Landbouwkunde

Veelgestelde vragen over de masteropleiding Landbouwkunde.

Inhoud en focus

De opleiding onderscheidt zich door haar focus op duurzame landbouw. De samenhang tussen bodem, plant, dier en mens in landbouwsystemen staat hierbij centraal.

Milieuproblemen komen aan bod in de opleiding voor zover ze gekoppeld zijn aan landbouwsystemen: milieufactoren die een impact hebben op landbouw en de impact van landbouw op het milieu.

Dit brengen we telkens vanuit een landbouwkundig perspectief met aandacht voor de oorzakelijke factoren en mitigatiestrategieën.

Hoewel klimaatverandering wel als context in meerdere vakken aan bod komt, is er geen specifiek stamvak dat hier in detail op focust. Klimaat en klimaatverandering komen aan bod in de opleiding voor zover ze invloed uitoefenen op landbouwkundige processen, maar niet in de brede zin. Omgekeerd komt de impact van landbouw op klimaatverandering ook aan bod.

Duurzaamheid is een belangrijk thema in de hedendaagse landbouw. In tal van vakken komen dan ook de verschillende aspecten van duurzaamheid (ecologisch, sociaal en economisch) aan bod, alsook maatregelen om landbouw te verduurzamen.

Er is ook een afstudeervak ‘Geïntegreerde duurzame landbouw’. Daarin bestudeer je een actueel en innovatief landbouwsysteem en werk je het uit met een sterke focus op duurzaamheid.

Bedrijfsmanagement en kennis van de macro-economische, sociologische en beleidscontext is belangrijk in de hedendaagse landbouw, dus die elementen zitten vervat in de opleiding.

Naast enkele stamvakken zijn er ook meerdere keuzevakken om hierin te verbreden of te verdiepen.

De opleiding behandelt vooral de Vlaamse en West-Europese landbouw. Landbouw in tropische en subtropische gebieden komen aan bod in de vakken ‘Tropical crop production’ en ‘Tropical animal production’.

Er is een keuzevak ‘Biologische landbouw’. Andere nieuwe vormen van landbouw komen gefragmenteerd aan bod in verschillende vakken.

In ‘Biologische landbouw’ is er aandacht voor CSA en in het vak ‘Plantaardige productiesystemen’ komt agroforestry uitgebreid aan bod. Er is ook een keuzevak ‘Biological control of crop pests and diseases’. Je kan ook rond nieuwe thema’s werken in het vak ‘Geïntegreerde duurzame landbouw’.

De principes van biotechnologie en de toepassing van GGO’s in de landbouw komen aan bod, maar de biotechnologische productie van GGO’s niet.

Ja, er is een stamvak ‘Voeding van de mens’ en in verschillende andere opleidingsonderdelen komen aspecten van de kwaliteit en consumptie van levensmiddelen aan bod.

Je kan je specialiseren, en tegelijk word je breed opgeleid in alle landbouwkundige aspecten.

De stamvakken hebben als doel een brede kennis van landbouwkunde te verwerven. Daarnaast is er een ruim aanbod van keuzevakken die toelaten verder te verbreden of te specialiseren in één domein (bv. plantaardige productie, dierlijke productie, gewasbescherming, economie en maatschappij).

Vakken

Modelleren en programmeren komen nog slechts beperkt aan bod in de opleiding, maar kunnen voor bepaalde masterproefonderwerpen wel belangrijk zijn. De basisvaardigheden in programmeren en modelleren verworven in de Bacheloropleiding moeten volstaan.

Zuivere wiskunde komt eerder beperkt aan bod in de opleiding, maar veel vakken zijn wel kwantitatief georiënteerd.

Fysica komt iets meer aan bod met betrekking tot agrarische constructies en de abiotische omgeving, maar dit blijft ook eerder beperkt.

Gegevensverwerking en statistiek zijn dan weer wel belangrijk bij het analyseren van landbouwsystemen en -processen en van (eigen) onderzoeksresultaten in de masterproef.

In tal van vakken zit een belangrijke biologische en ecologische component omwille van de eigenschappen van landbouw. In de stamvakken komen zowel bodem, plant, dier, mens en hun samenhang in landbouwsystemen aan bod.

