Milieutechnologie

Veelgestelde vragen over de masteropleiding Milieutechnologie.

Inhoud en focus

Je leert alles over chemische, fysische, (micro)biologische en ecologische milieudiagnostiek én over milieutechnologie en -engineering voor het voorkomen en remediëren van milieuproblemen.

Je leert om milieurisico's objectief en kwantitatief in te schatten en om duurzame milieutechnische oplossingen en installaties te ontwerpen, te implementeren, en te sturen.

De opleiding is zeer sterk procesmatig en kwantitatief gericht zowel op het niveau van de ecosfeer (natuurlijke systemen) als de technosfeer (industriële systemen). Door in te spelen op vernieuwde inzichten m.b.t. het (kringloop)beheer van natuurlijke grondstoffen, levenscyclusanalyse van producten en processen, én door de aandacht voor het brede maatschappelijke, economische en wetgevende kader, wordt de opleiding gekenmerkt door een holistische en geïntegreerde aanpak bij de studie van milieuvraagstukken.

Zoals de naam van de opleiding doet vermoeden, ligt de focus van deze opleiding inderdaad op een breed scala van hedendaagse milieu-uitdagingen m.b.t. water, lucht, bodem, grondstoffen, energie, afval- en materiaalstromen.

Opleidingsonderdelen behandelen de (sporen)analyse van milieu- en gezondheidsrelevante contaminanten, hun gedrag en reactiviteit in het milieu, de mogelijke effecten en risico’s die ze kunnen veroorzaken, en technologische oplossingen om deze componenten te voorkomen of te verwijderen. Hierbij zet de opleiding ook sterk in op duurzaam grondstoffen- en energiebeheer en kringlooptechnologie binnen een circulaire economie. Dit alles wordt gekaderd binnen de huidige wetgevende en socio-economisch (beleids)context.

Hoewel klimaatverandering wel als context in meerdere vakken aan bod komt, is er geen specifiek stamvak dat hier in detail op focust. Via de keuzelijst kan je je in dit domein wel verder verdiepen.

Duurzaamheid vormt zowel impliciet als expliciet een rode draad doorheen de opleiding, en dit zeer uitgesproken in vakken zoals ‘Clean technology’ (dat focust op duurzaamheid binnen industriële processen), ‘Duurzame energie en rationeel energiegebruik’, ‘Resource recovery technology’, enzovoort.

Het mastervak ‘Management voor ingenieurs’ geeft een inleiding in bedrijfskunde, meer specifiek omtrent de interdisciplinaire studie van beslissingen en strategieën binnen organisaties met een sterke link tussen economie, ingenieurswetenschappen en psychologie. Onderwerpen als organisatieplanning, financiële planning, risicomanagement, boekhouden en personeelsmanagement komen hierbij aan bod.

Ook in het integratievak ‘Milieutechnische installaties in de praktijk’ worden een aantal lezingen georganiseerd met aandacht voor economische en bedrijfskundige aspecten.

Daarnaast is er een ruim aanbod aan keuzevakken omtrent ondernemerschap en management.

De voornaamste focus ligt op West-Europa, maar er is uiteraard de aandacht voor mondiale milieuproblematieken en (via keuzevakken) specifieke cases uit andere werelddelen.

Vakken

In een aantal vakken zijn er PC-oefeningenlessen met modellering. Echte programmeervakken komen minder voor. Berekeningen gebeuren vaak met Excel.

Het vak ‘Procesregeling’ bouwt wel nog voort op modelleren en programmeren in Matlab. Daarnaast leer je in andere vakken ook met enkele nieuwe softwareprogramma’s werken (bijv. openLCA, Hydrus). Je basiskennis uit de vorige jaren is voldoende om hieraan te beginnen en al doende krijg je het steeds beter onder de knie.

Verschillende vakken hebben (computer)practica waarbij berekeningen gemaakt worden rond milieuproblemen en technologische oplossingen.

Voorbeelden zijn: het kwantitatief begrijpen (en modelleren) van het gedrag van contaminanten in de verschillende milieumatrices en het effect hiervan op ecosystemen, de dimensionering en sturing van een water- of luchtzuiveringsinstallatie, en de berekening van de materiaal- en energiestromen bij het inschatten van de duurzaamheid van processen.

Doordat de toepassingen specifieker worden dan in de bacheloropleiding, is het concreter en vaak makkelijker om de wiskunde of fysica erachter te begrijpen.

Er komen een aantal stamvakken aan bod rond ecologie en ecosystemen, zoals ‘Toegepaste zoetwaterecologie’, ‘Toegepaste mariene ecologie’, ‘Microbieel ecologische processen’, ‘Milieurisico-analyse’ en ‘Ecosysteem modellering’.

