Bos- en Natuurbeheer

Veelgestelde vragen over de masteropleiding Bos- en Natuurbeheer.

Inhoud en focus

De opleiding focust op een toekomstgericht en duurzaam beheer van bos, natuur, en landschap. Ze gebruikt hiervoor een holistische ecosysteembenadering.

We introduceren een waaier aan technieken en nieuwe technologieën om de complexe structuur en functioneren van ecosystemen in kaart te brengen, van individuele groeiring of boom tot grootschalige vegetatiepatronen in landschappen.

Hiervoor moeten we beeldvorming in het labo, laserscanning in het veld en sensoren op vliegtuigen en satellieten leren combineren met ruimtelijke analysetechnieken.

Met deze toolbox onder de arm kunnen we dan de ecologische impact van complexe milieuveranderingen zoals wijzigingen in landgebruik en klimaat bestuderen en begrijpen, met onder andere aandacht voor de productiviteit, de biodiversiteit, en het functioneren van bos en natuur.

Verschillende (globale) milieuproblematieken zetten ecosystemen onder druk. In de opleiding bekijken we hoe groot hun impact is en hoe beheer en beleid hier mee aan de slag moeten.

Het gaat met name om verschillende planetaire grenzen die overschreden worden: intensiever landgebruik, verstoorde nutriëntenkringlopen, verlies aan biodiversiteit, en klimaatverandering.

Hoewel klimaatverandering wel als context in meerdere vakken aan bod komt, is er geen specifiek stamvak dat hier in detail op focust. Via de keuzevakken kan daar wel dieper worden op ingegaan.

Er wordt binnen de opleiding Bos- en Natuurbeheer heel sterk gewerkt rond klimaatadaptie en -mitigatie.  De opleiding focust vooral op hoe bos, natuur en landschap aanpassen om de impact van klimaatverandering te verzachten en hoe ecosystemen beheren zodat er een maximale hoeveelheid broeikasgassen (CO2 in het bijzonder) wordt opgeslagen.

Duurzaam beheer en gebruik van ecosystemen is het centrale thema van de opleiding bos- en natuurbeheer. Het vormt ook een subthema bij de keuzeopties binnen de master.

Vanzelfsprekend komen economische en bedrijfskundige aspecten aan bod als verschillende delen van de bos houtkolom worden behandeld.

Verder is een ingenieursbenadering van zowel bos- als natuurbeheer niet los te koppelen van een beleidskader waarbinnen diverse socio-economische aspecten ook worden uitgewerkt.

De opleiding is traditioneel sterk in Erasmusuitwisselingen vooral binnen Europa, maar ook daarbuiten. Inhoudelijk worden de opleidingsonderdelen ook voorzien om zowel de Vlaamse context, de Europese verbondenheid als het internationale kader uit te werken.

Sommige vakken focussen zich zelfs specifiek op andere werelddelen. Met name ‘Tropical forestry’ beoogt zo een diepgaande vergelijking van bosecologische aspecten tussen de verschillende tropische continenten.

Vakken

Voor meerdere opleidingsonderdelen is dit wel aan de orde. Zo wordt er geprogrammeerd en gemodelleerd voor het opleidingsonderdeel ‘Vegetation modeling’: R-scripts, eenvoudige modellen in R en het aanpassen en gebruiken van complexere modelcodes in C++.

Voor de opleidingsonderdelen ‘Teledectie’ en ‘GIS’ (Geografische informatiesystemen) wordt gebruik gemaakt van het online cloud platform van Google, de Google Earth Engine (GEE).

Je leert eenvoudige beeldverwerkingsscripts ontwerpen/coderen en complexe codes aanpassen. In GIS leer je ook om ruimtelijke risico- modellen te ontwerpen in het kader van rampenbeheer.

Wiskunde, statistiek en fysica vervullen een ondersteunde rol in verschillende vakken binnen de opleiding (zoals de vakken ‘Teledetectie’, ‘Vegetatiekunde’, ‘Inventarisatie van bos en natuur’, ‘Vegetation modeling’, en ‘Houttechnologie materiaaleigenschappen’).

