘Efficiënter Studeren in het hoger onderwijs’: 1 sessie van 1 uur
  • Chemie: 2 namiddagen
  • Mechanica: 2 namiddagen
  • Elektriciteit: 1 namiddag

Inschrijven is verplicht en kan vanaf 1 juni via deze webpagina

Introductiedag

De faculteit organiseert op woensdag 16 september 2026, net voor de start van het academiejaar, een introductiedag voor haar nieuwe studenten 1ste bachelor en schakelstudenten om hen zo voor te bereiden om de week erna vlot van start te gaan.

Op het programma van de introductiedag staat o.a.

  • IT ondersteuning en configuratie van je laptop
  • Kennismaking met UGent platformen zoals Ufora en Oasis
  • Kennismaking met trajectbegeleiding, monitoraat en studentensecretariaat
  • Opbouw van het eerste jaar: lessenrooster, tussentijdse testen
  • Groepsindeling
  • Aankoop cursussen
  • Kennismaking met je medestudenten en de studentenverenigingen

Meer info en inschrijven

Laptop

Een laptop is verplicht en noodzakelijk vanaf het eerste bachelor jaar. Minimumvereisten

Studenten die het financieel moeilijker hebben, kunnen terecht bij de Sociale dienst van de UGent. Zie vraag 14.

7. Ik heb zeer weinig fysica en scheikunde/chemie gekregen in het middelbaar. Is dat een probleem?

Voorkennis van fysica en scheikunde is mooi meegenomen, maar niet noodzakelijk. De lessen fysica en chemie starten met een herhaling van al de nodige leerstof (“start vanaf nul”), zodat iedereen na 2-3 weken op hetzelfde niveau zit. Voor diegenen die weinig scheikunde gekregen hebben in de laatste jaren van het secundair onderwijs, is de zomercursus chemie aan te raden.

8. Ik heb geen mechanica of elektriciteit gekregen in het middelbaar. Is dat een probleem?

Voorkennis van mechanica en/of elektriciteit is niet nodig. Deze vakken starten van “nul”. Voor degenen die weinig fysica en/of geen mechanica/elektriciteit gekregen hebben in de laatste jaren van het secundair onderwijs, zijn de zomercursussen mechanica en elektriciteit aan te raden.

9. Wat is de verhouding theorie/oefeningen? Hoeveel praktijk zit er in de opleiding?

Zie voorbeeld van lesrooster/weekschema eerste bachelorjaar in de bachelorbrochure (p. 28-29).

Lichtblauw: oefeningen en practica – donkerblauw: theorie

Dit schema geldt als model en is afhankelijk van de groep waartoe je behoort; wijzigingen kunnen ieder jaar voorkomen.

De meeste vakken in de opleiding bestaan zowel uit een theoretisch gedeelte als uit oefeningen en practica. Per week wordt er ongeveer 15 uur besteed aan theorie en ongeveer 10 uur aan toepassingen. De oefeningen en practica vinden plaats in kleinere groepen: uren en dagen kunnen variëren naargelang van de groepsindeling.

Het opleidingsonderdeel ‘Ingenieursproject’ is een typisch projectvak waarbij studenten in kleine groepjes zelfstandig een praktisch ingenieursprobleem oplossen en in de praktijk brengen (een duurzame woning ontwerpen, aromachemicaliën verkrijgen uit natuurlijke grondstoffen, een prototype voor verticale landbouw of een afvalsorteerder bouwen, een escaperoom game ontwikkelen, een mini windturbine ontwerpen). Ingenieursproject is een jaarvak in eerste bachelor, maar ook in de daaropvolgende jaren zal je nog aan projecten werken.

10. Hoe kan ik mezelf tijdens het jaar testen?

Belangrijk is om van in het begin van het academiejaar goed te starten: deelnemen aan alle lessen en thuis de opdrachten/oefeningen verder afwerken.

Er zijn voor een aantal vakken testen in de loop van het semester; deze tellen mee voor een aanzienlijk deel van het eindresultaat van de punten van dat vak. Sommige vakken hebben ook permanente evaluaties.

In onderstaande tabel zie je de verdeling van de punten: niet-periodegebonden (= punten die je verwerft tijdens het semester) en periodegebonden punten (= punten die je verwerft op je examen).

      EVALUATIE
OPLEIDINGSONDERDEEL SEM STP Niet-periodegebonden (tijdens semester) Periodegebonden
(tijdens examenperiode)

Wiskunde I

1

6

10% / 20%

90% / 80%

Algemene chemie

1

6

5% (practicum)
+ 10% / 20%

85% / 75%

Elektriciteit

1

6

10% / 20%

90% / 80%

Materialen

1

3

-

100%

Ontwerptools

1

4

100%

-

Mechanica

J

6

-

100% twee deelexamens

Ingenieursproject

J

5

100%

-

Wiskunde II

2

6

25%

75%

Fysica

2

6

40%

60%

Informatica

2

6

10%

90%

Elektronica

2

3

-

100%

Duurzame energietechnieken

2

3

-

100%

Noot: De "10%/20%" voor wiskunde, elektriciteit en algemene chemie betekent dat de test slechts voor 10% meetelt indien het resultaat niet schitterend was en voor 20% meetelt in het geval van een goed resultaat van de test. De percentages zijn dus in het voordeel van de student.

11. Welke begeleiding is er voorzien voor studenten?

12. Studievoortgang (leerkrediet en studievoortgangsmaatregelen) en deliberatieregels

Studievoortgang is de mate waarin een student vordering maakt in zijn/haar opleiding en studiesucces behaalt. Dat wordt in kaart gebracht door het berekenen van het studierendement. Het studierendement is de verhouding tussen het aantal verworven studiepunten en het aantal opgenomen studiepunten in het curriculum (vakkenpakket).

Alle bachelorstudenten kunnen hun studierendement en persoonlijke studievoortgang bekijken via het 'SIMON zegt'-platform.

De studievoortgang wordt bewaakt door twee systemen:
- Leerkrediet (van toepassing op alle hoger onderwijsinstellingen)
- Studievoortgangsmaatregelen (decretale regels en UGent regels)
Deze maatregelen dienen om de studenten te stimuleren om:
- een bewuste en realistische studiekeuze te maken
- tijdig hulp en begeleiding te zoeken
- sneller te heroriënteren (indien nodig).

