Curriculumregels

Curriculumregels en procedures

Algemeen - alle bacheloropleidingen

Het project / bachelorproef is het werkstuk waarmee een bacheloropleiding wordt voltooid. Project of bachelorproef kan enkel in het curriculum worden opgenomen in het laatste traject van de bacheloropleiding. Met laatste traject wordt bedoeld: het traject dat alle resterende vakken van de bacheloropleiding bevat en dat je zo in staat stelt het bachelordiploma te behalen.

Algemeen - alle masteropleidingen

Elke student in een masteropleiding aan de FBW moet minstens 60 (1-jarige masteropleiding) of 120 studiepunten (2-jarige masteropleiding) opnemen om in aanmerking te komen om te kunnen afstuderen. Tot die 60 of 120 studiepunten behoren de vrijgestelde opleidingsonderdelen en de opleidingsonderdelen waarvan examen werd afgelegd.
Bevat jouw curriculum van het afstudeerjaar:
  • een keuzeopleidingsonderdeel waarvan het aantal studiepunten gelijk of kleiner is dan het aantal studiepunten boven de 60 (1-jarige masteropleiding) of 120 (2-jarige masteropleiding), dan is dit keuzeopleidingsonderdeel surnumerair en moet je dit laten vallen (zonder dit keuzeopleidingsonderdeel heb je immers al de vereiste studiepunten)
  • geen keuzeopleidingsonderdelen waarvan het aantal studiepunten gelijk of kleiner is dan het aantal studiepunten boven de 60 (1-jarige masteropleiding) of 120 (2-jarige masteropleiding) dan bevat jouw curriculum geen surnumeraire vakken. Het is in dit geval toegelaten om meer dan 60 of 120 studiepunten op te nemen
De masterproef is het werkstuk waarmee een masteropleiding wordt voltooid. De masterproef kan enkel in het curriculum worden opgenomen in het laatste traject van de opleiding. Met laatste traject wordt bedoeld: het traject dat alle resterende vakken van de masteropleiding bevat en dat je zo in staat stelt om af te studeren (= masteropleiding omvat dan de vereiste 60 (1-jarige masteropleiding) of 120 studiepunten (2-jarige masteropleiding)).
In sommige masteropleidingen mag je een beperkt aantal vakken kiezen buiten de eigen keuzelijst ("open keuze". Kijk in de studiegids om na te gaan uit welke opleidingen/instellingen jij keuzevakken kan kiezen.

Om vakken te volgen uit andere opleidingen/instellingen moet je altijd de toestemming hebben van de curriculumcommissie (via OASIS). In de tabel hieronder kan je nagaan of er nog extra formaliteiten zijn.

 

Als je een opleidingsonderdeel wil volgen ...

dan ...

dat voorkomt in een andere opleiding aan onze faculteit

moet je geen toestemming vragen aan de lesgever.

dat wordt aangeboden in een andere faculteit maar niet voorkomt in een keuzelijst van de FBW

dien je de toestemming te hebben van de curriculumcommissie na advies van de verantwoordelijke lesgever via OASIS.

dat aan de VUB wordt gedoceerd en vermeld wordt in de keuzelijst van de UGent-opleiding MSc Bio-ingenieurswetenschappen: cel- en genbiotechnologie en chemie en bioprocestechnologie

  • kies je het vak in OASIS
  • wordt de verdere administratie (registratie aan VUB, VUB-studentenkaart, ....) geregeld door de backoffices van UGent en VUB
  • vul je het formulier "Reiskosten UGent-VUB" digitaal in en stuur je dit via mail door naar Annick.Lippens@ugent.be . De originele campuskaart geef je af aan mevr. Annick Lippens (Blok A, 1ste verdiep, lokaal 100)

dat aan de VUB wordt gedoceerd maar niet vermeld wordt in de keuzelijst van een UGent-opleiding

  • contacteer je de lesgever aan de VUB met vraag of het mogelijk is dit vak te volgen
  • geef je de info over het vak en de toestemming van de lesgever door aan de FSA zodat het vak kan toegevoegd worden aan het curriculum
  • wordt de verdere administratie (registratie aan VUB, VUB-studentenkaart, ....) geregeld door de backoffices van UGent en VUB
  • vul je het formulier "Reiskosten UGent-VUB" digitaal in en bezorg je dit samen met de originele treintickets of campuskaart aan mevr. Annick Lippens (Blok A, 1ste verdiep, lokaal 100)
Ja. Bij het bepalen of je voldoet aan de minimumeisen wat studieomvang van de masteropleiding betreft (60 studiepunten of 120 studiepunten) wordt rekening gehouden met het aantal ECTS van het vak dat je op Erasmus hebt gevolgd.