Een aantal vakken behandelen chemische aspecten van het milieu, gericht op analysetechnieken voor anorganische en organische milieucontaminanten en hun gedrag in het milieu (milieuchemie), waarbij dit gelinkt wordt aan belangrijke hedendaagse milieu-uitdagingen en -risico’s.

Hoewel er een aantal labo-practica zijn (vooral m.b.t. fysisch-chemische en (micro-)biologische en ecologische analysetechnieken van bijv. water of lucht), komen computerpractica en groepsopdrachten (bijv. case study gelinkt aan een bedrijfsbezoek) in meer vakken aan bod.

In het tweede masterjaar wordt in het integratievak “milieutechnische installaties in de praktijk” in groep gewerkt aan een concrete probleemstelling aangebracht uit het werkveld. Hierbij is begeleiding voorzien van zowel academische als externe coaches.

De voornaamste focus ligt op waterverontreiniging, -zuivering en -hergebruik. Er ligt in de stamvakken minder nadruk op overstromingen of droogtes.

Jobs

De sectoren waarin je terecht kan komen als je specifiek naar milieutechn(olog)ische jobs op zoek bent, zijn heel divers: technologiebedrijven (bijv. ontwikkelen van nieuwe water-, bodem of luchtbehandelingstechnologieën), energie- en productiesector (bijv. een brouwerij, een chemische bedrijf of de staalsector, veel bedrijven willen hun productielijnen meer circulair maken en ontstane reststromen valoriseren/hergebruiken), studie- en adviesbureaus, overheidsinstanties en openbare diensten (bijv. VMM, Aquafin, OVAM, drinkwaterbedrijven).

Ook de jobinhoud kan heel divers zijn: projectingenieur, consultant, R&D engineer, sales engineer, enzovoort.

Indien je de minor voor milieucoördinator gevolgd hebt, kan je hiermee in nog vele andere bedrijven aan de slag.

Samengevat: door het volgen van deze polyvalente milieugerichte ingenieursopleiding, ben je prima voorbereid op een onderzoeks-, technologische, management- of beleidsfunctie op de arbeidsmarkt.

Neen, de voorkennis die je hebt over een bepaald (specialisatie)gebied door het volgen van een keuzevak kan voordelig zijn bij een sollicitatiegesprek, maar via de stamvakken heb je voldoende bagage om – indien relevant of gewenst – ook zelf de nodige informatie op te zoeken en je hierin te verdiepen.

Indien je erkend wil worden als milieucoördinator Type A (erkenning gebeurt door het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid), is het wel belangrijk de minor te volgen (pakket keuzevakken van 16 studiepunten).

Naast je diploma en specialisatie in de milieutechnologie ben je uiteraard ook nog steeds een breed gevormde bio-ingenieur, waardoor je met de nodige motivatie en leergierigheid zeker ook in een andere sector en functie aan de slag kan.

Voor veel bedrijven zijn de analytische ingenieurscapaciteiten (minstens) even belangrijk als de specifieke technische kennis. Hierdoor vind je bio-ingenieurs milieutechnologie in zowat alle (industriële) sectoren terug.

Buitenland

Het is zeker mogelijk om tijdens de opleiding internationale mobiliteit te hebben, en de afgelopen jaren zijn er steeds heel wat studenten milieutechnologie die gedurende één semester vakken in het buitenland hebben gevolgd of hun masterproef deels aan een buitenlandse instelling hebben uitgevoerd. De opleiding heeft hiertoe overeenkomsten met heel wat universiteiten binnen en buiten Europa.

De structuur van de masteropleiding is zodanig dat het 2de semester van het 1ste masterjaar het meest geschikt is voor een buitenlands semester voor het volgen van vakken. In dat semester zijn er “slechts” 4 plichtvakken in het UGent-curriculum, overeenkomend met 18 studiepunten. Uiteraard blijven ook andere semesters tot de mogelijkheden behoren, en blijft het vooral belangrijk dat de studenten voor de specifieke gastinstelling het aanbod aan equivalente plichtvakken en interessante keuzevakken in beide semesters grondig screenen vooraleer hier een beslissing over te nemen.

Doordat ook een aantal vakken samen gegeven worden met studenten uit internationale milieu-opleidingen aan de FBW, komen alle studenten in contact met andere culturen en achtergronden.

De opleiding biedt zeker interessante jobmogelijkheden in het buitenland. Milieuproblemen overstijgen vaak het lokale of nationale niveau en veel industriële topbedrijven waar bio-ingenieurs milieutechnologie zijn tewerkgesteld, zijn multinationals die actief zijn zowel binnen als buiten Europa.

