Levensmiddelenwetenschappen en Voeding

Veelgestelde vragen over de afstudeerrichting Levensmiddelenwetenschappen en Voeding.

Inhoud en focus

De opleiding Levensmiddelenwetenschappen en Voeding biedt een ingenieursvorming met betrekking tot de chemische, microbiologische, fysicochemische, nutritionele en technologische aspecten van levensmiddelen in combinatie met het opbouwen van kennis over de toeleverende sectoren.

De opleiding leidt tot de vorming van breed inzetbare, conceptueel denkende bio-ingenieurs, binnen de brede context van voeding en de agrovoedingssector (met nadruk op na-oogstprocessen tot bij de consument).

De directe link met levensmiddelen en voeding is nooit ver zoek, terwijl de opgedane competenties perfect transfereerbaar zijn naar andere disciplines en sectoren (o.a. chemie, farmacie, …).

De focus van de opleiding ligt niet echt op milieuproblemen, maar er komen wel bepaalde aspecten aan bod, zoals de aanwezigheid van pesticiden en milieucontaminanten in grondstoffen, de recycleerbaarheid van verpakkingen en (her)gebruik van water.

Hoewel klimaatverandering wel als context in meerdere vakken aan bod komt, is er geen specifiek stamvak dat hier in detail op focust.

Aspecten met betrekking tot het klimaat en klimaatverandering die aan bod komen, zijn o.a. het optimaal gebruik en duurzaamheid van grondstoffen en verpakking, alsook de eiwittransitie en hoe de voedingssector daar een antwoord op kan bieden om tot meer duurzame consumptiepatronen te komen (vb. alternatieve eiwitbronnen gebruiken in levensmiddelen, hoe consumenten sturen om voor een meer duurzaam eetpatroon te kiezen, nutriscore, etc.).

De studenten worden gestimuleerd om kritisch na te denken over diverse duurzaamheidsaspecten, die verweven zitten doorheen alle opleidingsonderdelen.

Enkele vakken spitsen zich echter in grotere mate toe op duurzaamheid voor deze opleiding, vb. ‘Productinnovatie in de levensmiddelenindustrie’, ‘Packaging technology’, ‘Voeding van de mens’, ‘Food technology’, ‘Technologie van dierlijke producten’, ‘Technology of vegetable products’.

Het aspect duurzaamheid en de farm-to-forkstrategie om tot een meer duurzame agro-voedselketen te komen wordt behandeld. Dat gaat over het al dan niet verpakken van levensmiddelen, de relatie tot voedselverlies en de houdbaarheidsdatum, duurzaam consumptiepatroon, formulering van nieuwe levensmiddelen met alternatieve eiwitbronnen, etc.

Zuivere economische aspecten komen niet aan bod in de opleiding, wel is er een plichtvak ‘Management voor ingenieurs’ waarin bedrijfskunde aan bod komt. Maar ook het vak ‘Consumentengedrag en marketing van bio-industriële producten’ heeft een eerder economisch/maatschappelijke invalshoek.

Verder komen bedrijfskundige aspecten ook aan bod binnen het vak ‘Productinnovatie in de levensmiddelenindustrie’ door o.a. samenwerking met de studenten Handelswetenschappen, het opzetten van een bedrijfsstrategie en het uitvoeren van een (basis) financiële studie naar haalbaarheid.

De opleiding kijkt verder dan België en Europa, onder andere door te kijken naar internationale voedselproductie, internationale wetgeving en globale duurzaamheidsvraagstukken.

De levensmiddelenindustrie in België is ook een industrie die sterk geörienteerd is op export. Je interageert met internationale studenten (oa. Global Campus Korea, MSc in Food Technology, Msc in Nutrition and Rural Development, uitwisselingsstudenten …), en je krijgt de kans om internationale ervaring op te doen door het volgen van vakken of door het uitvoeren van een stage en/of je masterproef in het buitenland.

