Kies kwaliteit

This information in English

06-TILE-KiesKwaliteit.jpgHoe zorgt de UGent voor kwaliteitsvolle opleidingen?

De UGent streeft naar een permanente kwaliteitscultuur die gebaseerd is op volgende uitgangspunten:

  • vertrouwen in de expertise van opleidingen en faculteiten;
  • gedragen eigenaarschap dat zelfsturing van opleidingen en faculteiten faciliteert en stimuleert;
  • continu verbeteren van het onderwijs;
  • efficiënte tools die een effectief hulpmiddel vormen voor evidence-based onderwijsbeleid;
  • lichte administratieve processen volgens de principes van UGent Verlicht.

Een beschrijving van hoe de Universiteit Gent continu aandacht houdt voor kwaliteitszorg en kwaliteitscultuur is te vinden in de Eigen Regie 2.0, het onderwijskwaliteitszorgsysteem en het onderwijsondersteuningsaanbod voor lesgevers en opleidingen van de UGent.

Wie draagt bij tot kwaliteitsvol onderwijs?

De UGent heeft een lange traditie van studentenbetrokkenheid. Deze betrokkenheid kwam in 2016 expliciet als positief punt naar voren tijdens de instellingsreview.

Studenten kunnen op verschillende manieren bijdragen aan kwaliteitsvol onderwijs:

  • via de jaarlijkse bevragingen laten individuele studenten hun stem horen
  • studentenvertegenwoordigers praten, denken en beslissen mee over onderwijs op verschillende niveaus (in de opleiding, de faculteit en op universiteitsbreed niveau)
  • via de driejaarlijkse studentenreflectie geven focusgroepen op een kritisch-constructieve manier mee vorm aan de kwaliteitscultuur waarvoor UGent staat.

UGent-lesgevers zijn bevlogen en gemotiveerde lesgevers die kritisch durven reflecteren over de eigen onderwijs- en toetspraktijk. De jaarlijkse vakfeedback van studenten is een goede insteek voor deze reflectieoefening.

De UGent ondersteunt lesgevers met een uitgebreid onderwijsondersteuningsaanbod bestaande uit basis- en verdiepende professionaliseringsmodules en online onderwijstips. Zo werkt de UGent aan een inspirerende werk- en leeromgeving voor (beginnende) lesgevers.

De onderwijsopdracht van UGent-lesgevers is veelzijdig en dynamisch:

  • onderwijspraktijk: UGent-lesgevers zien hun onderwijsopdracht als evenwaardig aan hun onderzoeksopdracht
  • onderwijsontwikkeling: UGent-lesgevers denken constructief mee over het vormgeven van de opleiding binnen het lesgeversteam en/of de opleidingscommissie
  • onderwijsbeleid: UGent-lesgevers zijn actief betrokken bij beleidsvorming en kwaliteitszorg binnen de opleiding, de faculteit of de UGent.

Aan elke UGent-opleiding is een opleidingscommissie (OC) verbonden: de OC is een overlegorgaan waarin zowel lesgevers als studenten zetelen. De OC stippelt het onderwijsbeleid van de opleiding uit en staat in voor een goede onderwijsorganisatie. De OC vormt een cruciale schakel in de onderwijskwaliteitszorg.

De OC beschikt over verschillende instrumenten om de kwaliteit van de opleiding te monitoren:

  • de onderwijsmonitor vormt een online dashboard voor het onderwijsbeleid. Aan de hand van operationele doelstellingen in de monitor voeren opleiding jaarlijks een zelfevaluatie uit met betrekking tot de inhoud van het programma, de kwaliteitszorgprocessen en de universiteitsbrede beleidslijnen. Deze zelfevaluatie mondt uit in een kwaliteitsverbeterplan
  • om de zelfevaluatie te onderbouwen analyseert de OC de data die het UGent Geïntegreerd Beleidsinformatiesysteem (UGI) via de onderwijsmonitors aanlevert.
  • de OC verzamelt en interpreteert systematisch en op regelmatige basis alle feedback van interne (studenten, lesgevers) en externe stakeholders (alumni, werkveld, internationale peers). Dit is o.a. belangrijk om te kunnen garanderen dat de programma’s internationaal aan de maat & evidence-based zijn, dat de beroepsbekwaamheid, de employability en het eindniveau van de afgestudeerden excellent zijn.