Leerkrediet:
- Alle studiekiezers starten met 140 studiepunten aan leerkrediet
- Aantal studiepunten waarvoor de student zich heeft ingeschreven, wordt afgetrokken van het leerkrediet
- Verworven studiepunten (= credits behaald) worden terug aan het leerkrediet toegevoegd
- Eerste 60 verworven studiepunten krijgt de student dubbel terug
- Een student kan slechts inschrijven à rato van leerkrediet dat hij of zij heeft.

Studievoortgangsmaatregelen:
BA1 (decretale regel*)
- BA1: verplicht om alle vakken van modeltraject op te nemen (60 STP) (eerste inschrijving)
- indien na 1ste jaar van inschrijving niet geslaagd voor alle vakken van BA1
→ 100%-regel: bij 2de inschrijving slagen voor alle resterende vakken van BA1
- Indien niet geslaagd voor BA1 na twee jaar:
→ weigering om deze opleiding verder te zetten (aan alle Vlaamse universiteiten)

* decretale regels zijn van toepassing bij alle Vlaamse universiteiten.

BA1 (UGent-regel)
- Na 1ste jaar van inschrijving geslaagd voor minder dan 30% van de studiepunten van BA1:
→ weigering om opnieuw in te schrijven voor die opleiding aan de UGent.
- PAS OP: niet geslaagd voor starttoets en remediering niet afgewerkt?
→ grens wordt opgetrokken naar 40% (dus je moet slagen voor minstens 40% van de studiepunten om nog opnieuw te kunnen inschrijven voor deze opleiding aan de UGent)

Algemeen
- Geen 50% van de credits behaald
→ bindende voorwaarde: bij volgende inschrijving geen 50% behaald: inschrijving geweigerd in die opleiding aan de UGent.
- Na drie inschrijvingsjaren niet geslaagd voor 1/3 van alle opgenomen studiepunten
→ weigering tot elke opleiding aan UGent

Deliberatieregels
Studenten kunnen gedelibereerd worden na modeltrajectjaar 1 van de bachelor, en dan op het einde van een opleiding (na volledige bachelor, na een volledig schakelprogramma of voorbereidingsprogramma, na volledige master).

Voorwaarden:
-
Maximaal 2 tekorten (dus max. voor 2 opleidingsonderdelen niet geslaagd)
-
voor alle opleidingsonderdelen minimaal 8/20 behaald.
- Na MT1 van bachelor: maximaal 12 gewogen tekortpunten
-
Na bachelor/schakelprogramma/voorbereidingsprogramma/master: maximaal 6 gewogen tekortpunten- Alle examenkansen benut, laatst behaalde resultaat telt
-
Elk vak opgenomen

Voorbeeld:

9/20 voor vak van 3 STP = 3 tekortpunten
8/20 voor vak van 6 STP = 12 tekortpunten

13. Wat als blijkt na enkele weken dat het me toch niet ligt, kan ik dan veranderen zonder een volledig jaar te moeten overdoen?

Als je van opleiding verandert vóór 1 december, dan krijg je zowel je leerkrediet als je flexibel inschrijvingsgeld terug. Vanuit UGent adviseren we om te heroriënteren vóór 15 november. Je nieuwe faculteit zal beslissen of je al dan niet nog eerstesemestervakken van je nieuwe opleiding zult kunnen opnemen.
Meer info

Bij de start van het tweede semester is het ook mogelijk om te heroriënteren vóór 1 maart. Hiervoor moet je contact opnemen met de trajectbegeleider van de nieuwe opleiding om na te gaan voor welke vakken kan worden ingeschreven. Het flexibel inschrijvingsgeld van het tweede semester krijg je terug alsook het leerkrediet voor vakken van het tweede semester en voor jaarvakken.

Studenten die vroeg heroriënteren (bijvoorbeeld na de drie weken) kunnen in de nieuwe opleiding vaak nog alle vakken opnemen, en zijn dus niets ‘verloren’. Studenten die pas later (bijvoorbeeld rond 15 november of bij de start van het tweede semester) heroriënteren, kunnen in de nieuwe opleiding meestal niet meer alle vakken van het eerste jaar opnemen en starten in de nieuwe opleiding dus reeds met een geïndividualiseerd traject (GIT).

14. Wat is de studiekost van de opleiding?

De geraamde studiekosten staan vermeld op de Studiekiezerwebsite, onder de rubriek “Vlot van start” bij elke opleiding. Dat zijn richtprijzen en deze worden jaarlijks aangepast op 1 juni.

Inschrijvingsgeld

AJ 2026-2027:

- niet-beursstudent: € 1181,40 voor 60 studiepunten

- bijna-beursstudent: € 623,40 voor 60 studiepunten

- beurstariefstudent: € 139,40 (ongeacht het aantal opgenomen studiepunten)
Laptop is verplicht vanaf 1ste bachelor. Prijs is afhankelijk van de minimumvereisten Richtprijs AJ 2025-2026: € 1.500,-
Rekenmachine (TI- 30XB Multiview of TI-30XS Multiview) is verplicht. Richtprijs AJ 2025-2026: € 30,-

1ste bachelor: cursusmateriaal, handboeken

Daarnaast moeten er ook nog slides afgeprint worden.
Richtprijs AJ 2025-2026: € 322,-

2de bachelor: cursussen en handboeken

Daarnaast moeten er ook nog slides afgeprint worden.

Richtprijs 2025-2026: tussen de € 234,- en € 700,-

3de bachelor: cursussen en handboeken

Daarnaast moeten er ook nog slides afgeprint worden.

Richtprijs AJ 2025-2026: tussen de € 134,- en € 232,-

Noot:
- De vermelde prijzen voor laptop, cursussen en materiaal zijn van AJ 2025-2026.
- Voor sommige vakken is de richtprijs niet gekend. Het overzicht is dus niet volledig.
- Via de studentenkring Hermes kan je heel wat cursussen en handboeken aankopen aan iets gunstigere prijzen.
- De prijzen in 2de en 3de bachelor variëren naargelang de gekozen afstudeerrichting.
- Via het deelplatform van UGent (UGent Deelt) kan je eventueel studieboeken, studiemateriaal en andere tweedehandsspullen kopen.