Vakken

Programmeren an sich komt niet meer aan bod. Modelleren komt wel nog aan bod in ‘Proceskunde II’, ‘Procesregeling’, alsook als onderdeel van bepaalde opdrachten, zoals in Predictive Microbiology binnen ‘Productinnovatie in de levensmiddelenindustrie’ of ‘Quality management and risk analysis’, maar dan is er een concrete link met de toepassing en zijn softwarepakketten ter beschikking.

Binnen de toepassingen in diverse vakken en ook de Masterproef is deze opgedane basiskennis wel nodig om bepaalde toepassingen te begrijpen of uit te voeren, maar deze kennis wordt niet verder uitgediept.

Bepaalde biologische of ecologische aspecten komen aan bod, maar eerder toegepast op de grondstoffen die worden ingezet in de levensmiddelenproductie, bijvoorbeeld de aanwezigheid van pesticiden en contaminanten in grondstoffen.

Bepaalde (bio)chemische aspecten komen aan bod, verder bouwend op het vak levensmiddelenchemie, maar steeds met een concrete link naar of toepassing in de voeding.

Enkele voorbeelden van vakken: ‘Biochemische en functionele analyse van levensmiddelen’, ‘Voeding van de mens’, ‘Functional foods’, ‘Packaging technology’ (biopolymeren) of keuzevakken zoals ‘Chemische Voedselveiligheid’, ‘Food fermentations’, ‘Brouwerijtechnologie’.

Nee, dat is geen finaliteit binnen de opleiding.

Bioproductie komt eerder aan bod binnen de opleiding Chemie en Bioprocestechnologie.

In de masteropleiding krijg je naast natte labopractica ook PC-practica, casestudies, paper discussions en microteachings.

In het vak ‘Productinnovatie in de levensmiddelenindustrie’ ontwikkel je in team een levensmiddel van A tot Z. Daarbij werk je ook samen met studenten van een andere faculteit: studenten Handelswetenschappen van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde.

Jobs

Deze masteropleiding bereidt je voor op een loopbaan in het domein van de levensmiddelen, in het bijzonder de levensmiddelenindustrie, hun toeleveranciers (vb. verpakking, ingrediënten, machinebouwers), de distributiesector en aanverwante sectoren zoals de bio-industrie, farmacie en diervoeding.

De levensmiddelenindustrie is in België en Europa de grootste industriële werkgever. Andere relevante werkgevers zijn bevoegde overheden en gerelateerde onderzoeksinstellingen die werken rond voeding en gezondheid (vb. FOD volksgezondheid, FAVV), en consumenten- of sectororganisaties (vb. FEVIA). We zien ook steeds meer bio-ingenieurs een eigen onderneming opzetten (vb. ontwikkeling/productie van een uniek levensmiddel of consultancy).

Mogelijke functies zijn: kwaliteitsverantwoordelijke, salesverantwoordelijke, projectverantwoordelijke, R&D ontwikkelaar, consultant, beleidsmaker, voedingsexpert, onderzoeker, zelfstandige… . Op termijn zijn er doorgroeimogelijkheden naar managementfuncties om bijvoorbeeld plant manager te worden van een bedrijf.

Naast de voedingsindustrie kunnen afgestudeerden van deze richting ook terecht in aanverwante sectoren zoals de bio-industrie, farmacie, chemie en diervoeding.

Andere relevante werkgevers zijn bevoegde overheden en gerelateerde onderzoeksinstellingen die werken rond voeding en gezondheid (onder andere doctoreren bij onderzoeksgroepen aan de UGent of buitenlandse onderzoeksinstellingen), alsook consumenten- of sectororganisaties.

We zien ook steeds bio-ingenieurs hun eigen onderneming opzetten (vb. productie van uniek levensmiddel, consultancy).

Neen, de keuzevakken zorgen ervoor dat de student zich kan verbreden of verdiepen in bepaalde materie, maar met het pakket aan plichtvakken in combinatie met de masterproef wordt gegarandeerd dat elke student bio-ingenieur met dezelfde competenties afstudeert.

Vanuit het werkveld klinkt ook vaak dat er zelfs niet naar de keuzevakken gekeken wordt bij aanwerving. Men kiest voor het profiel bio-ingenieur.

