Samenwerking met Israëlische partners – update 3 oktober 2025: UGent verstrengt mensenrechtenbeleid

(03-10-2025) Tijdens haar vergadering op vrijdag 3 oktober 2025 heeft de raad van bestuur van de UGent besproken hoe de stopzetting vordert van de lopende samenwerkingen met welbepaalde Israëlische partners.

De raad van bestuur heeft beslist om het huidige exit-beleid verder te zetten t.a.v. de lopende projecten waarbij een Israëlische partner betrokken is die door de Commissie Mensenrechtenbeleid en Dual Use Onderzoek (CMDUO) als problematisch werd bevonden, en dat er op de volgende raad van bestuur een nieuwe stand van zaken wordt gegeven. 

Voor nieuwe en door de CMDUO positief geadviseerde samenwerkingen heeft de raad van bestuur beslist dat waar nodig een bijkomende verklaring door een partner moet worden ondertekend waaruit blijkt dat er afstand wordt genomen van en erkenning wordt gegeven aan ernstige schendingen van het internationaal (humanitair) recht. 

De raad van bestuur geeft tevens opdracht aan het management om bijkomend internationaal en instellingsoverschrijdend juridisch advies in te winnen over mogelijke verdere juridische acties. 

Ten slotte geeft de raad van bestuur het mandaat aan de rector om verder constructief met de actievoerders te overleggen.  

Rector Petra De Sutter en vicerector Herwig Reynaert: “We werken onverminderd verder aan de stopzetting van de UGent-samenwerkingen met problematische Israëlische partners. Herwig en ik kregen de afgelopen weken en maanden van veel mensen de vraag: moeten we als UGent niet strenger naar internationale samenwerkingen kijken? Moeten we er geen nieuwe criteria bijhalen om te oordelen of alles wel volgens het internationaal (humanitair) recht verloopt? Met het constructieve debat in de raad van bestuur van vandaag zetten we hiertoe een verdere stap. Met betrekking tot mensenrechten nemen we geen enkel risico. Bij onduidelijkheden nemen we elke twijfel weg en vragen we aan partners dat ze verklaren dat ze afstand nemen van en erkenning geven aan ernstige schendingen van het internationaal (humanitair) recht.”