Bachelorproef - Campus Schoonmeersen

Principes

De doelstelling en principes van de bachelorproef kunnen nagelezen worden in de studiefiche.

Keuze onderwerp & samenstelling groepen

  • de studenten worden in het 1ste semester tijdens 4 werkcolleges ingelicht over verschillende belangrijke aspecten van een bachelorproef.
  • via Minerva (cursussite "Bachelorproef: geïntegreerd project") wordt een lijst met onderwerpen voor de bachelorproef, aangevuld met uitleg over dit onderwerp, aan de studenten meegedeeld. Bij elk onderwerp is een begeleider vermeld aan wie verdere uitleg over het onderwerp kan gevraagd worden.
  • de studenten kiezen in groep (bij voorkeur 3 personen) een onderwerp uit de lijst door zich via Minerva in te schrijven voor het gekozen onderwerp. Er wordt duidelijk aan de studenten gevraagd een bewuste en doordachte keuze te maken.
  • De studenten maken hun keuze ten laatste in de 3de week van oktober

Geschreven rapport 

De bachelorproef beslaat een 30-tal bladzijden en wordt in het Nederlands geschreven. Meer informatie over de inhoud en opmaak is terug te vinden op de minerva cursus.

De literatuurstudie van de bachelorproef wordt afgegeven ten laatste op vrijdag van week 13 van de eerste semester ter evaluatie door de promotor.

De bachelorproef wordt afgegeven ten laatste op vrijdag van week 12 van de tweede semester en wordt geëvalueerd door de begeleider en leden van de leescommissie. De leescommissie bestaat uit 3 juryleden zodat de objectiviteit gegarandeerd is en een relevant beoordelingscijfer kan gegeven worden.

Mondelinge verdediging

- de studenten geven een presentatie over hun literatuurstudie in week 12 en 13 van de eerste semester

- het uitgevoerde werk wordt voorgesteld in een presentatie (10 – 15 minuten). Na de presentatie volgt een vragenronde (verdediging) door de leden van de leescommissie: elke student komt daarbij individueel aan bod en wordt hiervoor individueel geëvalueerd.

  •  De mondelinge verdediging gaat door de eerste maandag en dinsdag van de tweede examenperiode