Studenten die het financieel moeilijk hebben, kunnen aankloppen bij de Sociale Dienst van de UGent.
- Ze kunnen onder bepaalde voorwaarden een laptop huren voor een korte periode. De totale maximale uitleenperiode is per student 12 maanden en dit gedurende de volledige studieloopbaan.
- Ze kunnen onder bepaalde voorwaarden een studiefinanciering krijgen.

15. Is een laptop verplicht en welke vereisten zijn er voor een laptop?

Een laptop is verplicht en noodzakelijk vanaf het eerste bachelor jaar. Zie facultaire webpagina voor minimumvereisten.

16. Kan ik naar het buitenland tijdens mijn studies?

Veel (toekomstige) studenten denken bij internationalisering standaard aan het Erasmus programma. Als faculteit zetten wij echter in op verschillende formats, en Erasmus is dus niet de enige (of belangrijkste) mogelijkheid om een buitenlandse ervaring op te doen. Er is “voor elk wat wils”, zowel lange als kortere verblijven zijn mogelijk.

Mogelijkheden vanuit de faculteit:

  • Erasmus Belgica: uitwisseling voor studie in Franstalig België (1 of 2 semesters, tijdens de masteropleiding)
  • Erasmus+: uitwisseling voor studie in de EU & Zwitserland (1 of 2 semesters, tijdens de masteropleiding)
  • Uitwisseling voor studie buiten Europa (1 of 2 semesters, tijdens de masteropleiding)
  • Stage, zowel binnen als buiten Europa, eventueel ondersteund via IAESTE (meer dan 80 landen wereldwijd), FEA is de pionier/trekker van IAESTE in België, van 6 weken tot 1 jaar, kan ook (deels) na afstuderen
  • Korte cursussen in Europa via BEST (typisch 1 week)
  • Ontwikkelingssamenwerking: veldwerk in “het zuiden” met een reisbeurs, van 1 maand tot 1 jaar
  • Internationale studiereizen
  • Summer schools
  • Blended Intensive Programmes: een opleidingsonderdeel waarbij je in een online gedeelte samenwerkt en ook fysiek samenkomt ergens in een Europese universiteit.

Als ingenieur werk je meestal (of altijd) in een internationaal werkveld en zelfs al blijf je in België na het afstuderen, dan nog is het belangrijk en een voordeel om tijdens de studies een internationale ervaring op te doen.

17. Gebruik van generatieve AI in de opleiding

Vanaf academiejaar 2024-2025 is het verantwoord gebruik van generatieve AI-tools door studenten toegelaten voor taken (incl. masterproef) die ze thuis maken.

Let op: een individuele lesgever in een specifiek vak kan nog steeds het gebruik verbieden, om zo te kunnen nagaan of de student bepaalde basiscompetenties wel echt onder de knie heeft. Dit staat dan vermeld op de studiefiche.

In 1ste bachelor voorzien we een workshop voor de studenten en is er een elektronisch leerpad op Ufora.

18. Bijzonder statuut voor studenten en bijhorende faciliteiten

Studenten kunnen op basis van onderstaande situaties in aanmerking komen voor een bijzonder statuut:

  • Functiebeperking (bvb. leerstoornis, chronische ziekte, …)
  • Erkende topsport
  • Professionele kunstbeoefening
  • Mandaat
  • Uitzonderlijke sociale of individuele omstandigheden
  • Student-ondernemerschap
  • Anderstaligheid

Studenten die minstens halftijds werken kunnen het werkstudentenstatuut krijgen.

Afhankelijk van de reden van het bijzonder statuut kan de student gebruik maken van één of meerdere faciliteiten, zoals bijvoorbeeld meer tijd krijgen voor het afleggen van een schriftelijk examen (bijvoorbeeld in geval van een functiebeperking) of examens verplaatsen naar een ander tijdstip in het academiejaar (bijvoorbeeld voor topsportstudenten).

Studenten met het topsportstatuut, het statuut van werkstudent en studenten met een bijzonder statuut functiebeperking die de faciliteit ‘kleiner curriculum’ hebben gekregen, kunnen starten in de eerste bachelor met een kleiner studiepakket. Alle andere studenten zijn verplicht om alle studiepunten van het eerste modeltrajectjaar (60 studiepunten) op te nemen.

Meer info

19. Wat ik later doen met een diploma van industrieel ingenieur? Vind ik gemakkelijk werk?

Bachelorbrochure

  • rubriek “Aan het werk”, p. 37-39. Hier vind je per afstudeerrichting een overzichtje van de beroepsmogelijkheden. 

Ingenieurs aan het werk: Reeks filmpjes waarin jonge ingenieurs vertellen over hun job, met beelden van de werkvloer

Er is een permanent tekort aan ingenieurs. De vraag naar afgestudeerde ingenieurs is dan ook groot. De industrie apprecieert vooral het analytisch en kritisch denkvermogen van de ingenieur. Hierdoor ben je in veel sectoren en functies inzetbaar.

Tijdens je opleiding kom je al in contact met bedrijven via bedrijfsbezoeken, al dan niet verplichte stages en via masterproeven in samenwerking met bedrijven.

De Associatie Universiteit Gent (AUGent) richt elk jaar een Afstudeerbeurs in. Onze studentenvereniging Hermes organiseert zelf ook jaarlijks een job- en stagebeurs, specifiek gericht op ingenieurs. Daarnaast heeft UGent ook een eigen Career Center met een uitgebreid aanbod aan vacatures van zeer diverse werkgevers voor zowel studenten als alumni.

Waar kom ik terecht?

  • Bedrijfswereld
  • Publieke sector
  • Onderwijs (zowel secundair onderwijs als hoger onderwijs)
  • Studiebureaus
  • Dienstensector (banken, verzekeringen, …)
  • Onderzoeksinstellingen

Functies:

  • Management
  • Productie en technische functies
  • Commerciële functies
  • Onderzoek
  • Ontwerp en ontwikkeling
  • Advies en controle
  • Opleiding

Vind ik gemakkelijk werk?