 

Bio-ingenieurswetenschappen

De masteropleiding wordt als 1 geheel gezien. Je mag dus in het eerste masterjaar al vakken opnemen uit het tweede masterjaar rekening houdend met de begincompetenties van het vak en het uurrooster. Uitzondering is de masterproef die steeds moet worden opgenomen in het afstudeerjaar.
Het volgen van bepaalde keuzevakken is voor studenten in het eerste jaar master uurroostergewijs niet altijd mogelijk door het grote aantal algemene opleidingsonderdelen. De keuzevakken die niet kunnen worden gevolgd kan je dan in een volgend academiejaar opnemen.
  • Wil je een volledig deliberatiepakket (= pakket waarover de examencommissie beslist of je geslaagd bent of niet), dan stel je een curriculum samen waarvan de omvang minimaal 54 en maximaal 66 studiepunten bedraagt.
  • Is de omvang van het curriculum kleiner dan 54 studiepunten, dan heb je een onvolledig deliberatiepakket en krijg je op het einde van het academiejaar enkel een mededeling van de scores. Je krijgt dus niet te horen of je geslaagd bent of niet voor dat masterjaar.
De omvang van de masteropleiding moet 120 studiepunten bedragen.
De stage wordt in het curriculum opgenomen in het academiejaar dat jouw stageverdediging doorgaat.
  • Je voert de stage uit in de zomervakantie tussen de bachelor- en masteropleiding: de stage wordt opgenomen in het curriculum van de masteropleiding in het academiejaar volgend op de zomervakantie.
  • Je voert de stage uit in de zomervakantie tussen het 1ste en 2de masterjaar: de stage wordt opgenomen in het curriculum van de masteropleiding in het academiejaar volgend op de zomervakantie.
  • Je voert de stage uit tijdens het academiejaar: de stage wordt opgenomen in het curriculum van datzelfde academiejaar.
Over de volledige masteropleiding heen mogen maximum 8 studiepunten aan taalvakken opgenomen worden. Dit zijn taalvakken uit het reguliere aanbod van de Universiteit Gent of op Erasmus. Taalvakken aangeboden door bijv. het Universitair Centrum voor Talenonderwijs (UCT) of Centra voor Volwassenonderwijs (CVO) komen niet in aanmerking als keuzevak.
Intensive Programmes (IP) zijn kortlopende cursussen/workshops in een internationale context. Als er IP zijn waaraan de FBW-studenten kunnen deelnemen, wordt dit door de opleidingscommissie bekend gemaakt. De opleidingscomissie beslist wie er aan een IP mag deelnemen en hoeveel studiepunten het IP waard is.

De meeste IP gaan door tijdens het zomerverlof, maar voor IP die doorgaan tijdens het academiejaar gelden de volgende regels:

  • studenten 1e master mogen alleen deelnemen op voorwaarde dat voor geen enkel van de opgenomen opleidingsonderdelen de aanwezigheid van de student verplicht is gedurende de periode dat het IP wordt ingericht.
  • studenten 2e master mogen alleen deelnemen op voorwaarde dat ze met de lesgevers duidelijke afspraken maken i.v.m. gemiste practica.
De opleiding Master of Science in de Bio-ingenieurswetenschappen: milieutechnologie - minor milieucoördinatie is erkend als aanvullende vorming voor Milieucoördinator niveau A 
Dit betekent dat als je én het diploma hebt van Master in bio-ingenieurswetenschappen én de 4 vakken van de minor met succes hebt gevolgd, je voldoet  aan de voorwaarden tot erkenning als milieucoördinator niveau A. Dit wordt dan vermeld op het diplomasupplement.
Meer info over de erkenning tot  Milieuco¨ördinator niveau A vind je op de website van LNE.
Je bent niet verplicht om deze vier vakken tegelijkertijd op te nemen, je mag die in functie van het lesrooster spreiden over de verschillende masterjaren.
Nadat het curriculum is vastgelegd mogen studenten bio-ingenieurswetenschappen
  • per academiejaar maximaal 2 keuzevakken wijzigen
  • alleen nieuwe keuzeopleidingsonderdelen kiezen die voorkomen op:
    • een limitatieve lijst van keuzevakken binnen de FBW (dus geen vakken uit andere UGent-opleidingen)
    • de lijst van intensieve programma's waarbij de faculteit betrokken is
  • wijzigingen aan het 2e semester aanvragen bij voorkeur bij de start van het 2e semester (deadline: laatste dag van februari) bij de trajectbegeleider via mail.

 

Weetjes

  • MT1: Voltijdse traject. In deze kolom wordt weergegeven tot welk modeltraject (masterjaar) een vak behoort. 1= 1ste masterjaar, 2 = 2de masterjaar, niet ingevuld = je kiest zelf wanneer je het vak volgt.
  • MT2: Deeltijdse traject. In deze kolom wordt weergegeven hoe je de opleiding kan spreiden over meerdere academiejaren. Dit is bedoeld voor studenten die deeltijds willen studeren (bijv. in combinatie met werk). Volg je een GIT dan moet je geen rekening te houden met MT2.
Nee, maar wel op het diplomasupplement. Als je over de masteropleiding heen voor alle opleidingsonderdelen binnen één of meerdere majors of minor credits hebt behaald, dan wordt de naam van die major/minor vermeld op het diplomasupplement.