Nee, labowerk is geen finaliteit van de opleiding.

De opleiding is veel breder, en zorgt ervoor dat je aan de slag kan in productinnovatie, kwaliteit, voedselveiligheid, management, enzovoort. Verschillende voorbeelden van functies van afgestudeerden in deze richting vind je op www.bioingenieursaanhetwerk.be.

Buitenland

De opleiding is zeer internationaal gericht. Je komt hoe dan ook in bepaalde vakken in contact met studenten en culturen uit de hele wereld (in vakken zoals ‘Quality management and risk analysis’, ‘Food regulation’, ‘Food technology’).

De opleiding incorporeert ook diverse internationale kaders op vlak van inhoud, zoals de bespreking van internationale wetgeving rond voeding in het kader van global trade van grondstoffen/export, duurzaamheidsvraagstukken en internationaal peer-reviewed onderzoek….

Naast de opleiding tot bio-ingenieur zijn er ook de internationale voedingsrichtingen aan onze faculteit, namelijk IUP Food Technology, en Nutrition and Rural Development alsook de Bachelor Food Technology op de Ghent University Global Campus in Zuid-Korea, waarmee de studenten in contact komen via gelijklopende vakken.

Bovendien kan je op diverse manieren een buitenlandse ervaring opdoen. Zo kan je tijdens de masteropleiding deelnemen aan een uitwisselingsprogramma naar Zweden, Frankrijk, Finland, Canada, Oostenrijk… . Een stage in het buitenland behoort ook tot de mogelijkheden. Er is een mooie lijst aan stageplaatsen beschikbaar bij voedingsbedrijven in het buitenland. Daarnaast kun je ook in het kader van je masterproef naar het buitenland, bijvoorbeeld naar onze Global Campus in Zuid Korea of naar Arkansas in de VS.

Vermits de voedingssector zeer internationaal georiënteerd is (België is een exportland), is er zelfs voor jobs in België vaak een sterke internationale link met leveranciers, vestingen of klanten in het buitenland. Daarnaast zijn veel voedingsbedrijven een multinational, waardoor werken op internationaal niveau zeker kan. Ook in Europese of internationale organisaties zoals EFSA, FAO/WHO, of Europese stakeholderorganisaties als Food & Drink Europe kunnen onze bio-ingenieurs terecht.

Taal

Ja, er worden diverse plichtvakken in het Engels gegeven: ‘Food technology’, ‘Food regulation’, ‘Quality management and risk analysis’, ‘Packaging technology’.

Dit is echter op een laagdrempelige manier, zodat de studenten hierin de kans krijgen om te groeien. Het betrokken onderwijsteam heeft meestal het Nederlands als moedertaal. Het inhoudelijke staat hier centraal, niet zozeer het taalkundige.

Vergelijking met andere opleidingen

Er zijn zeker raakvlakken tussen beide opleidingen en je krijgt verschillende vakken samen.

Bij de opleiding Levensmiddelenwetenschappen en Voeding ligt de focus meer op de productie en innovatie van levensmiddelen uit plantaardige of dierlijke grondstoffen, maar ook op wetgeving, kwaliteit en verpakking.

De opleiding Chemie en bioprocestechnologie spitst zich toe op non-food toepassingen binnen de (bio-) chemische industrie, waarbij een sterke nadruk ligt op duurzaamheid (groene chemie).

Beide opleidingen focussen op levensmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong.

Het belangrijkste verschil? Binnen de opleiding Landbouwkunde ligt de focus op de productie en het kwaliteitsbeheer van de grondstoffen: tot en met de oogst en de primaire verwerking ervan.

De opleiding Levensmiddelenwetenschappen en Voeding focust op verwerking van deze grondstoffen tot afgewerkte en verpakte producten en de productkwaliteit, en alle na-oogst-facetten van de agrovoedselketen: verwerking tot bij consument. Door dit verschil in focus is er relatief weinig overlap tussen beide opleidingen.

In beide opleidingen zijn micro-organismen belangrijk, waarbij je dezelfde analysetechnieken aanleert.