Taal

Ongeveer een derde tot de helft van de vakken wordt in het Engels gegeven. Laat je hierdoor niet afschrikken: dit vergt geen specifieke voorbereiding. De specifieke vakterminologie wordt aangereikt tijdens de lessen.

Vergelijking met andere opleidingen

De studie van hernieuwbare energiebronnen vormt een heel belangrijk onderdeel binnen de opleiding Chemie en Bioprocestechnologie, waarbij de focus ligt op de omzetting ervan tot hoogwaardige producten via chemische processen in het kader van een duurzame, biogebaseerde economie. Dit thema wordt uitgebreid behandeld in de plichtvakken ‘Groene chemie van hernieuwbare energiebronnen’ en ‘Thermochemische conversie van biomassa’, telkens vanuit een andere (chemische) invalshoek, maar ook in andere (keuze)vakken wordt er ingehaakt op dit belangrijk onderwerp.

Binnen de opleiding Milieutechnologie staan we vooral stil bij de fysische en (bio)technologische aspecten van hernieuwbare energie, met minder diepgang over de chemische conversies. In de afstudeerrichting milieutechnologie van de bachelor is er het plichtvak ‘Duurzame energie en rationeel energiegebruik’ met een specifieke focus op hernieuwbare en duurzame energie. Dit onderwerp komt tevens aan bod als onderdeel binnen andere stamvakken zoals bijv. ‘Milieutechnologie: vaste afvalstromen’, ‘Clean technology’, en ‘Resource recovery technology’.

De opleiding Milieutechnologie focust op actuele wetenschappelijke en maatschappelijke uitdagingen m.b.t. grondstoffen, energie en het leefmilieu, en duurzame technologische oplossingen. Hierbij komen alle milieu-aspecten aan bod (lucht, water, bodem, biota) alsook de interactie tussen deze compartimenten onderling (ecosfeer) en met (industriële) technische systemen (technosfeer).

De opleiding zet sterk in op duurzaam (kringloop)beheer van natuurlijke grondstoffen en de daarbij behorende methodologieën voor duurzaamheidsanalyse van processen en producten. Daarbij behandelen we ook technologieën en installaties voor zuivering en hergebruik.

Daarnaast is er ruime aandacht voor milieuanalyse en -diagnostiek vanuit een brede waaier aan invalshoeken (fysisch, chemisch anorganisch en organisch, (micro)biologisch en ecologisch). Dat is essentieel om de kwaliteit van ons leefmilieu en onze grondstoffen te analyseren, en om de noodzaak en effectiviteit van verbeteringsmaatregelen te beoordelen.

De opleiding Land, Water en Klimaat streeft de systeemkennis van het milieu zelf na, weliswaar beperkt tot land en water (dus niet de lucht). Daarbij wordt het systeem voornamelijk vanuit een fysisch standpunt benaderd en ligt de nadruk op het modelleren van deze systemen als basis om allerlei problemen aan te pakken zoals overstromingen, droogtes, landdegradatie, erosie, verspreiding van verontreinigende stoffen, maar natuurlijk ook op (technische) oplossingen voor deze problemen.

Aangezien weerfenomenen een belangrijke impact hebben op deze problemen en de meeste oplossingen functioneel moeten zijn voor diverse decennia, moet rekening gehouden worden met verschillende scenario’s van klimaatverandering en landgebruikswijzigingen. Vandaar dat de opleiding veel aandacht schenkt aan klimaat en klimaatverandering, opdat klimaatmodellen op een correcte manier aangewend kunnen worden en rekening kan worden gehouden met hun voorspellingsonzekerheden.

Zowel de opleidingen Milieutechnologie en Land, Water en Klimaat besteden aandacht aan diverse technologische oplossingen voor bodem- en grondwaterverontreiniging, inclusief bioremediatie. In beide opleidingen krijgen de studenten een plichtvak omtrent bodemverontreiniging en -sanering, nl. ‘Bodem- en grondwatersanering’ (Land, Water en Klimaat) en 'Milieutechnologie: bodem' (Milieutechnologie). In de Milieutechnologie is daarnaast ook uitgebreid aandacht voor analyse en zuivering van water voor onder meer drinkwaterproductie (uit grond- en oppervlaktewater) en behandeling en hergebruik van afvalwater. Dit aspect komt nauwelijks aan bod binnen Land, Water en Klimaat.

In de afstudeerrichting Milieutechnologie is er daarnaast ook uitgebreid aandacht voor analyse en zuivering van water voor onder meer drinkwaterproductie (uit grond- en oppervlaktewater) en behandeling en hergebruik van afvalwater. Dit aspect komt nauwelijks aan bod binnen de afstudeerrichting Land, Water en Klimaat.