Aantal schoolverlaters % werkzoekenden na 1 jaar
Burgerlijk ingenieur (m.u.v. architectuur) 751 1,9 %
Burgerlijk ingenieur-architect 156 0,6 %
Industrieel ingenieur 1.435 1,2 %
Bio-ingenieur 521 5,2 %
Master wetenschappen (alle) 793 5,4 %
Alle masteropleidingen 16.614 2,4 %
Alle opleidingen hoger onderwijs (HBO5, PBA, ABA en MA) 39.021 2,6 %

VDAB schoolverlatersrapport editie 2025 – opvolgingsjaar 2024

20. Ik ben geïnteresseerd in wetenschappen en technologie. In welke opleiding start ik het best?

Als je interesse hebt in wiskunde, wetenschappen en technologie dan heb je verschillende mogelijkheden.

Je kan kiezen voor een professionele bacheloropleiding aan een hogeschool, of een masteropleiding aan een universiteit. Een professionele bacheloropleiding is sterk beroepsgericht. Je leert een beroep van binnenuit kennen, met minder nadruk op theorie en wetenschappelijke achtergronden. Je wordt voorbereid om snel aan de slag te gaan in het werkveld, met een stevige technische basis, maar minder focus op zelf nieuwe ideeën of concepten ontwikkelen. Universitair onderwijs daarentegen is gebaseerd op vernieuwend wetenschappelijk onderzoek, als basis voor innovatieve concepten en toepassingen.

Wil je vooral de wetenschap zelf bestuderen, dan is een master in de wetenschappen de aangewezen keuze. Een wetenschapper concentreert zich vooral op de fundamentele principes van één specifieke wetenschappelijke discipline, bv. wiskunde, fysica of informatica. Hij of zij kijkt minder naar hoe deze wetenschap kan vertaald worden naar producten en diensten voor mens en maatschappij; m.a.w. de focus ligt er minder op de toepassingen. Een master in de wetenschappen richt zich meer op het begrijpen van fundamentele principes en wetenschappelijke theorieën. De nadruk ligt op wetenschappelijk onderzoek, experimenten en het ontwikkelen van nieuwe kennis, eerder dan op praktische toepassingen.

In een ingenieursopleiding bestudeer je deze wetenschappelijke principes ook, maar binnen een ruimer kader. De focus ligt op hoe je op basis van deze principes producten kan maken die nuttig zijn voor de maatschappij en hoe je op basis van deze principes innovaties kan brengen in de industrie. M.a.w. ingenieurs zetten wetenschappelijke principes om in innovatieve producten, processen en diensten.

21. Welke ingenieursopleiding past het best bij mij?

Afbeelding met tekst, schermopname, Lettertype, nummer

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Ook binnen de ingenieursopleidingen heb je nog veel opties. Wil je technologie inzetten ten dienste van mens en maatschappij? Dan kies je voor een opleiding tot burgerlijk ingenieur of industrieel ingenieur. Gaat je interesse eerder uit naar technologie in functie van levende materie – zoals planten, dieren en hun omgeving – dan is de opleiding tot bio-ingenieur of industrieel ingenieur in de biowetenschappen iets voor jou.

In de opleidingen tot burgerlijk ingenieur en bio-ingenieur ligt de klemtoon in de eerste jaren op wiskunde en natuurwetenschappen. Daarna pas je die kennis toe in meer technische vakken. Je leert denken op een abstract en generiek niveau. In je masterproef – en later in je job – ontwikkel je nieuwe concepten, creëer je kennis of bedenk je innovatieve toepassingen.

In de opleiding tot industrieel ingenieur ligt de nadruk op een praktische, toepassingsgerichte aanpak. Je krijgt een stevige wetenschappelijke basis, maar je komt ook veelvuldig in contact met het werkveld via projecten en stages. De masterproef en latere job zijn vaak gericht op het optimaliseren van bestaande systemen of het vertalen van nieuwe ideeën naar een specifieke bedrijfs- of sectorcontext.

22. Wat is het verschil tussen een professionele bachelor en een industrieel ingenieur? En hoe zit dat met de doorstroom?

Is het niet beter om eerst te beginnen met een professionele bachelor om daarna via het schakelprogramma het diploma van industrieel ingenieur te behalen?

Verschil

Je kan kiezen voor een professionele bacheloropleiding aan een hogeschool, of een masteropleiding aan een universiteit. Een professionele bacheloropleiding is sterk praktijkgericht; de theorie komt daar in mindere mate aan bod. De focus ligt op het verwerven van een degelijke praktische kennis in het gekozen domein en minder op het zelf creëren van nieuwe concepten of toepassingen. Universitair onderwijs daarentegen, waaronder de opleiding industriële wetenschappen, is gebaseerd op vernieuwend wetenschappelijk onderzoek, als basis voor innovatieve concepten en toepassingen.

Doorstroom: schakelprogramma

Als je van een professionele bachelor wilt doorstromen naar een master industriële wetenschappen, dan moet je eerst een schakelprogramma volgen. Een schakelprogramma omvat ten hoogste 90 studiepunten en bestaat uit een aantal vakken uit de reguliere bachelor industriële wetenschappen. Na het afwerken van het schakelprogramma krijg je toegang tot de aansluitende masteropleiding (1 jaar of 60 studiepunten).

In de studiekiezer kan je alle schakelprogramma’s raadplegen. Wil je weten of je op basis van jouw bachelordiploma kan inschrijven in een bepaald schakelprogramma, dan kan je de toelatingsvoorwaarden bekijken op de pagina van de aansluitende master. Meer info.

In de schakelprogramma’s naar de masteropleidingen industrieel ingenieur zijn er twee trajecten mogelijk: een regulier traject en een verkort traject (van ongeveer 60 studiepunten) . Je komt in aanmerking voor het verkort traject, en krijgt dus studieduurvermindering in het schakelprogramma, als je voldoet aan twee voorwaarden:

  • In je voorafgaande professionele bacheloropleiding heb je een gemiddeld percentage behaald van minstens 70% voor het volledige traject; er wordt niet afgerond (dus 69.9% is géén 70%), en gedelibereerde cijfers worden opgevraagd om zo de originele cijfers in de berekening mee te nemen. Vrijstellingen worden niet meegenomen in de berekening.
  • Je slaagt voor de bekwaamheidsproef.

In de bekwaamheidsproef worden een aantal basisvakken van de domeinspecifieke ingenieursvorming bevraagd. Je kan enkel deelnemen aan de bekwaamheidsproef als je voldoet aan de eerste voorwaarde.