 

Onderwijskwaliteitszorg aan UGent is een gezamenlijk project. De faculteit als partner van de centrale diensten speelt hierin een essentiële rol. Er zijn verschillende overlegstructuren (Onderwijsraad, Jaarlijks Kwaliteitsoverleg, CKO-overleg, …) die het partnerschap tussen de 11 faculteiten en DOWA bevestigen en versterken.

De faculteit ondersteunt het onderwijs en het monitoren van de onderwijskwaliteitszorg van haar opleidingen.

Ze

  • vertaalt centrale beleidslijnen naar facultaire kaders
  • zet actief in op professionalisering van lesgevers en opleidingen
  • faciliteert de uitwisseling van goede praktijken

Via de facultaire Onderwijsmonitor voeren de faculteit minstens jaarlijks een kritische reflectie uit op het eigen onderwijsbeleid, de interne kwaliteitscultuur en de realisatie van de universiteitsbrede beleidslijnen.

 

De directie Onderwijsaangelegenheden (DOWA) ontwikkelt universiteitsbrede onderwijsbeleidskaders en onderwijs(ondersteunings)tools. In samenwerking met alle stakeholders volgt ze de implementatie ervan op. DOWA heeft een verbindende rol t.a.v. de verschillende stakeholdergroepen en verspreidt goede praktijken en ervaringen over de grenzen van opleidingen en faculteiten.

DOWA bestaat uit een beleidscel en vier afdelingen met elk hun eigen expertise en specifieke taken: 

  • de beleidscel ontwikkelt universiteitsbrede onderwijsbeleidskaders en onderwijs(ondersteunings)tools. Onder andere het databeleid ressorteert onder de verantwoordelijkheid van de beleidscel
  • de afdeling Onderwijskwaliteitszorg verzorgt het ondersteuningsaanbod voor lesgevers en opleidingen, vertaalt decretale kwaliteitszorgkaders naar concrete beleidslijnen, stimuleert onderwijsinnovatie en is algemene klachtenbehandelaar bij zaken die met onderwijs te maken hebben
  • de afdeling Studieadvies •
  • de afdeling Studentenadministratie en Studieprogramma’s •
  • de afdeling Internationalisering

Via de centrale Onderwijsmonitor voert DOWA minstens jaarlijks een kritische reflectie uit omtrent de algemene onderwijskwaliteitscultuur en de operationele doelstellingen van de eigen diensten.

 

Het Onderwijskwaliteitsbureau is het gespecialiseerde uitvoerende orgaan dat sinds 2015 instaat voor de opvolging van de kwaliteitszorg aan de UGent.

Concreet houdt dit in dat het Onderwijskwaliteitsbureau:

  • informatie over kwaliteitszorg systematisch verzamelt, analyseert en vertaalt in concrete acties voor opleidingen
  • de taak overneemt van externe visitatiecommissies en vanuit een helikopterperspectief de kwaliteitscultuur in alle UGent-opleidingen monitort
  • in de periode 2021-2023 een eenmalige screening zal uitvoeren van de opleidingsmonitors met als doel een helder beeld te bekomen van de aanwezige kwaliteitscultuur en de reële verbetercapaciteit in alle UGent-opleidingen;
  • voor elke UGent-opleiding een borgingsbesluit zal uitspreken (positief, positief met cruciale aandachtspunten, negatief)
  • in het kader van publieke verantwoording systematisch informatie publiceert over de onderwijskwaliteit van elke opleiding.

