Aanbevolen minimuminkomen voor doctorandi

Richtlijnen en advies

De Raad van Bestuur van de Universiteit Gent heeft een nieuwe beleidslijn aangenomen die doctorandi aanraadt om een minimuminkomen van ten minste 1350 euro per maand te voorzien (vergadering 9 oktober 2020).

Deze beleidslijn vloeit voort uit bezorgdheden die de Raad van Bestuur heeft geuit met betrekking tot de omstandigheden waarin sommige doctorandi, na hun aankomst in België, leven op basis van beperkte financiële middelen. De groep kwetsbare doctorandi die hierdoor wordt getroffen is divers. Velen van hen komen naar de Universiteit met beperkte financiering van een externe donor, een beperkte beurs van een instantie in hun thuisland of met eigen middelen.

De nieuwe beleidslijn zal worden toegepast door de Universiteit Gent in al haar toekomstige engagementen en akkoorden met beursinstanties, wat betekent dat de Universiteit zal staan op een beurs van ten minste 1350 euro per maand voor doctorandi.

Informatie voor doctorandi die al onderzoek verrichten aan de UGent

De Universiteit Gent is zich bewust dat sommige bestaande beurzen, of borg om solvabiliteit te garanderen, lager zijn dan 1350 euro. Het is daarom belangrijk om op te merken dat deze nieuwe beleidslijn een advies is en dus niet bindend is. Dit betekent dat bestaande doctorandi met hun huidige beurs hun onderzoek verder kunnen zetten gezien zij de keuze om naar Gent te komen hebben gemaakt op basis van de best beschikbare informatie op het moment van hun aankomst.

De Universiteit Gent zal toekomstige doctorandi met een inkomen van minder dan 1350 euro/maand adviseren dat zij, voor de aanvang van hun doctoraat, hun financiële situatie bespreken met hun promotor. In die gevallen waar de beurs te laag is, en er geen andere middelen voor handen zijn, zal de Universiteit Gent promotoren adviseren te overwegen om de beurs van de student bij te passen tot 1350 euro/maand. Waar dat niet mogelijk is, wordt gevraagd aan doctorandi en promotoren om ernstig na te denken over de mate waarin het doctoraatsproject kan starten in zijn huidige vorm.

Bestaande doctorandi kunnen aan hun promotor vragen een bijkomende financiële tegemoetkoming te overwegen om (een deel van) het verschil tot het nieuwe aanbevolen minimuminkomen te compenseren. Het is echter ook zo dat sommige promotoren of vakgroepen onvoldoende financiële middelen ter beschikking hebben om zo’n tegemoetkoming te overwegen. Er is geen institutionele verwachting of verplichting dat zij bijkomende financiële middelen inzetten in situaties waar bestaande kredieten ontoereikend zijn.

Informatie voor startende doctorandi

De Universiteit Gent raadt toekomstige en startende doctorandi aan om hun financiële situatie expliciet en openlijk te bespreken met hun promotor voor de aanvang van hun doctoraatsaanvraag.

Sommige doctoraatskandidaten komen naar Gent met eigen middelen of financiële steun van familie en vrienden. Anderen rekenen erop om deeltijds te werken, zelfs al is dat niet altijd mogelijk of legaal in de context van een doctoraatsbeurs en/of contract. De Universiteit vraagt deze doctorandi met aandrang om ervoor te zorgen dat zij, voor de start van het doctoraatsproject, alle beschikbare informatie met betrekking tot de kosten voor levensonderhoud in België hebben bekeken.

Een bijkomende tewerkstelling bovenop het doctoraatsproject kan ook stress met zich meebrengen en kan tijd en energie wegnemen die doctorandi nodig hebben om hun doctoraatsproject tot een goed einde te brengen. Recentelijk heeft de COVID gezondheidscrisis ook aangetoond dat doctorandi met beperkte financiële middelen snel in financiële moeilijkheden komen wanneer hun bijkomende tewerkstelling of andere steunkanalen (tijdelijk) wegvallen.

Meer informatie over de kosten voor levensonderhoud in België staat hier. Een studentenkamer voor doctorandi in de studentenaccommodatie van de Universiteit Gent kost €550/maand (all-in).

Informatie voor promotoren

Voor toekomstige doctorandi adviseert de Universiteit Gent dat u best zo vroeg mogelijk (voor aanvang van hun aanvraag) expliciet en openlijk met kandidaat doctorandi spreekt over hun financiële situatie. Dit gesprek omvat op z’n minst een realistische inschatting van de kosten voor levensonderhoud in België.

Sommige kandidaat doctorandi geven misschien aan dat zij rekenen op steun van familie, vrienden of eigen middelen. In dit geval kan u hen vragen om deze steun concreet te maken in de vorm van de Universiteit Gent solvabiliteitsprocedure. De doctorandus/a in kwestie of een familielid/vriend kunnen dan, bijvoorbeeld, €4200 euro storten waarvan maandelijks €350 wordt uitbetaald om een beurs van €1000 bij te passen tot het aanbevolen minimuminkomen.

Andere kandidaat doctorandi rekenen op een bijkomende deeltijdse baan, maar dit is niet altijd mogelijk of legaal in de context van een doctoraatsbeurs of aanstelling. Als dit de intentie is, zoekt de kandidaat doctorandus/a best op voorhand alle praktische modaliteiten en regels op voor aanvang van het doctoraatsproject.

Een bijkomende baan kan ook een negatieve invloed hebben op de tijd en energie die een doctorandus/a kan investeren in zijn of haar doctoraatsonderzoek.

Als u het overweegt om een doctorandus/a aan te nemen die over minder dan €1350/maand beschikt, adviseert de Universiteit Gent u te overwegen of u deze doctorandi een “top-op” kan bieden vanuit uw eigen UGent-middelen, bijvoorbeeld omdat het onderzoek van de doctorandus/a past binnen het kader van een onderzoeksproject waarvoor u financiering heeft.

Opties:

  • Een beurs van een andere financier combineren met een gedeeltelijke (bijv. 10%, 20%) UGent-beurs (‘Dehousse beurs’). Financiering vanuit de vakgroep kan, indien goedgekeurd, ook hiervoor worden aangewend.
  • Voor doctorandi die hier onderzoek verrichten in het kader van een overeenkomst tussen de UGent en een externe financier en die centraal wordt beheerd (bijv. HEC – Pakistan), kan de jaarlijkse bench fee worden gebruikt om de beurs bij te passen tot het aanbevolen minimuminkomen van €1350/maand.

Meer opties worden nog uitgewerkt om bijkomende financiële ondersteuning te bieden.

Recentelijk heeft de COVID gezondheidscrisis ook aangetoond dat doctorandi met beperkte financiële middelen snel in financiële moeilijkheden komen wanneer hun bijkomende tewerkstelling of andere steunkanalen (tijdelijk) wegvallen. In deze context is het bijkomend belangrijk om te overwegen of u een doctoraatsproject laat aanvangen met beperkte financiële middelen.