Opgelet: voor sommige opleidingen komen enkel studenten met een bepaalde vooropleiding in aanmerking voor het verkort traject. Zie https://www.ugent.be/ea/nl/opleidingen/zij-instroom/schakelprogrammas#Inhoudvandebekwaamheidsproef

De bekwaamheidsproef worden éénmalig georganiseerd (begin september 2026, data worden zo vlug als mogelijk op de facultaire website gecommuniceerd) en je bent verplicht om op beide data aan alle testen deel te nemen! Deadline om in te schrijven is begin juli 2026 (datum wordt zo vlug als mogelijk op de facultaire website gecommuniceerd)!

Meer info.

Als je een goede vooropleiding hebt gevolgd in het secundair onderwijs – een opleiding met voldoende uren wiskunde en wetenschappen – , als je gemotiveerd bent en bereid bent om je in te zetten voor je studies en je einddoel is om industrieel ingenieur te worden, dan is het aan te raden om onmiddellijk te starten in de opleiding industriële wetenschappen. De opleiding industriële wetenschappen bouwt immers verder op je voorkennis wiskunde uit het secundair onderwijs. Als je start in een professionele bachelor dan zal jouw voorkennis wiskunde erop achteruitgaan, aangezien dit een minder theoretische opleiding is. In het schakeljaar krijg je dan een stevig pakket wiskunde dat teruggrijpt naar jouw kennis van het secundair.

Met de vernieuwde schakelprogramma’s (sinds AJ 2022-2023) is het bijna onmogelijk om op 1 jaar het schakelprogramma af te werken. Slechts een handvol studenten slagen voor de bekwaamheidsproeven en mogen dus starten aan dit verkorte traject. Bovendien is dit verkorte traject inhoudelijk erg zwaar, en schuiven studenten soms vrijwillig nog vakken door naar het jaar erna, waardoor ze sowieso hun schakeljaar niet op 1 jaar kunnen afronden.

M.a.w. het merendeel van de schakelstudenten kan het schakelprogramma ten vroegste op 2 academiejaren afwerken. Eventueel kunnen deze studenten in het tweede jaar van het schakelprogramma al wat mastervakken opnemen. Maar concreet betekent dit dat studenten die via een schakelprogramma een master in de industriële wetenschappen willen behalen er minimaal 2,5 jaar over doen, maar 3 jaar zal realistischer zijn.

23. Wat is het verschil tussen burgerlijk ingenieur en industrieel ingenieur?

De opleiding burgerlijk ingenieur legt de klemtoon op theoretische kennis en het wetenschappelijk aspect van de dingen. Een burgerlijk ingenieur vraag zich af waarom iets werkt, en hoe systemen kunnen worden ontworpen die problemen oplossen.

Profiel van een student burgerlijk ingenieur:

  • Interesse in wiskunde en wetenschappen
  • Geboeid door technologie en innovatie
  • Op basis van wiskundige modellen nieuwe processen, producten en systemen ontwikkelen om een antwoord te bieden aan maatschappelijke behoeften.
  • Graag op een abstract niveau redeneren
  • Sterk in analytisch en probleemoplossend denken
  • Bereidheid tot diepgang, nauwkeurigheid en volledigheid
  • Goede wiskundige basis, 6u wiskunde of meer in 3de graad van het secundair onderwijs (ASO en/of TSO)
  • Wil mee bouwen aan een betere wereld voor iedereen en antwoorden bieden aan maatschappelijke uitdagingen zoals efficiënt gebruik van grondstoffen, duurzame bouwtechnieken, …

De opleiding industrieel ingenieur legt de klemtoon op toepassingen en zet de theorie om in de praktijk. Een industrieel ingenieur vraagt zich af hoe iets werkt en kijkt naar de praktische uitvoering van de ideeën. Typerend voor de opleiding zijn de talrijke oefeningen en practica in de laboratoria en de veelvuldige contacten met bedrijven en onderzoekscentra, via projecten, stages, bachelorproef en masterproef.

Profiel van een student industrieel ingenieur:

  • Interesse voor wiskunde, wetenschappen, techniek en technologie
  • Vooral geïnteresseerd in toepassingsgerichte kennis
  • Graag op een creatieve manier, gebaseerd op wetenschappelijke kennis en analyse, praktische problemen oplossen
  • Bereidheid tot nauwkeurigheid en volledigheid
  • Goede wiskundige basis, bij voorkeur 6u wiskunde in 3de graad van het secundair onderwijs (ASO en/of TSO)
  • Wil mee bouwen aan een betere wereld voor iedereen en antwoorden bieden aan maatschappelijke uitdagingen zoals efficiënt gebruik van grondstoffen, duurzame bouwtechnieken, …

24. Kan ik Industrieel Ingenieur studeren en nadien Burgerlijk ingenieur: hoeveel jaar in totaal is dit dan?

Als je het diploma van industrieel ingenieur behaald hebt, kan je nog verder studeren voor burgerlijk ingenieur. Er zijn twee mogelijkheden, afhankelijk van je behaalde diploma:

  • Via een aangepast brugprogramma kan je rechtstreeks starten in 1ste master van de opleiding ingenieurswetenschappen op basis van je masterdiploma industriële wetenschappen. Deze rechtstreekse doorstroom is meestal enkel mogelijk binnen hetzelfde kennisdomein. Dit betekent concreet dat je dan eerst vier jaar industrieel ingenieur studeert en je masterdiploma industriële wetenschappen behaalt*, en dan aansluitend 2 jaar master burgerlijk ingenieur. De studenten die dit programma volgen, zullen minder keuzevakken hebben in de masteropleiding burgerlijk ingenieur en in de plaats daarvan krijgen ze nog enkele vakken uit de bachelor van de opleiding burgerlijk ingenieur en een speciaal ingericht brugvak (wiskundige modellering in de ingenieurswetenschappen).

*De faculteit staat toe dat je start met het brugprogramma wanneer je reeds je bachelordiploma verworven hebt, en de laatste vakken opneemt van je masteropleiding industriële wetenschappen. Je kan dus in een GIT zitten tussen MSc industriële wetenschappen en brugprogramma.