De opleiding Levensmiddelenwetenschappen en Voeding concentreert zich eerder op micro-organismen in de context van voedselproductie, houdbaarheid en veiligheid van levensmiddelen, terwijl de opleiding Cel- en Genbiotechnologie eerder focust op de manieren waarop micro-organismen kunnen ingezet worden voor industriële doeleinden zoals productie van bepaalde substanties.

De belangrijkste verschillen?Bij Cel- en Genbiotechnologie ligt de nadruk meer op cellen, moleculaire biologie, DNA en dan naargelang je major dit toepast op menselijke gezondheid, planten, industriële productie of computationele biologie.

Bij de opleiding Levensmiddelenwetenschappen en Voeding ligt de nadruk minder op het submicroscopische en wat er zich afspeelt in de cellen, maar meer over hoe we gezonde, veilige voeding helemaal tot bij de consument kunnen brengen.

De opleidingen Cel- en Genbiotechnologie, Bio-informatica, Chemie en Bioprocestechnologie en Levensmiddelenwetenschappen en Voeding hebben een link met de geneeskunde.

In de major rode biotechnologie binnen de opleiding Cel- en Genbiotechnologie ligt de nadruk op moleculaire aspecten en biotechnologie van de dierlijke en menselijke cel voor biomedische toepassingen. Hierbij wordt zowel gekeken naar de gezondheidstoestand van mens en dier, interacties tussen de dierlijke en menselijke cel met hun omgeving alsook naar preventieve en therapeutische oplossingen (bv. ontwikkeling van biologische geneesmiddelen zoals vaccins).

Voorbeelden van vakken zijn ‘Immunology’, ‘Cancer genetics’, ‘Stem cell biology and reprogramming’, ‘Interphase processes of host-associated microorganisms’ en ‘Biochemical and molecular nutrition’. Binnen de opleiding wordt ook de mogelijkheid aangeboden tot het behalen van een certificaat om te mogen werken met proefdieren.

Daarnaast behandelen zowel in de major groene biotechnologie als witte biotechnologie de productie van biologische medicijnen. Dat gaat bijvoorbeeld over medicinale plantmetabolieten, recombinante eiwitten of microbiële metabolieten. Ten slotte is er ook aandacht voor moleculaire diagnostiek.

Gezien de grote rol van big data in de huidige R&D werken veel lesgevers binnen de opleiding Bio-informatica aan nieuwe data-analytische methoden voor geneeskundige toepassingen. In de opleiding Bio-informatica komen toepassingen en voorbeelden dan ook vaak uit de medische wereld, en vele alumni komen in de biomedische sector terecht.

De plicht- en keuzevakken m.b.t. (organische) chemie binnen de opleiding Chemie en Bioprocestechnologie focussen op hoogwaardige verbindingen met toepassingen binnen o.a. de farmaceutische sector. Dit is mede een gevolg van het feit dat meerdere lesgevers binnen de opleiding actief betrokken zijn bij wetenschappelijk onderzoek in de medicinale chemie, zoals blijkt uit het ruime aanbod aan masterproefonderwerpen met toepassingen in de geneeskunde. Op dat vlak gaat de interesse binnen de richting Chemie en Bioprocestechnologie vooral uit naar de ontwikkeling van nieuwe bioactieve verbindingen vanuit chemisch (synthesemethoden) en technologisch perspectief (microreactoren...). De link met de geneeskunde binnen de opleiding Chemie en Bioprocestechnologie (bv. in het kader van een Masterproef) situeert zich dus vooral op vlak van synthese van nieuwe geneesmiddelen en een eerste screening van hun biologische activiteit.

In de opleiding Levensmiddelenwetenschappen en Voeding is er geen uitgesproken link met geneeskunde. In de opleiding wordt het gedrag van voeding in het menselijk lichaam besproken en komt ook de gezondheid aan bod, via de plichtvakken ‘Functional foods’ en ‘Voeding van de mens’. Je kan je eventueel verder verdiepen in deze materie via een aantal keuzevakken, zoals ‘Nutrition disorders’.