Het Onderwijskwaliteitsbureau is de instantie die de kwaliteitscyclus bovenaan sluit. In zijn samenstelling brengt het Onderwijskwaliteitsbureau complementaire expertise bij elkaar zowel vanuit eigen huis (ZAP, AAP, ATP en studenten) als van buitenshuis (externe experten).

 

De inbreng van externe stakeholders is onmisbaar voor de kwaliteitszorg van UGent opleidingen. Externe stakeholders worden systematisch gevraagd feedback te geven over de studieprogramma’s:

  • via o.a. werkveldcommissies/adviesraden worden organisaties en bedrijven bevraagd over de competenties die afgestudeerden nodig hebben in het werkveld. Ze geven bovendien informatie over de nieuwste tendensen waarop UGent opleidingen kunnen inspelen
  • via bevragingen of focusgroepgesprekken wordt bij alumni gepeild naar hun visie op de opleiding die ze volgden
  • UGent-opleidingen hebben een sterke internationale focus: opleidingen voeren minstens om de vier jaar of bij een grote programmawijziging een internationale programmatoets uit. Daarbij wordt de inhoud van het UGent studieprogramma afgetoetst tegenover het programma van hoogstaande buitenlandse opleidingen.

 

Hoe monitoren we het onderwijs?

Om kwaliteitsvol onderwijs te bevorderen en te garanderen zet de UGent sterk in op systematische, data-gestuurde kritische reflectie en besluitvorming. Dit zijn essentiële ingrediënten om te komen tot een volwaardige universiteitsbrede onderwijskwaliteitscultuur. Deze elementen bieden immers een objectieve insteek om het gesprek over de kwaliteit én de waardering van onderwijs aan te gaan.

Datavergaring gebeurt o.a. aan de hand van onderstaande kwalitatieve en kwantitatieve instrumenten:

Onderwijsmonitors

De onderwijsmonitors voor opleidingen, faculteiten alsook de centrale monitor  zijn opgebouwd volgens de PDCA-cyclus en bevatten operationele doelstellingen voor elk van deze beleidsniveaus. De doelstellingen worden jaarlijks afgetoetst (check) en resulteren in een kwaliteitsverbeterplan.

UGent Geïntegreerd Beleidsinformatiesysteem

via het UGent Geïntegreerd Beleidsinformatiesysteem (UGI) worden zowel de resultaten van verschillende bevragingen als andere, onderwijsgerelateerde data (gegevens met betrekking tot studenten, lesgevers, opleidingsprogramma’s, studievoortgang,…) in rapporten verwerkt. Deze rapporten worden automatisch geïntegreerd in de onderwijsmonitors, en worden ingezet als evidencevoor de check van doelstellingen op opleidingsniveau, facultair niveau en het centrale niveau).

Bevragingen:

via verschillende bevragingen wordt feedback verzameld bij de interne en externe stakeholders.

Waar vind ik informatie over de opleidingskwaliteit?

Publieke informatie over de kwaliteit van elke opleiding vind je in de studiekiezer bij het tabblad kwaliteitszorg.

Hoe ondersteunen we lesgevers en opleidingen?

De UGent voorziet voor lesgevers en voor opleidingen een ondersteuningsaanbod dat gericht is op het versterken van onderwijscompetenties en wederzijds leren.

Bij het samenstellen en ontwikkelen van de brede waaier aan professionaliseringsinitiatieven wordt vertrokken van volgende principes:

  • het eigenaarschap ligt bij lesgevers, opleidingen en faculteiten
  • de initiatieven zijn gestoeld op wetenschappelijke, praktijkgerichte en datagestuurde evidence
  • er is een basis- en een verdiepingsaanbod
  • er wordt aanbod- en vraaggestuurd gewerkt
  • er is een mix van eenmalige en trajectmatige initiatieven
  • er is een mix van online en face to face contacten
  • er is een mix van expert learning en peer learning 

VORIGE: 5. Verleg grenzen