  • Via een voorbereidingsprogramma kan je op basis van je bachelordiploma instromen in een aantal inhoudelijk verwante masteropleidingen burgerlijk ingenieur. Je moet dan wel eerst het voorbereidingsprogramma afwerken (min. 30 SP en max. 90 SP) alvorens te starten met de masteropleiding zelf. Dit betekent concreet meer dan 2 jaar studeren extra. Qua studieduur is deze optie meestal niet korter dan de bovenstaande optie, maar je behaalt wel maar één masterdiploma in tegenstelling tot twee masterdiploma’s als je het brugprogramma volgt. Het voorbereidingsprogramma wordt daarom niet vaak gevolgd.

25. Wat is het verschil tussen de opleiding industriële wetenschappen in Gent en in Kortrijk?

Naast de zes masteropleidingen in Gent, biedt UGent ook nog enkele unieke opleidingen in de industriële wetenschappen aan in Kortrijk: industrieel ontwerpen en machine- en productieautomatisering

Deze opleidingen hebben elk een apart opleidingstraject, vanaf eerste bachelor.

De eerste bachelor van de opleiding machine- en productieautomatisering is wel gemeenschappelijk met de eerste bachelor industriële wetenschappen in Gent.

Wat is het verschil tussen de opleidingen elektromechanica, elektrotechniek (met afstudeerrichtingen automatisering en elektrotechniek) van Gent en de opleiding machine- en productieautomatisering in Kortrijk?

Gent

- De opleiding elektromechanica focust op materiaalkunde, machinebouw, productieprocessen, installatiebouw evenals de besturing ervan. Ze leidt ingenieurs op die componenten zoals machines, aandrijvingen, transmissies, sensoren, PLC’s, … op een duurzame wijze ontwerpen en optimaliseren.

- In de opleiding elektrotechniek, afstudeerrichting elektrotechniek ligt de focus op elektrische energie: ontwerp van industriële elektrische installaties, elektrische netten en de impact van hernieuwbare energie op deze netten, en elektrische aandrijvingen voor industriële toepassingen, elektrische voertuigen, elektrische fietsen, windturbines, ...

- In de opleiding elektrotechniek, afstudeerrichting automatisering ligt de focus van automatisering eerder op de procescontrole zoals deze in de voeding, chemie, cosmetische producten, … Dit zijn meestal grote, complexe, continue processen waarbij zaken zoals regeltechniek voor het correct afregelen van deze processen van cruciaal belang zijn.

Kortrijk

- De opleiding machine- en productieautomatisering leidt ingenieurs op die integratoren zijn van mechanische en elektronische componenten, software, data-analyse, intelligentie, machine-learning, etc. De Kortrijkse ingenieur wordt een ontwerper van volledige industriële productiesystemen en bijhorende machines.

Een concreet voorbeeld:

Beschouw een productielijn voor auto-assemblage, bv. bij Volvo. Deze lijn bevat allerlei stations waar b.v. de motor wordt gemonteerd, de deuren worden bevestigd, de ruiten ingeplakt, … tot wanneer een afgewerkte auto van de band rolt. In elk station lopen er afzonderlijke processen: een robot die een ruit neemt en op de juiste plaats in het koetswerk plakt, een mengmachine die de juiste kleur van de lakverf maakt, een machine die onderdelen aaneen last … Elk proces moet correct geregeld worden, zodat b.v. het plaatsen van de ruit voldoende snel gebeurt en ook nauwkeurig. De volledige productielijn bevat dus heel veel afzonderlijke processen met elk hun “lokale” controle. En dus heb je voor de gehele lijn nog een “globale” of “master”controle nodig die alle lokale processen coördineert en synchroniseert. Er mag immers geen ruit geplaatst worden als de auto nog bij het vorige station staat, als een verkeerd type van ruit wordt aangeleverd, als de rubbers om de ruit te ondersteunen in het vorige station verkeerd geplaatst zijn…

De opleiding in Kortrijk focust zich meer op de volledige industriële productielijn van een productieproces, terwijl de opleiding automatisering in Gent zich meer richt op het regelen van één afzonderlijk proces, bv. één robot uit de productielijn die een ruit moet inplakken. De aanpak van de opleiding in Gent ontrafelt de regeltechnische details van de robot, en de aanpak van de opleiding in Kortrijk is meer een “helikoperaanpak” van het gehele productieproces.

26. Wat is het verschil tussen industrieel ingenieur studeren aan de KU Leuven in Gent en de UGent in Gent?

Er is geen verschil in niveau tussen de opleidingen aangeboden aan UGent en KU Leuven.

  • UGent en KU Leuven zijn 2 verschillende instellingen met elk een eigen visie en beleid.
  • KU Leuven heeft een afzonderlijke faculteit industriële wetenschappen (dus gescheiden van de burgerlijk ingenieurs), verspreid over 6 campussen in Vlaanderen (Leuven, Geel, Sint-Katelijne-Waver, Gent, Brugge, Diepenbeek). Aan de UGent behoren de opleidingen burgerlijk ingenieur, burgerlijk ingenieur-architect en industrieel ingenieur samen tot één faculteit. Dit biedt heel wat voordelen: nauwe samenwerking tussen de drie opleidingen, vlotte en onderlinge uitwisseling van kennis en een uitgebreide infrastructuur die door de drie opleidingen kan gebruikt worden voor zowel onderzoek als onderwijs.
  • Het aanbod van de masteropleidingen verschilt lichtjes. De master industriële wetenschappen: informatica kan je in Gent enkel aan de UGent volgen.
  • De opbouw van de opleidingen verschilt lichtjes van elkaar. Zo is er bij de KU Leuven in Gent een verplicht vak biotechnologie in 1ste bachelor en het vak Religie, zingeving en levensbeschouwing in 2de of 3de bachelor. Deze vakken zitten niet in het programma van de UGent opleiding.
  • De studenten industriële wetenschappen van de UGent behoren tot de grote UGent community en dat biedt heel wat voordelen. Ze hebben toegang tot alle faciliteiten van de UGent (restaurants, homes, sportaccommodatie, studentenartsen en –psychologen, jobdienst, …).
  • De faculteit hecht veel belang aan het welbevinden van haar studenten → veel ondersteuning.
    • studiebegeleiders: vakinhoudelijke begeleiding zoals uitleg bij theorie en oefeningen, zowel individueel als in kleine groepjes + meer algemene studieondersteuning, zoals planning, organisatie en studiemethode.
    • Trajectbegeleiders: voor vragen omtrent je studieloopbaan
    • Taalbegeleiding en –advies van UGent: ondersteuning voor spreek- en schrijfopdrachten, zowel in NL als ENG.
  • Mobiliteit: aan de UGent gaan alle lessen door in Gent. De leslokalen en laboratoria bevinden zich op de verschillende UGent campussen in Gent en zijn gemakkelijk bereikbaar met de fiets of het openbaar vervoer. Ook de lesgevers/proffen hebben hun bureau in Gent en zijn dus gemakkelijk bereikbaar voor onze studenten. Bij de KU Leuven in Gent kan het zijn dat je voor bepaalde keuzevakken naar een andere KU Leuven campus buiten Gent moet gaan of dat deze lesgever zijn kantoor heeft op een andere campus.
  • De faculteit is nauw betrokken bij wat er gebeurt in de wereld om ons heen. Samen met de UGent zijn we partner in het innovatiebeleid van de stad Gent. Onze onderzoekscentra bevinden zich grotendeels op het wetenschapspark Tech Lane Ghent Science Park, samen met heel wat onderzoeksgerichte bedrijven. Je zal tijdens je studies dus vertoeven in een zeer innovatieve omgeving. Via onze alumnivereniging AIG kan je na je studies een uitgebreid netwerk met collega's uit de industrie en de academische wereld uitbouwen.

