Architecture as Form of the Real: A Critique of Architecture

Promovendus/a
Châtel, Guy Léon
Faculteit
Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur
Vakgroep
Vakgroep Architectuur en Stedenbouw
Curriculum
Burgerlijk ingenieur-architect, Rijksuniversiteit Gent, 1980
Academische graad
Doctor in de ingenieurswetenschappen: architectuur
Taal proefschrift
Engels
Vertaling titel
Architectuur als vorm van het werkelijke: een kritiek van de architectuur
Promotor(en)
prof. Johan Lagae, vakgroep Architectuur en Stedenbouw - em. prof. Bart Verschaffel, vakgroep Architectuur en Stedenbouw - prof. Maarten Delbeke, vakgroep Architectuur en Stedenbouw
Examencommissie
voorzitter prof. Gert De Cooman (ere-onderwijsdirecteur) - em. prof. Michael Astroh, Universität Greifswald (Duitsland) - dr. Pierre Caye, Ecole Normale Supérieure Paris & CNRS (Frankrijk) - prof. Wouter Davidts, vakgroep Architectuur en Stedenbouw en vakgroep Kunst-, Muziek- en Theaterwetenschappen - prof. Vlad Ionescu, Universiteit Hasselt - prof. Elizabeth Merrill, vakgroep Architectuur en Stedenbouw - promotor prof. Johan Lagae, vakgroep Architectuur en Stedenbouw - promotor em. prof. Bart Verschaffel, vakgroep Architectuur en Stedenbouw - promotor prof. Maarten Delbeke, vakgroep Architectuur en Stedenbouw

Korte beschrijving

Architectuur als vorm van het werkelijke: een kritiek van de architectuur. Weinigen zullen betwisten dat er een verschil bestaat tussen de architectuur en de technische activiteit van het bouwen. Maar het is moeilijk om aan te wijzen waar en hoe dat verschil precies zit. Dat is de taak van de architectuurtheorie. Dit proefschrift is een poging om dat te doen. Probleem is echter dat de architectuurtheorie geen wetenschap kan worden zolang ze zich laat leiden door wereldbeschouwing en de ontwikkeling van empirische feiten koppelt aan de ontplooiing van een waardensysteem; zolang ze historicistisch en axiologisch, dus ideologisch blijft. De theorie moet rekening houden met het feit dat de architectuur alleen bestaat in de intelligibele ruimte van de geschiedenis, dat ze daarom als theorie niet a priori kan spreken. De a posteriori theorie van de architectuur is de formalisering van architectuurgeschiedenis. Het komt haar toe om het kennistheoretische weefsel dat de architectuur onderspant, bloot te leggen. Om dat te volbrengen moet ze echter aanspraak maken op uniciteit, filosofie worden. Ze behoort te laten zien waarvan de architectuur is gemaakt. Ze kan uiteindelijk alleen een inleiding zijn op wat de architectuur als praktijk vertegenwoordigt, op wat architectuur in de praxis aanhaalt.

Praktisch

Datum
Dinsdag 10 februari 2026, 17:00
Locatie
auditorium G van het Plateaugebouw, Jozef Plateaustraat 22, 9000 Gent
Livestream
Volg online

Meer info

Contact
doctoraat.ea@ugent.be