Deze vakken zijn ondersteunend binnen de opleiding en hierbij worden er geen grote, nieuwe fundamentele bouwblokken aangeleerd. In het vak ‘Vegetation modeling’ ligt de focus op het omzetten van proces en ecologische kennis in wiskundige vergelijkingen en operationele modelcodes, maar dit is op zich geen nieuwe wiskunde voor de studenten.

De nadruk van opleiding ligt bij de biotische component van ecosystemen (soorten, levensgemeenschappen) en hoe deze samenhangen met de andere componenten zoals atmosfeer, geosfeer en hydrosfeer.

Het begrijpen van de complexe wisselwerking tussen organismen onderling en de omgeving waarin ze leven (i.e. ecologie) is een essentiële bouwsteen voor de opleiding.

Het laat o.a. toe de impact van milieuveranderingen te begrijpen en onderbouwde beheermaatregelen voor ecosystemen uit te werken. De opleidingsvakken maken hierbij een link naar zowel flora- als faunabeheer.

Het maritiem milieu komt niet aan bod binnen het plichtpakket, maar aan de hand van keuzevakken kan dit door de student worden versterkt.

Alhoewel er niet direct specifieke opleidingsonderdelen zijn die zich sterk richten op chemie en biochemie, komt de toepassing ervan wel in heel wat vakken terug.

Als voorbeeld van gebruik van chemische aspecten kunnen de opleidingsonderdelen rond houttechnologie worden geduid.

Er wordt een evenwicht voorzien tussen veld-, labo-, en computerpractica.

Het unieke aan deze opleiding is het grote aantal excursies, waarbij het contact met het werkveld en de praktijkervaring centraal staan. Verschillende spelers uit het werkveld getuigen hierbij over hun expertise en rondleidingen in diverse gebieden tonen hoe de kennis uit theorielessen vertaald kan worden naar de praktijk.

Andere practica (computer, labo, werkcollege) bieden verdieping in kwantitatieve aspecten (o.a. modellering) van de opleiding. Ze worden voor een groot deel opgebouwd uit verschillende reële casussen, om de opgedane kennis zo binnen een grote range aan actuele probleemstellingen toe te passen.

Jobs

Na een bevraging van meer dan 180 afgestudeerde bos- en natuurstudenten bleek dat de meeste studenten in volgende sectoren terecht kwamen: onderzoek (23%), onderwijs (18%), natuur-/bos-/groenbeheer (17%) en studiebureaus (10%).

De verdeling tussen alumni werkzaam bij de overheid of in de privésector bleek 50/50 te zijn. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat een job typisch bestaat uit een combinatie van verschillende aspecten uit enkele sectoren.

Niet noodzakelijk. Keuzevakken helpen hoofdzakelijk om je eigen interessegebied verder uit te bouwen, waarbij je zo zelf richting kan geven aan de sectoren waar je uiteindelijk werk zal zoeken.

Als breed gevormde bio-ingenieur kun je, mits je de nodige motivatie en leergierigheid toont, zeker ook in andere sectoren aan de slag. 

Buitenland

Het diploma leent zich ertoe om in het buitenland aan de slag te gaan.

Verschillende afgestudeerden kozen voor een buitenlands avontuur, bijvoorbeeld bij internationale organisaties in de tropen.

Zo worden er elk jaar verschillende thesisonderwerpen aangeboden met buitenlandse mobiliteit. Onder andere de Democratische Republiek Congo is een land waar veel onderzoek loopt vanuit de faculteit. Hiervoor wordt sterk aangeraden om een VLIR-beurs aan te vragen.

Veldwerkervaring in het kader van een thesis kan ook een troef zijn voor een toekomstige job.

Taal

In de masteropleiding worden inderdaad verschillende (keuze)vakken in het Engels gedoceerd. Ook voor je masterproef en binnen verschillende vakken zul je geregeld internationale literatuur doorspitten.

Een goede basiskennis Engels is bijgevolg nodig, maar dit vereist zeker geen voorbereiding. Specifieke vakterminologie neem je op via de lessen. De opleiding Bos- en natuurbeheer beoogt een sterke profilering gericht op Vlaanderen. Daar werken we vooral in het Nederlands.