27. Wat is het verschil tussen master informatica, industrieel ingenieur informatica en burgerlijk ingenieur computerwetenschappen?

De masteropleiding informatica richt zicht op de grondslagen van de informatica, zoals algoritmen, datastructuren, kunstmatige intelligentie, softwareontwikkeling, en theorie van computationele systemen en leert de studenten deze principes aan. De opleiding bereidt studenten voor op fundamenteel onderzoek of op het ontwerpen, bouwen en onderhouden van complexe softwareprojecten.

De masteropleiding industriële wetenschappen: informatica legt nadruk op het praktisch ontwikkelen, beheren en implementeren van software en IT-systemen, eerder dan op theoretisch modelleren. De opleiding combineert informatica met ingenieurstechnieken en industriële toepassingen, zoals automatisering en netwerkbeheer en is gericht op het toepassen van bestaande technologieën in bedrijfsomgevingen en technische systemen. De academische bachelor van drie jaar wordt gevolgd door één masterjaar. Er zijn veel praktische labosessies met begeleiding gedurende de ganse opleiding. De opleiding start met basiswetenschappen en algemene ingenieursvakken (1ste jaar en deel van 2de jaar) om daarna te gaan specialiseren.

Studenten burgerlijk ingenieur computerwetenschappen krijgen in de eerste twee jaar een stevige basis in wiskunde en wetenschappen, aangevuld met algemene ingenieursvakken, om een grondige basis te vormen. Vanaf het tweede jaar komen meer vakken computerwetenschappen aan bod, waarin eerst de basis gelegd wordt en vervolgens ook praktische oefeningen gemaakt worden onder begeleiding. Studenten leren niet alleen programmeren, maar ook systemen ontwerpen, analyseren en modelleren — op een abstract en technologisch hoog niveau. De bacheloropleiding duurt 3 jaar en de masteropleiding 2 jaar. Je wordt opgeleid tot een ingenieur die complexe informatica/hardware/software‐systemen kan ontwerpen, analyseren, implementeren en beheren, vaak in industriële of R&D context.

28. Wat is het verschil tussen een burgerlijk ingenieur civil engineering, een industrieel ingenieur bouwkunde en een (burgerlijk ingenieur-)architect?

De opleiding tot burgerlijk ingenieur civil engineering richt zich op de technische en wetenschappelijke aspecten van grote bouwprojecten en complexe infrastructuurwerken; denk aan bruggen, tunnels, hoogbouw, waterbouw, geotechniek, beton- en glasconstructies. De nadruk ligt op wiskunde, fysica en het ontwikkelen van nieuwe technieken voor deze constructies. Je leert fundamenteel en analytisch redeneren: modelleren, berekenen, ontwerpen van constructies en infrastructuur — met aandacht voor stabiliteit, structuren, funderingen, belastingen, zware technieken zoals bouw-, beton-, staal- of infrastructuurwerken. Als burgerlijk ingenieur ben je dikwijls meer betrokken bij de studie van de stabiliteit, funderingen en technieken, en onderzoek naar nieuwe technieken voor grote infrastructuurwerken.

In de opleiding tot industrieel ingenieur bouwkunde ligt de nadruk op het technisch ontwerp, beheer en uitvoering van bouwprojecten (hoe je ontwerpen uitvoert, praktische bouwwerkzaamheden organiseert, bouwprocessen beheert, normen en standaardmethodes toepast), eerder dan nieuwe fundamentele modellen uit te werken. Er is dus minder nadruk op theorie, maar meer op de praktische toepassing van bestaande technieken. Eens afgestudeerd kom je vooral terecht in de uitvoering van bouwwerken, bij de realisatie van diverse bouwconstructies en stabiliteitsberekeningen. Je bent vaak verantwoordelijk voor de project- en werfleiding.

De opleiding tot burgerlijk ingenieur-architect combineert technische kennis (wiskunde, wetenschappen en ingenieurswetenschappen) met (esthetisch) ontwerp (ontwerpwetenschappen en architectuurwetenschappen). De opleiding richt zich zowel op de constructieve als op de ruimtelijke en visuele aspecten van gebouwen, met aandacht voor de integratie in de omgeving. Als burgerlijk ingenieur-architect heb je meer te maken met de opmaak van het ontwerp en het concept van de constructie. Constructie is onderdeel van een globale aanpak van alle aspecten van het ontwerpprobleem. Een burgerlijk ingenieur-architect werkt dan ook nauw samen met ingenieurs en bouwprofessionals om ontwerpen te realiseren.

29. Wat houdt het Excellentieprogramma Innovation for Society in? Wie kan dit volgen?

Wat?

De faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur biedt haar studenten de mogelijkheid om deel te nemen aan een éénjarig extra curriculair excellentieprogramma 'Innovation for Society', dat zowel verbredend als verdiepend is, een stevige intellectuele uitdaging biedt, en interdisciplinaire samenwerking binnen en buiten de faculteit bevordert. Het programma heeft zowel een technisch-wetenschappelijke als een maatschappelijke invalshoek en richt zich op goede, gemotiveerde en veelzijdige studenten die naast hun reguliere bachelor- of masteropleiding graag een extra uitdaging willen aangaan die in de ruime zin verband houdt met hun studiegebied.

We werken rond jaarlijks wisselende thema’s, gelinkt aan een of meerdere van de United Nations Sustainable Development Goals [SDGs]. Concreet worden binnen het jaarthema een aantal belangrijke maatschappelijke problemen geïdentificeerd, waarvoor de deelnemende studenten innovatieve en creatieve oplossingen zullen bedenken en/of implementeren, onder meer gebruikmakend van de binnen hun studie opgedane kennis en vaardigheden. We bekijken het jaarthema vanuit een lokale (Gentse, Vlaamse of Belgische) context en vanuit de rol die de ingenieur (m/v/x) kan spelen bij het behalen van de gekoppelde SDG’s.

Thema’s van de voorbije jaren:

  • AJ 2025-2026: 'Affordability & Mobility in Real Estate Development'
  • AJ 2024-2025: 'Building a Better World Through Sport'
  • AJ 2023-2024: 'Good Health and Well-Being'
  • AJ 2022-2023: 'Eiland voor de kust'
  • AJ 2021-2022: 'Engineers for Fair Institutions'

Voor wie?

De doelgroep zijn goede, gemotiveerde en veelzijdige studenten die naast hun reguliere bachelor- of masteropleiding graag een jaar lang een stevige extra uitdaging willen aangaan. We mikken niet louter op topstudenten (op basis van studieresultaten), maar op een brede mix van profielen. Motivatie, enthousiasme en creativiteit spelen een doorslaggevende rol.

Het programma kan enkel gevolgd worden door studenten die in het jaar van deelname ingeschreven zijn in een van de studieprogramma’s van de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur en de student heeft minstens het eerste bachelorjaar (industrieel ingenieur, burgerlijk ingenieur of burgerlijk ingenieur-architect) volledig heeft afgewerkt

Het programma kan niet gecombineerd worden met een ander honours- of excellentieprogramma, of met een buitenlandse uitwisseling in hetzelfde academiejaar.

Meer info

30. Kan ik de educatieve master (Master of Science in de wetenschappen en technologie, afstudeerrichting engineering en technologie) combineren met mijn opleiding?

De educatieve masteropleiding (EduMa) wordt in de meeste faculteiten aangeboden naast de reguliere domeinspecifieke masteropleidingen. Je kunt na je bacheloropleiding kiezen voor de domeinspecifieke masteropleidingen of de educatieve masteropleiding. Wie voor de educatieve masteropleiding kiest, wordt leraar zonder extra studietijd. Voor de ingenieurswetenschappen(‐architectuur) en industriële wetenschappen is een keuze voor de EduMa meteen na de bachelor niet evident. Als je dit traject volgt, behaal je immers de beroepstitel niet. De faculteit zet daarom in op het verkorte traject van 60 studiepunten, waarop je kan inschrijven tijdens of na de domeinmaster.

Meer info over de educatieve master

Programma

  • (aangeboden door FPPW, gezamenlijk diploma door FEA en FPPW).
    Het verkorte traject is bedoeld voor studenten die de EduMa volgen tijdens of na hun domeinmaster. Je hebt dan al 180 SP van de bachelor en 60 SP van je domeinmaster afgewerkt. Je volgt enkel 60 studiepunten leraarsvakken (dus geen voorbereidingsprogramma van 15 SP).
    In totaal heb je dan 300 SP afgelegd om 2 diploma’s te ontvangen: jouw ingenieursdiploma van de domeinmaster (met de beroepstitel van industrieel ingenieur) én het diploma van leraar.

31. Waarom kiezen voor de faculteit Ingenieurswetenschappen en architectuur?

  • Onderwijs en onderzoek op hoog internationaal niveau
  • Faculteit is prominent aanwezig in internationaal onderzoek rond slimme en duurzame oplossingen voor mens en maatschappij zoals brandveilige en duurzame bouwtechnieken, toekomstgerichte stads- en mobiliteitsplanning, duurzame materialen en recyclage, vernieuwende energieoplossingen en CO₂-reductie, artificiële intelligentie en wiskundige algoritmes, biomedische technologie en slimme gezondheidszorg, nano-elektronica en fotonica, slimme productie- en industry 5.0-systemen met aandacht voor cyberveiligheid.
  • Faculteit zet sterk in op internationalisering in het onderwijs
  • Veelzijdige vorming, met heel veel keuzemogelijkheden.
  • De faculteit zet in op activerende lesvormen doorheen de opleiding.
  • De faculteit besteedt veel aandacht aan het duurzaamheidsaspect. Als ingenieur ben je in dit maatschappelijk verhaal een heel belangrijke speler. Je geeft de toekomst mee vorm!
  • Faculteit stimuleert ondernemerschap bij haar studenten
  • Zeer intense en goed georganiseerde begeleiding
  • Zeer nauwe samenwerking tussen de opleidingen burgerlijk ingenieur, burgerlijk ingenieur-architect en industrieel ingenieur
  • De studentenkring Hermes zorgt voor een warm onthaal en ook voor begeleiding van de studenten.
  • Studentenparticipatie via facultaire raden en commissies, en FRiS, de Facultaire Raad van Ingenieursstudenten.
  • Gent is een fantastische stad om te studeren. Gent is een bruisende studentenstad met veel cultuur, kunst, sport en ontspanningsmogelijkheden voor studenten.
  • Gent is ook het epicentrum voor onderzoek, innovatie en ondernemerschap. Het merendeel van onze onderzoekscentra bevindt zich op Campus Ardoyen, onderdeel van Tech Lane Ghent Science Park. Het wetenschapspark huisvest momenteel 11 universitaire laboratoria, 12 publieke onderzoekscentra, 8 industriële pilots en testfaciliteiten en meer dan 90 kennisintensieve start-ups, academische & bedrijfsmatige R&D-centra die in totaal meer dan 4.400 hightech professionals tewerk stellen.
  • Heel veel jobmogelijkheden na afstuderen!