Aquacultuur komt zeer beperkt aan bod in één afstudeervak van de bacheloropleiding, maar niet in de masteropleiding. Hiervoor kan je terecht in de opleiding Master in Aquaculture.

In verschillende vakken zit een biochemische of chemische component omwille van de eigenschappen van landbouwprocessen. De opleiding bevat echter geen zuiver chemisch of biochemisch gerichte vakken met verdieping in deze disciplines.

De practica zijn zeer divers en omvatten bedrijfsbezoeken en veldobservaties, toegepast labowerk (bv. proeven met planten en insecten, microscopie van schimmels, (bio)chemische analyse…), rekenoefeningen, diverse taken, en het bijwonen van lezingen door gastsprekers.

Jobs

Aangezien de opleiding zeer breed is, komen de afgestudeerden in tal van sectoren terecht.

Voornamelijk in bedrijven in de agrosector (bv. plantenveredeling, fytofarmacie, (dier)voeding, bio-grondstoffen, bouw, studie- en adviesbureaus), maar ook in onderzoeksinstellingen en proeftuinen, landbouw- en niet-gouvernementele organisaties, overheid en onderwijs.

De functies situeren zich in productie, onderzoek en ontwikkeling, prospectie, kwaliteitsborging, advies en beleid, commercieel en management, onderwijs, enzovoort.

De keuzevakken van de opleiding en vooral ook de masterproef laten toe om te specialiseren in een vakgebied (bv. plantproductie, dierproductie, gewasbescherming, landbouweconomie) of verder te verbreden. Ze laten toe om beter voorbereid te zijn op een job in een bepaalde sector, maar zijn niet bepalend om toegang te hebben tot een bepaalde sector. De stamvakken in de opleiding bieden immers een brede basis in landbouwkunde.

Aangezien de vraag in de agrosector momenteel het aanbod overtreft, komen de meeste afgestudeerden in de agrosector terecht, maar het aantal sectoren waarin afgestudeerden terechtkomen is ruim, wellicht ook mede bepaald door de breedte van de opleiding.

Buitenland

Een deel van de studenten maakt gebruik van de mogelijkheden voor internationale mobiliteit, voornamelijk voor het volgen van vakken, maar ook het uitvoeren van de masterproef of een stage in het buitenland is mogelijk.

Er zijn tal van buitenlandse instellingen die in aanmerking komen voor uitwisseling binnen deze opleiding. Landbouw is in vergelijking met veel andere sectoren ook regio-specifiek, waardoor de meerwaarde van een internationale ervaring zeer groot is.

Aangezien landbouw steeds globaler wordt, zijn er zeker mogelijkheden voor jobs in het buitenland of jobs die regelmatig buitenlandse verplaatsingen vereisen. De opleiding geeft ook een voldoende basis voor een job in tropische en subtropische landbouwgebieden, maar bereidt daar niet specifiek op voor.

Taal

Alle afstudeervakken van de bachelor worden in het Nederlands gegeven.

In de masteropleiding wordt ongeveer een derde van de stamvakken in het Engels gegeven. De keuzevakken omvatten eveneens Nederlandstalige en Engelstalige vakken. Bijzondere voorbereiding is daarvoor niet vereist.

Vergelijking met andere opleidingen

Beide opleidingen focussen op levensmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong.

Het belangrijkste onderscheid is dat binnen de opleiding Landbouwkunde de focus ligt op de productie en het kwaliteitsbeheer van de grondstoffen: tot en met de oogst en de primaire verwerking ervan.

De opleiding Levensmiddelenwetenschappen en Voeding focust op verwerking van deze grondstoffen tot afgewerkte en verpakte producten en de productkwaliteit, en alle na-oogst facetten van de agrovoedselketen, dus de verwerking tot bij consument. Door dit verschil in focus is er relatief weinig overlap tussen beide opleidingen.

Er zijn raakvlakken tussen beide bio-ingenieursopleidingen en meer specifiek in de plantaardige productie en gewasbescherming. Het belangrijkste onderscheid is dat Landbouwkunde focust op gewassen en landbouwsystemen, terwijl de major groene biotechnologie van de opleiding Cel- en Genbiotechnologie zich vooral richt op het onderzoeken en sturen van moleculaire biologische processen in planten.