Hoe natuurlijk en duurzaam is uw moestuin?

(15-09-2015) Onderzoekers van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent onderzochten een 40-tal Vlaamse moestuinen

Meer info:  info.crelanleerstoel@ugent.be

Dit jaar is uitgeroepen tot het internationaal jaar van de bodem. Echter hoe is het eigenlijk gesteld met de bodemkwaliteit van onze Vlaamse moestuinen? Om hierop te kunnen antwoorden bemonsterden onderzoekers van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent een 40-tal Vlaamse moestuinen, op zoek naar regenwormen. Deze zijn als bodemingenieurs immers een goede parameter voor een vruchtbare bodem. Wat bleek: bijna alle moestuinen zijn overbemest, maar op vlak van diversiteit scoren permacultuurtuinen met bedekte bodems en minimale bewerking het beste.  

 

Moestuinen vertegenwoordigen momenteel in het sterk verstedelijkte Vlaanderen een aanzienlijk deel van het landschap. Ze maken iets meer dan 3% van de oppervlakte van Vlaanderen uit, wat neerkomt op een 45.000 ha. Dit is slechts 10% minder dan de oppervlakte voor professionele tuinbouw, hetgeen overeenkomt met ongeveer 50 000 ha. Reden voor hun stijgende populariteit is o.a. omdat ze niet duur en gezond zijn.

Gezond omdat moestuinen voldoening scheppen door tuiniers de mogelijkheid te verschaffen om in te staan voor hun eigen kweek, maar ook omdat ze buitenactiviteit creëren, recreatief en ontspannend werken en voor educatieve waarde zorgen. Daarenboven hou je er verse groenten, fruit en eventueel eieren op na. Deze moestuinhype is de Vlaamse overheid ook niet ontgaan die begin dit jaar de campagne 'Gezond uit eigen Grond' lanceerde en ook nog eens 300.000 € vrijmaakte voor de ondersteuning van volkstuinen. Echter hoe is het gesteld met de diversiteit en bodemkwaliteit van onze Vlaamse moestuinen?

Regenwormen als parameter

Regenwormen, door Darwin verheven tot de belangrijkste diersoort op aarde, zijn een belangrijke groep organismen die in onze contreien een onmiskenbare invloed uitoefenen op de bodemkwaliteit en -vruchtbaarheid. Naast het maken van de kruimelstructuur en het versnellen van de nutriëntencirculatie, verbeteren ze met hun graafactiviteiten de verluchting van de bodem waardoor ook een betere waterhuishouding ontstaat. Verder leveren ze diverse ecosysteemdiensten zoals erosievermindering en overstromingsregulatie en dragen ze bij aan de bodembiodiversiteit. Doordat ze hun eigen habitat en daarbij dat van vele andere soorten zodanig beïnvloeden, worden ze vaak bestempeld als bodemingenieurs en zijn ze een goede parameter voor de algemene bodemkwaliteit.

Om een idee te krijgen van de bodemkwaliteit van Vlaamse moestuinen en de mate waarmee verschillende types van bodembeheer daar een effect op hebben, bemonsterden onderzoekers van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent (UGent), in samenwerking met de Hogeschool VIVES, een 40-tal Vlaamse moestuinen op enkele bodemparameters en op de aanwezigheid van regenwormen. In totaal werden er ongeveer 2600 regenwormen gevangen die tot 19 verschillende soorten behoorden in de verschillende onderzochte moestuinen. De moestuinen werden eveneens ingedeeld volgens drie types van moestuinbeheer: 1. permacultuurtuinen, met een continue bedekte bodem, minimale bodembewerking en nabootsing van de natuurlijke situatie; 2. ecologische moestuinen, met zo weinig mogelijk externe inputs; en 3. conventioneel beheerde moestuinen, met een gebruik van kunstmest, maar zonder pesticiden. "Moestuinen waarin pesticiden gebruikt werden hebben we niet onderzocht, aangezien reeds algemeen geweten is dat deze een nadelig effect hebben op regenwormen", aldus docent Jan Mertens, die het Gentse onderzoeksteam leidde.

Overbemesting

Tegen de verwachtingen in, bleek de impact van de verschillende beheertypes geen groot verschil te hebben op de nutriëntenstatus van de moestuinen. Alle onderzochte nutriënten, zoals o.a. stikstof en fosfor, waren in de meerderheid van de tuinen sterk overmatig aanwezig. "Door deze overbemesting kunnen moestuinen zo bijdragen tot de vervuiling van grond- en oppervlaktewater", vindt Jan Mertens. "Aangezien er voor moestuinen geen beperkingen gelden, zoals dat wel het geval is voor de landbouw via het Mestdecreet, moet er in de toekomst misschien meer worden ingezet op sensibilisering."

Het moestuinbeheer bleek wel een groot effect te hebben op de samenstelling van de regenwormpopulaties. Permacultuurtuinen bleken de grootste aantallen regenwormen te bevatten (gemiddeld 369/m2). Dat is 83% meer vergeleken met ecologische moestuinen (202/m2) en bijna het dubbel van conventionele moestuinen (189/m2). Ook de diversiteit van de regenwormen, gemeten aan de hand van het aantal soorten, bleek het hoogst in de permacultuurtuinen. "Dat laatste was te verwachten, aangezien de specifieke omstandigheden van permacultuur het mogelijk maken dat sommige soorten die enkel aan het oppervlak leven hier ook kunnen vertoeven", zegt Jan Mertens. De meest gekende regenworm, de gewone regenworm of Lumbricus terrestris, bleek in de permacultuurtuinen dan weer minder voor te komen dan in de ecologische tuinen. Tot slot, leken de populaties in permaculturen meer op die van natuurlijke systemen, terwijl de populaties in moestuinen waar gespit werd eerder leken op landbouwsystemen. Regenwormen zijn daarmee in ecologische- of permacultuurmoestuinen opmerkelijk abundant in vergelijking met akkers, waar zelden meer dan 150/m² en doorgaans lagere soortenrijkdommen worden teruggevonden.

"Naast het probleem van de overbemesting van elk type moestuin, blijken er heel wat regenwormen in de bodem van onze moestuinen te zitten en via een goed bodembeheer kunnen we deze aantallen sterk beïnvloeden, besluit Jan Mertens. "Dit is geen onbelangrijk resultaat, want als gevolg van de grote impact van regenwormen op de bodemvruchtbaarheid, worden ze reeds aanzien als een belangrijke speler inzake plantengroei en de daarmee verbonden gewasopbrengst in landbouwsystemen".

AANVULLENDE VERSLAGGEVING:

EOS

VILT