Binnen de opleiding Land, Water en Klimaat is er aandacht voor diffuse bodemverontreinigingen ten gevolge van stikstof en fosfor, maar ook verzilting komt aan bod. Voor bronnen van diffuse verontreiniging (uitlogen van voedingsstoffen, bodemerosie) worden eveneens semi-natuurlijke oplossingen gezocht in een aangepast nutriëntenbeheer of betere bodembescherming. Deze vormen van verontreiniging komen minder aan bod binnen de opleiding Milieutechnologie.

Doorheen de opleiding Land, Water en Klimaat ligt er een grotere klemtoon op de bodem, het (grond)water en de processen die er zich in afspelen. Binnen de opleiding Milieutechnologie is er naast bodem ook aandacht voor de milieucompartimenten lucht, water en biota.

Ten slotte leer je binnen de Milieutechnologie meer over verontreinigende stoffen en hun analyse, gedrag en effecten en is er een sterkere focus op technologische toepassingen; terwijl je in Land, Water en Klimaat meer inzicht en reken/modelleertools verkrijgt voor de (diffuse) verspreiding van verontreinigende stoffen, mede ook dankzij de meer algemene kennis van de bodem en de bodemfysica.

Natuurlijke oplossingen sensu strictu (bijvoorbeeld aanleg van rietvelden) voor waterverontreiniging komen relatief weinig aan bod in de bio-ingenieursopleidingen.

Binnen de opleiding Land, Water en Klimaat wordt wel aandacht besteed aan diffuse verontreiniging en hoe deze op semi-natuurlijke wijze kan worden geremedieerd door ingrepen op het land. Daarnaast wordt de impact van verstoringen (zoals verontreiniging) op bestaande aquatische ecosystemen bestudeerd, net als mogelijkheden voor hun herstel.

Binnen de opleiding Bos- en Natuurbeheer komen ook natuurlijke oplossingen naar voor bij ecologisch herstel. Ook wordt waterverontreiniging beperkt aangeraakt als een problematiek voor de diversiteit en het functioneren van ecosystemen, maar er wordt niet meteen ingegaan op oplossingen voor de verontreiniging zelf.

De opleiding Milieutechnologie focust eerder op de analyse, effecten en (bio)technologische oplossingen voor waterverontreiniging.

Ecologische vakken komen voornamelijk voor in de opleidingen Bos- en Natuurbeheer, Milieutechnologie en Land, Water en Klimaat.

De opleiding Bos- en Natuurbeheer heeft een sterke focus op het biotische luik van het ecosysteem en hoe dit beïnvloed wordt door de abiotische kenmerken (bodem, water, atmosfeer). In deze opleiding doe je meer gedetailleerde kennis op over de ecologie van bossen en de natuur.

In de opleiding Land, Water en Klimaat beperkt de kennis van ecologie zich meer tot de basiskennis uit de bacheloropleiding daar deze opleiding een sterke focust heeft op het abiotische luik van het ecosysteem en hoe vegetatie en landbeheer daar een impact op hebben.

Binnen de opleiding Milieutechnologie ligt de biotische focus vooral op de ecologie van het zoet- en mariene watermilieu, van bodemsystemen en in biotechnologische systemen, terwijl er ook uitgebreid aandacht is voor abiotische (d.i. fysisch-chemische) processen en interacties in en tussen de verschillende milieucompartimenten en in milieutechnische installaties.

Aquatische ecologie komt aan bod binnen de opleidingen Bos- en Natuurbeheer, Milieutechnologie en Land, Water en Klimaat.

Binnen de opleiding Milieutechnologie komt aquatische ecologie sterk aan bod met 3 specifieke stamvakken omtrent deze discipline: ‘Toegepaste zoetwaterecologie’, ‘Toegepaste mariene ecologie’, en ‘Ecosysteem-modellering’.

Binnen de opleiding Land, Water en Klimaat is er het plichtvak ‘Waterkwaliteitsbeheer’ waarbinnen aquatische ecologie deels aan bod komt. Via het keuzevak ‘Aquatic ecotechniques’ (in de beperkte keuzelijst van 4 ingenieursvakken) kun je je verder toespitsen op het natuurvriendelijk inrichten van waterlichamen.

Binnen de opleiding Bos- en Natuurbeheer zijn er geen plichtvakken binnen dit deel van de ecologie. Via het keuzepakket kunnen vakken die handelen over aquatische ecologie opgenomen worden zodat de geïnteresseerde student zich hier verder in kan bekwamen.