Vergelijking met andere opleidingen

Ecosystemen worden gevormd door een wisselwerking tussen organismen en hun abiotische leefomgeving. Beide opleidingen kijken naar deze systemen, van kleine tot grote schaal, maar vanuit een verschillend perspectief.

De opleiding Bos- en Natuurbeheer legt een focus op het begrijpen van de biotische component (organismen) van terrestrische ecosystemen, o.a. vanuit hun abiotische kenmerken.

De opleiding Land, Water en Klimaat richt zich op de abiotische kenmerken van ecosystemen zelf en hun interactie met biotische elementen, en laat land, water én klimaat als drie volwaardige pijlers aan bod komen. De inrichting van een pijler klimaat in deze opleiding maakt dat deze opleiding het functioneren van het klimaat in de diepte bestudeert.

In de opleiding Bos- en Natuurbeheer komt het aspect klimaat terug in verschillende opleidingsonderdelen, als een van de milieuproblematieken waarmee beheer aan de slag moet gaan.

Ecologische vakken komen voornamelijk voor in de opleidingen Bos- en Natuurbeheer, Milieutechnologie en Land, Water en Klimaat.

De opleiding Bos- en Natuurbeheer heeft een sterke focus op het biotische luik van het ecosysteem en hoe dit beïnvloed wordt door de abiotische kenmerken (bodem, water, atmosfeer). In deze opleiding doe je meer gedetailleerde kennis op over de ecologie van bossen en de natuur.

In de opleiding Land, Water en Klimaat beperkt de kennis van ecologie zich meer tot de basiskennis uit de bacheloropleiding daar deze opleiding een sterke focust heeft op het abiotische luik van het ecosysteem en hoe vegetatie en landbeheer daar een impact op hebben.

Binnen de opleiding Milieutechnologie ligt de biotische focus vooral op de ecologie van het zoet- en mariene watermilieu, van bodemsystemen en in biotechnologische systemen, terwijl er ook uitgebreid aandacht is voor abiotische (d.i. fysisch-chemische) processen en interacties in en tussen de verschillende milieucompartimenten en in milieutechnische installaties.

Natuurlijke oplossingen sensu strictu (bijvoorbeeld aanleg van rietvelden) voor waterverontreiniging komen relatief weinig aan bod in de bio-ingenieursopleidingen.

Binnen de opleiding Land, Water en Klimaat wordt wel aandacht besteed aan diffuse verontreiniging en hoe deze op semi-natuurlijke wijze kan worden geremedieerd door ingrepen op het land. Daarnaast wordt de impact van verstoringen (zoals verontreiniging) op bestaande aquatische ecosystemen bestudeerd, net als mogelijkheden voor hun herstel.

Binnen de opleiding Bos- en Natuurbeheer komen ook natuurlijke oplossingen naar voor bij ecologisch herstel. Ook wordt waterverontreiniging beperkt aangeraakt als een problematiek voor de diversiteit en het functioneren van ecosystemen, maar er wordt niet meteen ingegaan op oplossingen voor de verontreiniging zelf.

De opleiding Milieutechnologie focust eerder op de analyse, effecten en (bio)technologische oplossingen voor waterverontreiniging.

Aquatische ecologie komt aan bod binnen de opleidingen Bos- en Natuurbeheer, Milieutechnologie en Land, Water en Klimaat.

Binnen de opleiding Milieutechnologie komt aquatische ecologie sterk aan bod met 3 specifieke stamvakken omtrent deze discipline: ‘Toegepaste zoetwaterecologie’, ‘Toegepaste mariene ecologie’, en ‘Ecosysteem-modellering’.

Binnen de opleiding Land, Water en Klimaat is er het plichtvak ‘Waterkwaliteitsbeheer’ waarbinnen aquatische ecologie deels aan bod komt. Via het keuzevak ‘Aquatic ecotechniques’ (in de beperkte keuzelijst van 4 ingenieursvakken) kun je je verder toespitsen op het natuurvriendelijk inrichten van waterlichamen.

Binnen de opleiding Bos- en Natuurbeheer zijn er geen plichtvakken binnen dit deel van de ecologie. Via het keuzepakket kunnen vakken die handelen over aquatische ecologie opgenomen worden zodat de geïnteresseerde student zich hier verder in kan bekwamen.